Met het vertrek van UNITAD (het onderzoeksteam van de Verenigde Naties ter bevordering van de verantwoordingsplicht voor misdaden begaan door Da’esh/ISIL), dat was opgericht om de genocide in Shengal (Sinjar) te onderzoeken, bleven er ongeopende massagraven en honderden lichamen achter die nog steeds op identificatie wachten. Beschuldigingen dat de onderzoeksdocumenten aan de KDP zouden zijn overgedragen, hebben de bezorgdheid over de toekomst van het onderzoek verder aangewakkerd.
De genocide tegen de Yezidi’s, die op 3 augustus 2014 begon, is de geschiedenis ingegaan als een van de donkerste en meest tragische gebeurtenissen van de 21e eeuw. Duizenden mensen werden vermoord, terwijl duizenden vrouwen en kinderen werden ontvoerd. Later werden in Shengal tientallen massagraven ontdekt.
Om deze misdaden te documenteren en de waarheid aan het licht te brengen, heeft de Verenigde Naties (VN) via een in 2017 aangenomen resolutie het Onderzoeksteam van de Verenigde Naties ter bevordering van de verantwoordingsplicht voor door Da’esh/ISIL gepleegde misdaden (UNITAD) opgericht. In 2018 begon het team met het opgraven van massagraven in Shengal. DNA-onderzoek op de geborgen stoffelijke resten leidde tot de identificatie van veel slachtoffers die tijdens de genocide waren vermoord. Zowel het streven naar gerechtigheid als het gerechtelijke proces bleven echter overschaduwd door lokale en internationale politieke overwegingen.
Naarmate het onderzoek vorderde, kwam er ook informatie naar voren over de politieke en militaire verantwoordelijkheid voor de genocide. Met name de Iraakse regering en de Koerdische Democratische Partij (KDP) werden – zowel in het collectieve geheugen als in de eerste rapporten – verantwoordelijk geacht voor het in de steek laten van de bevolking tijdens de genocide en het niet nakomen van hun plicht om burgers te beschermen.
Ondanks deze historische verantwoordelijkheid werd het mandaat van UNITAD in 2024 op verzoek van de Iraakse regering beëindigd en trok het team zich terug uit het land.
De situatie ter plaatse vertelt echter een ander verhaal. Meer dan tien massagraven in Shengal zijn nog steeds niet geopend, terwijl er vermoedelijk nog veel meer onontdekte begraafplaatsen in de regio bestaan. Bovendien worden meer dan 500 sets menselijke resten die uit massagraven zijn geborgen nog steeds bewaard bij het Medisch-Forensisch Instituut in Bagdad, in afwachting van DNA-identificatie voordat ze aan hun families kunnen worden teruggegeven.
Een van de meest controversiële kwesties rond de terugtrekking van UNITAD betreft het lot van de documenten en archieven die tijdens het onderzoek zijn verzameld. Volgens beschuldigingen zouden de door het internationale team samengestelde dossiers – met daarin niet alleen bewijsmateriaal van door ISIS gepleegde misdaden, maar ook informatie over het gedrag van lokale actoren – na afloop van de missie van UNITAD zijn overgedragen aan instellingen die gelieerd zijn aan de KDP.
Deze gemelde overdracht is bekritiseerd door sommige waarnemers, die aanvoeren dat bewijsmateriaal en officiële documenten met betrekking tot de genocide in feite onder de controle zijn geplaatst van degenen wier verantwoordelijkheid tijdens de genocide zelf ter discussie staat.
Met name de beschuldigingen dat documenten over de terugtrekking van de Peshmerga-troepen uit Shengal vóór de genocidecampagne en over de omstandigheden waardoor de Yezidi’s aan genocide werden blootgesteld, nu onder de controle van KDP-instellingen vallen, hebben opnieuw tot controverse geleid. Er is ernstige bezorgdheid geuit over de vraag of deze documenten op de juiste wijze zullen worden bewaard, of de inhoud ervan zou kunnen worden gewijzigd en of bewijsmateriaal met betrekking tot historische en juridische verantwoordelijkheid in het gedrang zou kunnen komen.
Deze situatie dreigt niet alleen de rechtsgang te belemmeren, maar vormt ook een ernstige bedreiging voor het behoud van de historische waarheid over de genocide in Shengal.