- Zuid-Koerdistan
Sommigen waren hierheen meegevoerd door de wind, als gevallen bladeren; anderen kwamen aan met de laatste sprankjes hoop die ze nog hadden overgehouden uit een door vlammen verwoest vaderland. Ze waren ongetwijfeld de kinderen van de zon; ze kenden het geheim om uit hun eigen as weer op te staan. Hoewel ze enorme tragedies, onverbiddelijke pijn en rivieren van tranen achter zich hadden gelaten, droegen ze in de schoot van de hoop altijd de belofte van een nieuwe dageraad met zich mee.
En dus waren ze niet verdwenen. Degenen die over de duisternis heersten, waren er niet in geslaagd deze eeuwenoude namen van de aardbodem uit te wissen. Ze wachtten gewoon – op die gezegende dag waarop de zon zou opkomen om nooit meer onder te gaan; op het moment waarop de twaalf ruiters van Derwêş zouden terugkeren, wanneer ze de in dat land begraven geschiedenis zouden terugwinnen en deze opnieuw zouden bekronen uit de as van ruïnes en verwoesting.
Nu staan ook wij op de drempel van deze dageraad en volgen we de sporen van een verborgen geschiedenis op de ruige hellingen van Shengal [Ook bekend als Sinjar, -red.] – een geschiedenis die door verschillende beschavingen is achtergelaten en begraven ligt onder de grond van de tijd.
In een tijdperk waarin de buitenwereld de mensheid onderdrukte door machtsstrijd, meedogenloze bloedbaden en verwoestende hongersnoden, lagen er oeroude valleien verscholen achter immense bergen. Eeuwenlang vormde dit land de enige uitweg naar redding voor talloze volkeren die hun thuisland hadden verloren, ondanks hun verschillende talen en geloofsovertuigingen. Terwijl deze majestueuze bergen, met hun rotsachtige flanken, de genadeloze stormen weerstonden die daarbuiten woedden, voedde hun vruchtbare grond elke gekwetste ziel die daar zijn toevlucht zocht met hetzelfde medeleven.
In de donkere schaduw van genocide en bloedbaden waren de yezidi’s en de Armeniërs, verbonden door een gemeenschappelijk lot, niet onbekend met elkaars wonden. In 1915, toen de Armeniërs werden onderworpen aan het wrede deportatie- en uitroeiingsbeleid van het Ottomaanse Rijk, vonden zij een van de veiligste toevluchtsoorden in het gebied van de Yezidi’s. Het was een onwankelbare band van vertrouwen, gesmeed door een gedeelde herinnering aan het lijden.
Wanneer we de as van het verleden doorzoeken, komt er een epos van verzet naar voren van twee oude volkeren die worstelden om te overleven te midden van de ruige geografie van het Midden-Oosten. In de nasleep van 1915 begaf een groep Armeniërs zich naar de bergen van Shengal.
Derase was een van de belangrijkste heilige toevluchtsoorden waar degenen die beschutting zochten op de ruige hellingen van Shengal en in het thuisland van de Yezidi’s hun thuis vonden. Vandaag de dag is elke stap die we in Derase zetten, elke steen die onze aandacht trekt, doordrongen van het diepe verdriet van die tijd. De sfeer voert ons mee voorbij de grenzen van de tijd en laat ons het verleden herbeleven door de pijn van het heden. Het enige dat uit die dagen was overgebleven, waren ruïnes en stenen kamers – shikefts – waar herinneringen hun toevlucht hadden gezocht. Elke shikeft droeg het verborgen stempel van een immense tragedie en een onverzettelijke wil om te overleven.
Deze stroom van leed zou in 2014 opnieuw langs dezelfde loop stromen, met een van de ernstigste genocidecampagnes van de 21e eeuw. Geconfronteerd met een duistere campagne die erop gericht was het yezidisme met wortel en tak uit te roeien en van de aardbodem te wissen, zocht het Yezidische volk, geleid door zijn historische herinnering, opnieuw zijn toevlucht in Derase. Op dat angstaanjagende moment, toen de wereld zich afwendde en vluchtte en de duisternis als een nachtmerrie over Shengal neerdaalde, rukten vrijheidsstrijders, met de vlag van de menselijke waardigheid hoog in de hand, op tegen de duisternis en veranderden ze de loop van de geschiedenis.
Het was geen toeval dat de twaalf ruiters die kwamen om de meest recente genocide op de Yezidi’s het hoofd te bieden, deze plek tot een bolwerk van verzet maakten; deze plek droeg de echo’s van een eeuwenoude traditie in zich. Wat in de personen van de twaalf ruiters die zich daar verzetten het doelwit was, waren de Armeense wortels waarvan men de herinnering wilde uitwissen, en het onverzettelijke verzet van de Yezidi’s.
Voor het eerst keerde de geschiedenis, dankzij deze twaalf ruiters, een tragisch lot om dat verweven was met lijden. Derase was niet langer louter een toevluchtsoord om te overleven; het werd een monument voor verzet, bekroond met de overwinning van het heldendom en de waardigheid van de Yezidi’s.
Terwijl onze voetstappen weerklinken over de stenen van dit eeuwenoude land, omhult de beklijvende sfeer onze zielen. Elk spoor uit het verleden lijkt via de spiegel van de geschiedenis terug te staren naar het heden. En de tijdloze wind van de vallei fluistert hetzelfde slaapliedje aan elke vermoeide ziel die de drempel overschrijdt:
“Rust uit. Je bent hier veilig; dit is het gezamenlijke thuis van de gekwetste mensheid.”
Auteur: Kardelen Erdem












