- Brussel
Het Koerdistan Nationaal Congres (KNK) heeft een verklaring uitgegeven naar aanleiding van de kaderwet getiteld „Versterking van de nationale solidariteit en sociale cohesie”, die het Turkse parlement maandag heeft aangenomen.
Het Koerdisch Nationaal Congres, dat deze stap beschouwt als een „mijlpaal in het eeuwenoude Koerdisch-Turkse conflict”, verklaarde het volgende:
„De hoofdonderhandelaar namens de Koerdische kant, de heer Abdullah Öcalan, heeft hiertoe historische stappen gezet sinds zijn oproep tot „Vrede en een Democratische Samenleving” op 27 februari 2025. Om ervoor te zorgen dat dit conflict politiek wordt opgelost, hebben hij en zijn beweging gezamenlijk het einde van de strategie van de gewapende strijd afgekondigd. Door middel van dialoog met zijn beweging heeft de heer Öcalan de ontbinding van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) bewerkstelligd, die sinds haar oprichting in 1978 het Koerdische nationale zelfbewustzijn heeft bevorderd en nationale, politieke en sociale organisatie mogelijk heeft gemaakt in het licht van assimilatie en onderdrukking door de Turkse staat.
Het is een positieve ontwikkeling dat de Turkse regering eindelijk kennis heeft genomen van de stappen van de heer Öcalan en de Koerdische beweging en hierop heeft gereageerd met deze wet; er is nu hoop dat dit de weg zal effenen voor vrede en een democratische oplossing voor de Koerdische kwestie.
Hoewel de kaderwet belangrijk is als eerste stap op weg naar een vreedzame oplossing van het conflict, is deze niet voldoende, omdat de Koerdische kwestie niet uitsluitend kan worden opgelost door de ontbinding van de PKK, het centrale aandachtspunt van de wet. Het verzet van de PKK vormt de 29e opstand van de Koerden sinds de Eerste Wereldoorlog, waarna de Republiek Turkije werd gesticht en de Koerden door de Turkse staat, met actieve internationale steun, van hun grondrechten werden beroofd. De PKK was niet de oorzaak van het conflict, maar veeleer een gevolg van de ontkenning en onderdrukking van de Koerden door opeenvolgende regimes in Turkije gedurende de afgelopen eeuw.
Zullen de EU en de internationale mogendheden dezelfde stap naar vrede zetten?
Het oplossen van de Koerdische kwestie is niet alleen een zaak van Turkije. Het conflict duurt al een eeuw omdat wereldmachten olie op het vuur hebben gegooid, deels om hun eigen belangen te behartigen. Westerse landen hebben in dit conflict partij gekozen en hebben de Koerdische diaspora in hun eigen landen gestigmatiseerd door de PKK te verbieden en aan te merken als een „terroristische organisatie“. Elke verandering in Turkije met betrekking tot de oplossing van de Koerdische kwestie vereist ook een internationale verschuiving in de houding ten opzichte van de Koerden.
Dit houdt onder meer in dat de druk op de PKK wordt opgeheven, dat de organisatie wereldwijd officieel niet langer als terroristische organisatie wordt aangemerkt en dat er een einde komt aan de criminalisering van pro-Koerdisch activisme, met name in Europa. Er wonen ongeveer 2,5 miljoen Koerden in de diaspora wier leven en werk door dit beleid worden beïnvloed.
Om het welslagen van dit proces te waarborgen, roepen wij de internationale gemeenschap, en met name de Europese Unie en de regeringen van Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten, op om bij te dragen aan vrede door een koerswijziging in hun beleid na te streven.
De vrijheid van de heer Öcalan is essentieel voor het welslagen van het proces
De heer Abdullah Öcalan speelt een centrale rol in dit proces. Wil er enige hoop op succes bestaan, dan moet zijn bijdrage als belangrijke gesprekspartner aan Koerdische zijde worden gefaciliteerd en beschermd door omstandigheden die daadwerkelijk ruimte bieden voor communicatie, juridische waarborgen en politieke effectiviteit. Van bijzonder belang in dit verband is de uitvoering van de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uit 2014 over het zogenaamde „recht op hoop“, waarin wordt gesteld dat levenslange gevangenisstraf zonder mogelijkheid tot vrijlating een schending vormt van het verbod op foltering en mishandeling. De lidstaten die vertegenwoordigd zijn in het Comité van Ministers van de Raad van Europa kunnen in deze kwestie hun steun verlenen, aangezien de kaderwet noch de status, noch de voorwaarden van de straf van de heer Öcalan regelde.
Aangezien de Koerdische kwestie ook in Syrië en Iran een probleem vormt, zou een oplossing voor het conflict in Turkije ook een positief effect kunnen hebben op Syrië en Iran, twee andere landen waar het Koerdische volk met uitdagingen en een onzekere toekomst wordt geconfronteerd. Als het proces in Turkije succesvol zou zijn, zou dit een belangrijke stap betekenen in de richting van de-escalatie en stabiliteit in het hele Midden-Oosten."