ECOLOGIE

Güneş: „Een grootschalige oorlog tegen de natuur“

Güneş: „Een grootschalige oorlog tegen de natuur“
  • Noord-Koerdistan

In Koerdistan nemen ingrepen in de natuur en leefgebieden al jaren toe. Energieprojecten, mijnbouw en infrastructuurprojecten tasten de ecologische en sociale structuren ernstig aan. DEM-parlementslid Beritan Güneş ziet hierin meer dan alleen losstaande milieuproblemen. In een gesprek met ANF Nieuwsagentschap beschrijft ze de ontwikkelingen als onderdeel van een alomvattende strategie die ecologische vernietiging, economische belangen en politieke controle met elkaar verbindt. Güneş spreekt over de gevolgen van zonne-, wind- en mijnbouwprojecten, over verdrijving en het gebrek aan inspraak, en over waarom zij de huidige ontwikkelingen omschrijft als een “oorlog tegen de natuur”.

Welke maatregelen eist u in het licht van de geplande zonne- en windenergieprojecten in Mêrdîn en Dersim, die landbouwgrond en natuurlijke leefgebieden onder druk zetten?

In Dersim, Mêrdîn en grote delen van Koerdistan wordt momenteel een systematisch beleid gevoerd om de natuur te ontnatuurlijken. De natuur wordt door de Turkse regering niet als leefgebied beschouwd, maar louter als grondstof. Op basis hiervan worden in het belang van aan de regering gelieerde kapitaalgroepen alle juridische hindernissen uit de weg geruimd om dit vernietigingsbeleid door te voeren. Milieueffectrapportages zijn verworden tot louter formaliteiten.

In Pilemor bijvoorbeeld moet een mijn worden aangelegd – in een regio waarvan de natuur voor de bevolking van Dersim een bijzondere, ook spirituele betekenis heeft. In Şirnex is daarentegen nauwelijks nog bos over: in samenwerking tussen het leger, dorpsbewakers en bedrijven worden dagelijks bomen gekapt, terwijl olie- en mijnbouwprojecten het landschap regelrecht verscheuren. Met zogenaamde „veiligheidsdammen” wordt water bovendien feitelijk tot een instrument van controle gemaakt. De voortdurend groeiende energiebehoeften van het industrialisme dienen daarbij als rechtvaardiging voor projecten zoals stuwdammen en waterkrachtcentrales, die tegelijkertijd massale ecocide veroorzaken. Maar achter veel van deze plannen gaan niet alleen economische belangen schuil, maar ook veiligheids- en militaire strategieën.

Beritan Güneş

Ook in Gimgim is deze ontwikkeling zichtbaar: door geplande geothermische projecten worden mensen uit hun dorpen verdreven en van hun bestaansmiddelen beroofd. Zonder de vernietiging en het verdrijvingsbeleid van de jaren negentig te hebben verwerkt, wordt er vandaag de dag geprobeerd om met andere middelen hetzelfde doel te bereiken. Wat destijds met militair geweld gebeurde, wordt vandaag de dag onder het mom van recht en investeringen, in het belang van kapitaal en winst, doorgevoerd.

In Mêrdîn daarentegen moeten zonne- en windenergie-installaties gericht op landbouwgrond en weidegebieden worden gebouwd. Daarbij komen nog mijnbouw- en steengroeveprojecten, die kunstmatige trillingen veroorzaken, het grondwater vernietigen en historische plaatsen zoals de Rabat-burcht of de GAP-watervallen bedreigen. De lucht wordt steeds onleefbaarder. Bedrijven als Eti Bakır en Cengiz Holding dragen in belangrijke mate bij aan de vervuiling van lucht, water en bodem en zijn toch van plan nog meer installaties te bouwen. We zijn hier getuige van een grootschalige oorlog tegen de natuur. Deze ontwikkelingen alleen maar als ecocide bestempelen, gaat echter te kort.

Waarom?

Omdat dit beleid niet alleen gericht is op ecologische vernietiging, maar tegelijkertijd ook een vorm van maatschappelijke vernietiging vormt. Ecocide en maatschappelijke vernietiging gaan hier hand in hand. Mensen worden van hun bestaansmiddelen verdreven, ze worden beroofd van schone bodems, water en lucht, en ze worden in feite tot migratie gedwongen. Daarom kan een dergelijk complex probleem niet worden teruggebracht tot afzonderlijke „maatregelen“. Ecologische vernietiging kan niet geïsoleerd worden bekeken; ze is onlosmakelijk verbonden met kapitalistische en autoritaire structuren. Zoals Abdullah Öcalan het formuleert, is de kapitalistische moderniteit gebaseerd op drie centrale pijlers: industrialisme, kapitalisme en de natiestaat. Deze drie elementen werken samen en bepalen ook het huidige beleid ten aanzien van de natuur en de samenleving.

Een effectieve tegenstrategie kan alleen worden ontwikkeld als met deze verbanden rekening wordt gehouden. Tegelijkertijd zijn er concrete stappen die onmiddellijk moeten worden genomen: de bouw van energie-installaties in woon- en productieruimtes moet worden gestopt. Milieueffectrapportages moeten onafhankelijk, wetenschappelijk onderbouwd en controleerbaar worden uitgevoerd. Maar bovenal moet de bevolking het recht krijgen om over hun eigen leefomgeving te beslissen.

Welk beleid acht u noodzakelijk om te voorkomen dat zonne- en windenergieprojecten een negatieve invloed hebben op de levenswijze in de dorpen, de migratie en de culturele structuur van de regio?

Zoals reeds aangegeven, worden zonne- en windenergieprojecten weliswaar gepresenteerd als “hernieuwbare” en “schone” energie. Het is echter van cruciaal belang waar en met welke motieven deze installaties worden gebouwd. Wanneer – zoals in het geval van Koerdistan – dergelijke projecten midden in leefgebieden en productiegebieden worden geplaatst, werken ze als barrières. Ze versnipperen de lokale sociale en economische structuren. Dat leidt tot een domino-effect: de landbouwproductie neemt af, de armoede neemt toe en veel mensen zien zich gedwongen hun dorpen te verlaten. Dat is precies wat we nu al zien gebeuren. Tegen deze achtergrond moet een ecologisch perspectief de basis vormen voor alle politieke beslissingen en uitvoeringsprocessen. Concreet betekent dat vooral één ding: projecten zoals zonne- en windenergie-installaties mogen niet op landbouwgrond en weidegebieden worden gebouwd.

Wordt er bij de planning van dergelijke projecten voldoende rekening gehouden met de standpunten en behoeften van de lokale bevolking? En hoe moet het inspraakrecht van de mensen in besluitvormingsprocessen worden gewaarborgd?

Het antwoord is duidelijk: nee. Wij zijn van mening dat democratie in alle aspecten van het leven verankerd moet zijn. Dat betekent dat bij elk project, of het nu gaat om een steengroeve in een dorp of een zonne- of windenergie-installatie op weilanden, eerst de lokale bevolking moet worden betrokken. Maar het is niet voldoende om alleen hun mening te vragen. De mensen moeten zelf de beslissers zijn over hun eigen leefomgeving. Het gaat om het recht om te bepalen wat er met hun eigen land en hun eigen bestaansmiddelen gebeurt.

In de praktijk zien we echter het tegenovergestelde. Bij geen enkel project dat ten koste van de natuur wordt uitgevoerd, is de bevolking daadwerkelijk betrokken. Integendeel: protesten tegen dit beleid van ecologische vernietiging worden op veel plaatsen onderdrukt, activisten worden gearresteerd en opgesloten. Hoe weinig serieus participatie wordt genomen, blijkt uit een concreet voorbeeld: In het kader van het geplande Dicle-windenergieproject, dat een groot gebied rond Dêrik, Şemrex en Qoser omvat, werd een wettelijk voorgeschreven informatiebijeenkomst gehouden. In een stad met ongeveer 61.000 inwoners namen daar amper 15 mensen aan deel.

Dit toont duidelijk aan dat zelfs formele participatiemechanismen niet serieus worden toegepast. Daarom is het van cruciaal belang om het inspraakrecht van de bevolking daadwerkelijk te garanderen en ervoor te zorgen dat zij een centrale rol speelt in alle besluitvormingsprocessen.

Als men kijkt naar de juridische geschillen, de milieueffectrapportages en de betrokken bedrijven, ontstaat het beeld van een samenspel tussen overheid, justitie en kapitaal. Hoe beoordeelt u deze structuur?

In Turkije zijn we al jaren getuige van een systematische afbraak van instellingen. Hoewel er al eerder tekortkomingen waren in de democratische cultuur, is deze ontwikkeling aanzienlijk verscherpt. Tegenwoordig handelen vrijwel alle instellingen alsof ze vanuit één centraal punt worden aangestuurd, en negeren ze daarbij zowel nationale als internationale rechtsbeginselen om de belangen van het kapitaal vrij spel te geven. Alle juridische hindernissen die de vernietiging van de natuur in de weg zouden kunnen staan, worden doelgericht uit de weg geruimd. Wanneer er juridische stappen tegen deze projecten worden ondernomen, worden de procedures ofwel getraineerd ofwel openlijk afgewezen, vaak zonder serieuze toetsing. Dit gebeurt niet onafhankelijk van elkaar, maar met medeweten, onder controle en met directe betrokkenheid van de politieke macht. Samengevat betekent dit: de natuur wordt in het belang van de winst behandeld als louter een hulpbron, de regering ruimt alle bureaucratische en institutionele obstakels uit de weg, en de rechterlijke macht fungeert als instrument om verzet te breken en kritiek te onderdrukken.

 

Gerelateerde Artikelen