Afgelopen vrijdag vond in Jena, Duitsland, een evenement plaats met de titel „Vijf jaar verzet: onze stemmen blijven luid klinken”, Naa aanleiding van het vijfjarig bestaan van het Taliban-bewind in Afghanistan. Het evenement stond in het teken van het verzet van Afghaanse vrouwen in Herat, Kabul en Bamyan, hun inspanningen om zich te organiseren en de vraag hoe vrouwen wereldwijd samen kunnen strijden tegen patriarchaal geweld en onderdrukking. Het evenement werd georganiseerd door Netzwerk gegen Feminizide (Netwerk tegen Vrouwenmoorden) Thüringen, Gemeinsam Kämpfen (Samen Strijden) en Wisdom House – Gratis Onderwijs voor Afghaanse Meisjes.
De deelnemers bekeken een documentaire over het verzet van vrouwen in Afghanistan. De film laat zien hoe vrouwen zich blijven organiseren, ruimtes voor onderwijs creëren en hun protesten in de openbaarheid brengen, ondanks de massale onderdrukking door de Taliban. Eén punt werd daarbij bijzonder duidelijk: verzet begint niet pas bij de directe strijd tegen de Taliban. Het begint al eerder – thuis, binnen gezinnen, overal waar vrouwen worden blootgesteld aan patriarchale geweld en onderdrukking.
Vrouwen worden van hun rechten beroofd, uit het openbare leven verdrongen en blijven te maken hebben met ernstig geweld. Zelfmoorden en vrouwenmoorden maken deel uit van een realiteit die blijft voortduren. En terwijl vrouwen in Afghanistan onder deze omstandigheden vechten voor hun vrijheid en hun leven, werkt de Duitse bondsregering samen met de Taliban en organiseert zij uitzettingen naar Afghanistan.
Daarna werden gedichten en verklaringen van deelnemers voorgelezen en werden kunstwerken van jonge vrouwen uit Afghanistan gepresenteerd. Uit hun perspectieven bleek duidelijk dat verzet vele vormen aanneemt: via kunst en onderwijs, organisatie, openbaar protest en de dagelijkse keuze om zich niet te onderwerpen aan patriarchale overheersing. De discussie die daarop volgde, draaide vooral om één vraag: hoe kunnen vrouwen over de hele wereld zich gezamenlijk organiseren om het mondiale patriarchaat collectief aan te vechten?
De filosofie van „Jin, Jiyan, Azadî“ [Vrouw, Leven, Vrijheid] speelde een centrale rol in deze discussie. Deze staat voor de internationale netwerkvorming van vrouwenorganisaties, zelforganisatie op alle gebieden van de samenleving en de ontwikkeling van een autonome, zelfbepaalde identiteit. In plaats van te wachten tot bestaande maatschappelijke structuren hen vrijheid verlenen, moeten vrouwen zichzelf organiseren en hun eigen ruimtes, structuren en politieke perspectieven creëren.
Tegelijkertijd kwam ook de verantwoordelijkheid van mannen aan bod. Veel mannen deelden de mening dat ze vaak niet genoeg moed hebben om zich te verzetten tegen de Taliban, maar ook tegen patriarchale structuren en geweld binnen hun eigen gezinnen. Wat er daarom nodig is, zijn mannen die meer doen dan alleen hun solidariteit betuigen – mannen die actief aan de zijde van vrouwen staan en patriarchale verhoudingen zowel in zichzelf als samen met andere mannen aan de kaak stellen.
Ook werd benadrukt dat de geschiedenis van het patriarchaat collectief moet worden begrepen: „Het patriarchaat is geen onveranderlijke of natuurlijke toestand. Het is een sociale orde die historisch is ontstaan en daarom ook kan worden overwonnen. De vraag is wat voor soort samenleving we in de plaats daarvan willen opbouwen – en welke rol vrouwen daarin zullen spelen. De waarden die vrije en zelfbeschikkende vrouwen belichamen, moeten centraal staan.”
Strijd over de grenzen heen is met elkaar verbonden
Ook het belang van internationale solidariteit werd door de deelnemers benadrukt, aangezien de strijd van vrouwen wereldwijd onder verschillende omstandigheden plaatsvindt, maar toch onderling verbonden is. Verzet mag niet worden opgevat als een reeks afzonderlijke strijdpunten. De revolutie in Koerdistan, „Jin, Jiyan, Azadî“, de revolutie in Iran en Rojhilat, het verzet van vrouwen in Abya Yala en Afghanistan, en de strijd tegen vrouwenmoorden in Duitsland en de rest van de wereld maken allemaal deel uit van dezelfde strijd. Het doel is om van elkaar en van verschillende ervaringen en organisatievormen te leren, internationale netwerken op te bouwen en samen zichtbaar te maken dat patriarchaal geweld geen individuele kwestie is, maar een maatschappelijk en mondiaal probleem.
Een deelnemer bracht een belangrijk punt naar voren: „Zelfs als een evenement als dit nog geen 200 mensen bijeenbrengt, betekent dat niet dat het verzet klein is. Iedere aanwezige heeft er bewust voor gekozen om voor vrijheid te strijden. Daarin schuilt een vonk van hoop waaruit de volgende stappen kunnen voortkomen. Het gaat niet alleen om aantallen, maar om de betekenis van de moed van elk individu om elke dag opnieuw voor verzet te kiezen.”
Solidariteit met de YPJ
Aan het einde van het evenement ging de aandacht uit naar de huidige situatie in Rojava en, in het bijzonder, naar de bedreigingen waarmee de Vrouwenbeschermingseenheden (YPJ) worden geconfronteerd. Tijdens de discussie werd de mogelijke integratie van de YPJ in het Syrische leger gezien als een aanval op de autonome organisatie en zelfverdediging van vrouwen. De YPJ werd geprezen als een voorbeeld van de organisatie van vrouwen, hun vermogen tot collectieve zelfverdediging en hun strijd om hun eigen identiteit en politieke autonomie te behouden.
Om deze reden werd de ontbinding van hun autonome structuren of hun integratie in het Syrische leger niet gezien als een op zichzelf staande kwestie, maar als een aanval op de verworvenheden van de vrouwenrevolutie en de strijd van vrouwen wereldwijd. Het evenement werd daarom afgesloten met een oproep om niet alleen internationale solidariteit te betuigen, maar deze ook in de praktijk zichtbaar te maken. Als teken van solidariteit met de YPJ verzamelden de deelnemers zich voor een groepsfoto.
De deelnemers verlieten de avond met hoop en vertrouwen in komende evenementen en verdere collectieve organisatie. Tot slot werd ook het belang van een gedeelde cultuur bij het opbouwen van toekomstige verbindingen benadrukt: „Cultuur kan een manier bieden om te communiceren en gevoelens te uiten – zelfs als niet iedereen dezelfde taal spreekt. Door middel van muziek, kunst, poëzie en gedeelde vormen van culturele expressie kunnen we elkaar nog steeds begrijpen. Daarin schuilt een bijzondere kracht: cultuur kan ons helpen om opnieuw empathie te leren en onszelf te zien als leden van één gemeenschappelijk volk, dat dezelfde pijn, verlangens, dromen en worstelingen deelt."