Noord-Koerdistan
De Birca Belek Vereniging voor Taal en Cultuur en de Cûdî Vereniging voor Taal en Cultuur hebben tijdens een persconferentie in Cizre de verklaring ter gelegenheid van de Koerdische Taaldag op 15 mei voor de regio Botan gepresenteerd.
Voorafgaand aan het voorlezen van de verklaring verzamelden vertegenwoordigers van politieke partijen, democratische massabewegingen en talrijke lokale inwoners zich voor het gebouw van de Birca Belek Vereniging voor Taal en Cultuur. De menigte trok naar de plek waar de verklaring zou worden voorgelezen, onder het scanderen van slogans als “Lang leve de Koerdische taal” en “Zonder taal is er geen leven”. Tijdens de mars droegen de deelnemers spandoeken met teksten als “Onze taal is onze waardigheid” en “Zonder taal is er geen leven”.
Tijdens de verklaring, waarbij een spandoek met de tekst “Status voor het Koerdisch, onderwijs in het Koerdisch” werd getoond, zei Zehra Elçi, bestuurslid van de Birca Belek Taal- en Cultuurvereniging, dat taal niet louter een communicatiemiddel is, maar ook de hoeksteen van het historisch geheugen en de collectieve identiteit.
Zehra Elçi verklaarde dat het Koerdische volk zijn taal heeft weten te behouden ondanks decennia van assimilatie- en verbodsbeleid. Elçi zei: „Eeuwenlang heeft het Koerdische volk zijn taal met ijzeren wil beschermd en tot op de dag van vandaag in stand gehouden, tegen elk beleid van assimilatie en ontkenning in.”
Elçi vestigde ook de aandacht op het Vredes- en Democratisch Maatschappijproces en zei dat Abdullah Öcalan de discussies over de vrijheid en de status van de Koerdische taal heeft versterkt. Ze benadrukte dat de taalkundige, culturele, politieke en juridische rechten van het Koerdische volk niet als onderhandelingsonderwerp mogen worden behandeld en riep op om het Koerdisch te erkennen als onderwijstaal en onder grondwettelijke bescherming te plaatsen.
Volgens Zehra Elçi houdt de isolatie die aan Abdullah Öcalan is opgelegd rechtstreeks verband met de druk die wordt uitgeoefend op de waarden van het Koerdische volk en de Koerdische taal. Ze riep ook op tot politieke en juridische erkenning van de Koerdische identiteit en status.
Zehra Elçi haalde ook de woorden van Abdullah Öcalan aan: „Zolang Koerden niet in hun eigen taal denken, spreken en schrijven, zal hun vrijheid niet blijvend zijn.” Ze stelde dat de moedertaal een universeel en natuurlijk recht is. Ze omschreef onderwijs in de moedertaal als een „rode lijn” en voegde daaraan toe: „De moedertaal is net zo onmisbaar voor het sociale leven als brood en water.”
Elçi kondigde aan dat er in Şırnak (Şirnex) en de omliggende districten Koerdische taalmarsen, workshops, dengbêj-programma’s, kinderevenementen, symposia en cultureel-artistieke activiteiten zouden worden georganiseerd, en voegde eraan toe: “We zullen elke straat en elk huis met Koerdisch kleuren.”
De verklaring eindigde met applaus en slogans, waarna de deelnemers later de govend dansten, begeleid door traditionele trommel- en zurna-muziek.
Bron: ANF