Met de goedkeuring van de kaderwet in het kader van het proces voor vrede en een democratische samenleving is in Turkije voor het eerst een wettelijke basis gelegd om het conflict rond de Koerdische kwestie van een militaire confrontatie naar een politieke en democratische fase te brengen. Voor de medevoorzitter van KONGRA-GEL, Remzi Kartal, ligt juist daarin de historische betekenis van de wet, en niet in de concrete inhoud ervan. Volgens de politicus kan de wet de Koerdische kwestie noch oplossen, noch het democratiseringsproces afronden. Ze markeert veeleer het begin van een langdurig politiek proces, dat door verdere wettelijke hervormingen, dialoog en onderhandelingen moet worden voortgezet.
„De wet opent de weg naar democratische politiek“
Kartal beoordeelt de kaderwet tegen de achtergrond van een decennialang conflict en het beleid van ontkenning en vernietiging jegens de Koerden. Pas tegen deze historische achtergrond kan de werkelijke betekenis ervan worden begrepen. „We moeten deze wet bekijken in het licht van de omstandigheden waaronder hij tot stand is gekomen. Na een eeuw van conflicten en een beleid van ontkenning en uitroeiing worden voor het eerst de voorwaarden geschapen om de strijd rond de Koerdische kwestie te verplaatsen van een militaire confrontatie naar een politiek en democratisch niveau. Dat is precies waar het om gaat. De wet is niet alles. Ze opent slechts een deur voor dit proces. Meer van deze wet verwachten, zou niet realistisch zijn.”
De oplossing van de Koerdische kwestie is hiermee nog niet bereikt. Toch betekent de wet een fundamentele politieke verandering. „De Koerdische kwestie wordt door deze wet niet opgelost. Het is veeleer een stap die de weg vrijmaakt voor de democratisch-politieke strijd. Vanuit dat oogpunt is het van groot belang. Afgemeten aan onze verwachtingen en aan het doel van een alomvattende democratisering voldoet het weliswaar niet volledig aan deze eisen. Als opstap naar een nieuwe fase en als deuropener voor de democratisch-politieke strijd is het echter een belangrijke stap.”
Kritiek op de bewoordingen en de inhoud van de wet
Tegelijkertijd spaart Kartal zijn kritiek op de aangenomen wet niet. Zowel de inhoud als de gebruikte taal schieten volgens hem tekort ten opzichte van de eisen van het proces. „De stijl, de taal en talrijke bepalingen van deze wet vertonen aanzienlijke tekortkomingen. De wet had veel uitgebreider moeten zijn. Met name de bepalingen inzake de terugkeer uit de bergen en uit Europa bevatten ernstige lacunes. Daar komt nog de taal van de wet bij. Termen als ‘terreur’ passen niet bij een politiek en democratisch debat, waarin gedachten vrijelijk moeten kunnen worden geuit.” Ondanks deze tekortkomingen weegt voor hem het fundamentele belang van de wet zwaarder. „Ook al voldoet deze wet niet volledig aan onze verwachtingen, vormt zij in wezen een historische stap. Zij schept de voorwaarden waardoor dit strategische proces zich op basis van dialoog en democratische politiek verder kan ontwikkelen.”
Terugkeer vereist meer dan een overgangswet
Kartal wijst erop dat de kaderwet weliswaar de overgang naar een nieuwe fase moet regelen, maar dat de echte uitdagingen pas beginnen bij de praktische uitvoering ervan. Vooral de terugkeer van leden van de Koerdische guerrilla en politici in ballingschap vereist veel meer dan de tot nu toe voorziene wettelijke regelingen. „Er wordt gezegd dat deze wet is opgesteld voor een overgangsfase. Maar een loutere overgangswet volstaat niet. De wet had tegelijkertijd een kader moeten scheppen dat de maatschappelijke integratie mogelijk maakt van degenen die terugkeren uit de bergen, uit Europa of uit de plattelandsgebieden. Juist daarvoor biedt de wet geen antwoorden.”
Veel vragen zullen daarom pas in de loop van het proces moeten worden opgehelderd. „Met deze wet beginnen de echte discussies pas. Hoe worden de terugkeerders opgevangen? Waar worden ze in eerste instantie ondergebracht? Welke juridische en maatschappelijke regelingen zijn er nodig? Al deze vragen zullen in de loop van de praktische uitvoering moeten worden beantwoord. Het is goed mogelijk dat Abdullah Öcalan daarbij direct coördinerende taken op zich zal nemen.“
Ook de dienstplicht moet worden geregeld
Kartal noemt de dienstplicht als een aspect dat tot nu toe nauwelijks aandacht heeft gekregen. Voor talrijke leden van de Koerdische vrijheidsbeweging zou dit een belemmering voor hun terugkeer kunnen vormen en moet het daarom ook deel uitmaken van de verdere onderhandelingen. „Veel van degenen die al jaren in de bergen of in Europa wonen, hebben nooit hun dienstplicht vervuld. Als hun terugkeer vervolgens onmiddellijk tot een oproep voor militaire dienst zou leiden, zou dat veel mensen ervan weerhouden terug te keren. Daarom moet ook dit onderwerp binnen de coördinatie, met medewerking van Abdullah Öcalan en in dialoog met de staat, worden opgelost.” Voor Kartal toont juist deze kwestie aan dat het proces met de kaderwet nog niet is afgerond. „Dergelijke kwesties moeten in de volgende fasen worden besproken en opgehelderd. De tweede en derde fase van het proces moeten oplossingen opleveren voor al die problemen die de wet tot nu toe openlaat.”
„Politieke beperkingen zullen dit proces niet tegenhouden“
Kartal wijst er bovendien op dat tijdens de besprekingen over het wetsontwerp al enkele beperkingen zijn versoepeld. „Dat toont aan dat dit proces wordt voortgezet. Veel kwesties die vandaag de dag nog niet zijn geregeld, zullen het onderwerp vormen van nieuwe wetten en verdere dialoog- en onderhandelingsrondes.” Tegelijkertijd benadrukt hij dat de nog bestaande beperkingen het politieke werk van de Koerdische beweging op de lange termijn niet kunnen verhinderen. Ook beperkingen bij het bekleden van officiële functies binnen politieke partijen veranderen daar niets aan.
„Het klopt dat er beperkingen gelden voor functies in officiële partijorganen. Maar mensen die al decennia lang voor vrijheid hebben gestreden, zijn niet afhankelijk van het feit dat ze voorzitter of functionaris van een partij zijn. Ze zullen hun werk overal in de samenleving voortzetten. Niemand kan hen door middel van wettelijke beperkingen afsnijden van de samenleving of hun politieke engagement. Zelfs als er op officieel niveau beperkingen gelden, zullen zij hun activiteiten op andere manieren doeltreffend voortzetten. Tegelijkertijd zullen wettelijke en grondwettelijke veranderingen ook in de toekomst deel blijven uitmaken van het democratisch-politieke debat.”
De kwestie van het vertrouwen
Voor Kartal zal het succes van het proces niet afgemeten worden aan de afzonderlijke bepalingen die de kaderwet nu al bevat. Bepalend is veeleer dat er na decennia van gewapende conflicten voor het eerst de voorwaarden worden geschapen om de Koerdische kwestie op democratische en politieke wijze te bespreken. Tegelijkertijd geeft hij toe dat een dergelijke overgang niet kan slagen zonder wederzijds wantrouwen. „Natuurlijk rijst de vraag hoe vertrouwen tot stand moet komen. Mensen leggen de wapens neer en keren terug naar Turkije. Tegelijkertijd wachten ze af hoe hun rechten in de toekomst zullen worden geregeld. Na zo’n langdurig gewapend conflict heerst er zowel binnen de beweging als in de samenleving een diep wantrouwen. Dat is een realiteit.“
Toch is vertrouwen van oudsher een centraal onderdeel geweest van de Koerdische vrijheidsbeweging. „We hebben deze beweging onder leiding van Abdullah Öcalan opgebouwd – in vertrouwen op zijn politieke koers, op onze eigen kracht en op ons volk. Daaraan zal ook in de toekomst niets veranderen. Tegelijkertijd weten we dat er ook aan de andere kant terughoudendheid bestaat ten opzichte van een beweging waartegen decennialang oorlog is gevoerd.” Juist daarom zijn de politieke taal en het verdere verloop van de dialoog van bijzonder belang. „Dit wederzijdse wantrouwen kan alleen worden overwonnen als het proces wordt gevoerd met de juiste taal, een verantwoordelijke houding en een verstandige politieke strategie. Ik ben ervan overtuigd dat het vertrouwen op deze manier stap voor stap kan groeien.”
‘Het ontkenningbeleid is ten einde gekomen’
Kartal wijst de vaak gestelde vraag af wat de Koerden na het einde van de gewapende strijd concreet hebben bereikt. Wie het proces uitsluitend afmeet aan directe politieke concessies, miskent de werkelijke historische betekenis ervan. „Velen vragen zich vandaag de dag af: de PKK heeft zich ontbonden, de gewapende strijd is beëindigd – wat hebben de Koerden daarvoor gekregen? Dergelijke vragen ontstaan wanneer men de aard van dit proces niet begrijpt. In feite hebben de Koerden al een zeer groot politiek voordeel behaald.“
Kartal ziet deze vooruitgang vooral in het feit dat er een einde komt aan het decennialange beleid van ontkenning en vernietiging en dat de Koerdische kwestie voor het eerst duurzaam op het politieke toneel wordt gebracht. „Sinds de oprichting van de republiek werden Koerden geconfronteerd met een beleid van ontkenning en vernietiging. Het huidige proces schept voor het eerst de voorwaarden om hun rechten via democratische en politieke wegen te veroveren. De dialoog maakt een einde aan het beleid van ontkenning en vernietiging. Dat deze kwestie vandaag in het parlement wordt behandeld en dat de democratisch-politieke weg de basis is geworden voor het verdere proces, betekent dat dit beleid is mislukt.”
De politieke strijd is hiermee niet ten einde, maar gaat een nieuwe fase in. „In de toekomst zal op democratische wijze worden gestreden voor het recht op de moedertaal, voor onderwijs en voor wettelijke en politieke rechten. De gewapende strijd ontstond omdat de staat decennialang vasthield aan zijn beleid van ontkenning en vernietiging. Dit beleid kon zich echter niet doorzetten. Als het succesvol was geweest, zouden er vandaag de dag noch deze dialoog, noch dit proces zijn.” Voor Kartal opent de kaderwet daarom een perspectief waarin de democratische discussie in de plaats komt van het gewapende conflict. „Vanaf nu gaat het erom democratie en vrijheid voor zowel de Koerden als heel Turkije verder te ontwikkelen, het bestaan van de Koerden juridisch te erkennen en hun taalkundige, politieke, sociale, economische en culturele rechten via democratisch beleid te waarborgen.“
„Zonder Abdullah Öcalan zal dit proces zich niet ontwikkelen“
Kartal kent een sleutelrol toe aan de Koerdische vertegenwoordiger Abdullah Öcalan. Hoewel de kaderwet geen uitdrukkelijke bepaling over zijn status bevat, mag daaruit niet worden geconcludeerd dat hij in het verdere verloop geen centrale rol zal spelen. „Een fundamentele eis van de beweging was vanaf het begin dat Abdullah Öcalan in vrijheid kan leven en werken. Hij heeft zelf herhaaldelijk benadrukt dat dit proces alleen vooruitgang kan boeken als de nodige werkomstandigheden worden gecreëerd en hij het proces leidt en coördineert. Afgaande op wat we waarnemen, is de staat in de eerste fase nog niet bereid om dit openlijk ten opzichte van de eigen bevolking te doen. In de tweede en de daaropvolgende fasen zullen vrije leef- en werkomstandigheden voor Abdullah Öcalan echter onmisbaar zijn. Anders zal dit proces zich niet ontwikkelen.”
Volgens Kartal is het nu al de bedoeling dat Öcalan de praktische uitvoering van het proces begeleidt en coördineert, met name wat betreft de terugkeer van mensen uit de bergen en uit ballingschap. „Al in deze eerste fase zal er een structuur zijn waarin Abdullah Öcalan een coördinerende rol op zich neemt. De terugkeer uit de bergen en uit Europa, de problemen die daarbij ontstaan en het zoeken naar oplossingen zullen onder zijn coördinatie plaatsvinden. Hij zal de ontwikkelingen begeleiden en coördineren. Daarover beschikken we over de nodige informatie.”
Daarom is een terugkeer zonder zijn betrokkenheid noch politiek, noch praktisch denkbaar. „Zonder Abdullah Öcalan, zonder dat hij als gesprekspartner wordt betrokken en zelf tot deze stap oproept, zal dit proces zich noch voor de guerrilla, noch voor de mensen in Europa ontvouwen. Onder deze omstandigheden zal er geen terugkeer plaatsvinden. Dat weet ook de staat. Zijn status wordt weliswaar niet expliciet in de wet genoemd, maar zijn coördinerende rol bij de praktische uitvoering staat buiten kijf. Als het proces doorgaat, zullen zijn arbeids- en levensomstandigheden in een volgende fase ook wettelijk moeten worden geregeld.”
Nieuwe fase vraagt om maatschappelijke verantwoordelijkheid
Tot slot richt Kartal zijn blik op de taken van de komende jaren. De kaderwet betekent niet het einde van de Koerdische kwestie, maar het begin van een nieuwe fase in de democratische en politieke strijd. „Het belangrijkste is dat ons volk en alle democratische krachten de aard van dit proces goed begrijpen. De Koerdische kwestie is hiermee niet opgelost. Er worden veeleer de voorwaarden geschapen voor de democratisch-politieke strijd – en dat is precies wat voor het Koerdische volk een strategische winst is.”
Het gewapende verzet heeft een einde gemaakt aan het beleid van ontkenning en vernietiging. Nu begint een fase waarin politieke en maatschappelijke organisatie bepalend zullen zijn voor het verdere verloop. „Tot op heden moest het Koerdische volk het beleid van ontkenning en vernietiging met gewapend verzet bestrijden. Nu worden de verdere verworvenheden via politieke weg bevochten. Daarom moet iedereen zich afvragen: wat kan ik in dit nieuwe proces doen? Hoe kan ik mijn omgeving organiseren? Hoe kan ik bijdragen aan de democratische en maatschappelijke opbouw?“
Kartal benadrukt dat deze verantwoordelijkheid niet alleen bij de Koerden ligt. „Niet alleen de Koerden, maar ook de Turkse samenleving en alle democratische krachten moeten de gezamenlijke strijd voor democratie versterken en meewerken aan de opbouw van de samenleving. Op basis daarvan kunnen we het bestaande systeem democratisch veranderen en een nieuwe orde creëren waarin de rechten van het Koerdische volk – van de moedertaal tot politieke participatie – worden gerealiseerd.“