- Rojhilat/Oost-Koerdistan
De Alliantie van Politieke Partijen van Iraans Koerdistan heeft een verklaring uitgegeven over de recente aanvallen van het Iraanse regime op de Koerdische regio, ondanks het bestaande staakt-het-vuren.
De alliantie stelde dat de aanvallen tijdens het staakt-het-vuren de houding van de Islamitische Republiek Iran ten opzichte van vrede en politieke oplossingen blootleggen, en verklaarde: „Geweld en terreur zijn middelen waarmee het regime zijn voortbestaan veiligstelt.“
In de verklaring werd opgemerkt dat Iran de soevereiniteit van Zuid-Koerdistan heeft geschonden door gebruik te maken van kamikaze-drones en politieke vluchtelingenkampen in Rojhilat (Oost-Koerdistan) heeft aangevallen, waarbij deze aanvallen werden veroordeeld als duidelijke schendingen van het internationaal recht en de Verdragen van Genève.
De recentste aanvallen van Iran in de Koerdische regio van Irak waren gericht op het Azadi-kamp van de Democratische Partij en het Surdash-kamp van de Arbeiderspartij, waarbij twee peshmerga-strijders gewond raakten en een vrouwelijke peshmerga die bij de Arbeiderspartij hoorde, Xezal Mulan, omkwam.
De alliantie deed een beroep op de Iraakse federale regering, de Verenigde Staten en de Verenigde Naties, en stelde dat het veroordelen van de aanvallen alleen niet voldoende is en dat er concrete stappen moeten worden ondernomen om ze te stoppen. Zij benadrukte dat deze aanvallen een schending vormen van de soevereiniteit van zowel Irak als de bredere regio.
In de verklaring werd ook benadrukt dat deze aanvallen de wil van het Koerdische volk niet zullen verzwakken, en werd toegevoegd: “Druk en aanvallen zullen de eenheid van de Koerdische politieke krachten en het volk verder versterken.”
De alliantie sloot haar verklaring af met de volgende nadrukkelijke woorden: „Wij herhalen onze belofte aan de martelaren van de vrijheidsstrijd. Onze strijd zal doorgaan totdat het regime van de Islamitische Republiek is omvergeworpen en ons volk zijn nationale rechten heeft verworven.“