DOSSIERS & OPINIE

Rojhilat: het vergeten centrum van de crisis in Iran

Rojhilat: het vergeten centrum van de crisis in Iran

Nu de recente crisis in Iran zich door een sneeuwbaleffect snel uitbreidt tot een proces dat miljoenen mensen treft, wordt deze crisis niet het meest besproken waar hij het hevigst woedt, maar juist in het gebied dat het langst onderdrukt is geweest. Als we de politieke, sociale en geopolitieke breuken die Iran vandaag de dag op zijn grondvesten doen schudden uitsluitend interpreteren als machtsstrijd in Teheran, dan zien we de kern van de crisis over het hoofd. De plaats waar deze dynamiek zich het duidelijkst heeft opgehoopt en zich opnieuw naar de oppervlakte dringt, is een gebied dat lange tijd systematisch is genegeerd: Rojhilat (Oost-Koerdistan).

Rojhilat is niet de periferie van de Iraanse politiek; het is in feite een drempelzone waar elke crisis eerst wordt onderdrukt, maar uiteindelijk als laatste tot uitbarsting komt.

De Iraanse revolutie van 1979 was niet, zoals achteraf wordt voorgesteld, een monolithische ‘islamitische revolutie’. In de beginfase vertegenwoordigden de krachten die ten tonele verschenen een pluralistisch terrein van verzet, gevormd door arbeiders, studenten, linkse bewegingen en de beslissende rol die de Koerden speelden. De Koerden waren geen secundair element in dit proces, maar een van de drijvende krachten achter de revolutie. Wat kort daarna verloren ging, was echter niet alleen een revolutie, maar ook de mogelijkheid voor Iran om een pluralistische en seculiere staat te worden. Een rigide centralistische en religieus-ideologische macht, onder leiding van Ruhollah Khomeini, vulde dit vacuüm snel op en versmalde de politieke ruimte. De harde onderdrukking in Rojhilat zorgde voor een historische breuk die niet alleen het vermogen van de Koerden om als politieke subjecten op te treden beperkte, maar dat van alle volkeren in Iran. Een aanzienlijk deel van de crises rond Iran vandaag de dag zijn de uitgestelde gevolgen van dit gekaapte moment.

De Koerdische kwestie benaderen als gefragmenteerde onderwerpen die beperkt blijven tot de grenzen van Iran, Turkije, Irak en Syrië, volstaat niet langer om te begrijpen wat er vandaag de dag gaande is. Hoewel deze kwestie landspecifieke dynamieken met zich meebrengt, moet ze worden bekeken binnen een historische en politieke totaliteit die deze grenzen overstijgt. Dat Rojhilat binnen dit geheel lange tijd is verwaarloosd en bijna als een blinde vlek is achtergelaten, is geen toeval. Toch werden twee van de meest cruciale breukmomenten in de Koerdische geschiedenis, de Mahabad-ervaring (de Republiek Mahabad, 1946) en het proces van 1979, rechtstreeks gevormd door de dynamiek van Rojhilat. Om de crisis die zich vandaag in Iran voltrekt en mogelijke toekomstscenario's op een degelijke en zinvolle manier te beoordelen, is het niet langer een keuze, maar een noodzaak om dit historische centrum opnieuw serieus te nemen.

Voor de Koerden markeerde het proces van 1979, samen met de herinnering aan Mahabad, ook een periode waarin de breuk die de Barzani-beweging na het akkoord van Algiers in 1975 had meegemaakt, opnieuw werd bekeken. Deze herwaardering leidde tot een voorzichtiger en kritischer bevraging, met name in Rojhilat, van de relatie die de Koerden met het centrum hadden opgebouwd.

In de geschiedenis van Iran zijn crisismomenten vaak gevangen geweest tussen twee uitersten: ofwel een hernieuwde consolidatie van de centrale macht door middel van hardere maatregelen, ofwel versnipperde opstanden die ontstaan als reactie op deze rigiditeit, maar die geen blijvende politieke basis weten te verwerven. Op de lange termijn hebben beide wegen tot hetzelfde resultaat geleid: het verwijderen van de samenleving uit de positie van politiek subject en het herstellen van de legitimiteit van de staat door middel van dwang. Een van de gebieden waar deze cyclus het meest intens is ervaren, is Rojhilat. De ervaringen in Mahabad en de periode na 1979 hebben duidelijk aangetoond binnen welke nauwe grenzen de staat pluralisme kon tolereren.

Tijdens de eerste jaren van de Syrische crisis leidde het politieke en sociale vacuüm dat in Rojava ontstond tot de actieve deelname van een jongere generatie uit verschillende delen van Koerdistan. In dit proces was de bijdrage van jongeren die van Rojhilat naar Rojava trokken onmiskenbaar groot. Voor deze generatie fungeerde Rojava niet alleen als frontlinie, maar ook als een historisch laboratorium waarin het politieke geheugen en de collectieve ervaring vorm kregen. De ervaring die daar is opgedaan op gebieden als organisatie, lokale bestuurspraktijken, sociale solidariteit en politiek verantwoordelijkheidsgevoel, vormt nu de achtergrond van de sociale en politieke dynamiek die vandaag de dag in Rojhilat voelbaar is.

Om deze reden zou het onvolledig zijn om de ontwikkelingen in Rojhilat als een tijdelijke schommeling te interpreteren. Wat zich hier ontvouwt, is de herconfiguratie van lang onderdrukte energie door middel van historische ervaringen die op regionale schaal zijn opgedaan. Bij het bespreken van mogelijke scenario's in de nasleep van de crisis in Iran, vloeit de cruciale rol van Rojhilat niet voort uit zijn geografische of demografische gewicht. Het komt veeleer voort uit zijn historische geheugen, politieke ervaring en pluriforme sociale structuur, die samen een proeftuin vormen voor hoe een nieuwe orde kan worden opgebouwd, en uit het vermogen van zijn interne dynamiek om zichzelf te organiseren.

Een andere dimensie van de onzichtbaarheid van Rojhilat in het Koerdische politieke geheugen ligt in de neiging om de strijd in dit gebied te interpreteren alsof deze uitsluitend beperkt was tot gewapende conflicten. In werkelijkheid is Rojhilat ook een strijdtoneel geweest waar een sterke intellectuele stroming, publieke intellectuelen, organisatorische netwerken en civiele politieke actoren een hoge prijs hebben betaald. De executie van Hasan Hikmet Demir, een van de eerste kaders van de Koerdische vrijheidsbeweging die na zware martelingen in Iran werd geëxecuteerd, en van Ferzad Kamangar, die na een schijnproces als leraar, vakbondsman en intellectueel werd geëxecuteerd, behoren tot de meest opvallende voorbeelden van deze realiteit. Deze executies waren niet louter straffen gericht tegen individuen; ze waren uitingen van een koloniale en systematische staatslogica die gericht was op het breken van de sociale wil, het kritische denken en het georganiseerde leven in Rojhilat.

Het in herinnering brengen van deze zeer symbolische figuren is geen oproep om te rouwen om het verleden. Het is veeleer een verantwoordelijkheid om te onthouden onder welke omstandigheden en tegen welke prijs de strijd in Rojhilat is gevoerd. Het collectieve geheugen wordt niet alleen gevormd door gewapend verzet, maar ook door galgen, gevangeniscellen en ideeën die de autoriteiten hebben willen onderdrukken. Rojhilat vandaag weer centraal stellen is alleen mogelijk door een nauwkeurige en volledige herinnering aan deze gelaagde geschiedenis van opoffering.

Mocht de centrale macht verzwakken of veranderen, dan zal het politieke vacuüm dat ontstaat niet automatisch leiden tot een democratische orde. Hoe dit vacuüm wordt opgevuld, zal worden bepaald door het organisatievermogen van samenlevingen en hun opgebouwde politieke ervaring. Rojhilat is geen ruimte die gemakkelijk gecentraliseerd kan worden, noch een passieve periferie.

In de mate dat het zijn eigen eisen kan koppelen aan het bredere streven naar vrijheid en rechtvaardigheid onder andere volkeren in Iran, kan Rojhilat een van de evenwichtige en constituerende krachten worden van een nieuwe politieke verhouding in het hele land. In die zin staat de ervaring van Rojava nog steeds voor ons als een rijk en veelomvattend experiment dat nog niet is voltooid.

Hedendaagse geopolitieke analyses op regionaal niveau wijzen erop dat Iran militair en diplomatiek verzwakt is, maar waarschijnlijk ook de komende jaren een beslissende rol zal blijven spelen. De vraag welke interne dynamiek deze beslissende rol zal bepalen, kan echter niet worden beantwoord zonder rekening te houden met historisch onderdrukte centra zoals Rojhilat.

In tegenstelling tot wat vaak wordt gesuggereerd in Europese westerse verhalen, is deze laatste opstand niet ontstaan in de Grote Bazaar van Teheran. De opstand verspreidde zich juist via de bazaar en trok deze gaandeweg mee. Met andere woorden, de spanningen in de Grote Bazaar van Teheran zijn niet de oorzaak van, noch de belangrijkste verklaring voor de huidige golf van onvrede. Deze ontwikkelingen weerspiegelen het feit dat de sociale woede die zich eerder in verschillende delen van het land had opgestapeld, met name in gebieden die lange tijd politiek en economisch waren uitgesloten, nu ook centrale en symbolische ruimtes heeft bereikt. Westerse interpretaties die de Bazaar centraal stellen, weerspiegelen daarom een reductionistisch perspectief dat de bron van de crisis verwart met het moment waarop deze zichtbaar werd.

Hoewel er in de vier delen van Koerdistan verschillende regimes en ideologieën heersen, wordt vijandigheid jegens Koerden herhaaldelijk gereproduceerd als een gedeelde staatsreflex. Dit toont aan dat het probleem waarmee Koerden worden geconfronteerd niet lokaal of incidenteel is, maar eerder een historische en structurele toestand, een gedeeld lot. Juist daarom is de fundamentele taak waar de Koerden vandaag voor staan niet om dit gemeenschappelijke lot als een passieve bestemming te aanvaarden, maar om het om te keren door het te herbouwen op basis van politiek bewustzijn, solidariteit en collectieve actie. De geschiedenis heeft keer op keer aangetoond dat elke onderdrukking tegelijkertijd het potentieel creëert om sterker te worden door verzet en ervaring. Zoals Friedrich Nietzsche het zo treffend verwoordde: “Wat mij niet doodt, maakt mij sterker.”

Uiteindelijk is wat zich in Iran afspeelt veel meer dan een tijdelijke regimecrisis. Het is de zichtbare vorm van een diepe breuk tussen staat en samenleving. Het onderdrukken van deze breuk zal deze niet oplossen; integendeel, zij zal zich blijven manifesteren in nieuwe vormen. Rojhilat onderscheidt zich als een centrum dat zowel de historische herinnering aan dit proces als de nog onvoltooide mogelijkheden ervan in zich draagt.

Net zoals ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’ (Jin, jiyan, azadî) meer werd dan een slogan en veranderde in een vorm van collectief geheugen, moet Rojhilat, net als Rojava, nu zijn rechtmatige plaats innemen in het Koerdische politieke en sociale bewustzijn. Dit is niet langer alleen een noodzaak, het is een absolute vereiste.

Opmerking: In deze tekst wordt de term “Rojhilat” bewust gebruikt om de historische benaming weer te geven die in de Koerdische politieke en sociale literatuur voor Oost-Koerdistan wordt gebruikt.

Auteur:  Hüseyin Salih Durmuş

Gerelateerde Artikelen