OVERIG NIEUWS

Open brief aan de voorzitter van het Comité van Ministers: het ‘recht op hoop’ voor Abdullah Öcalan

Open brief aan de voorzitter van het Comité van Ministers: het ‘recht op hoop’ voor Abdullah Öcalan

Meer dan 250 gekozen vertegenwoordigers, academici, vakbonden, maatschappelijke organisaties, advocaten en andere prominente figuren hebben een brief ondertekend aan de aankomende voorzitter van het Comité van Ministers, waarin zij het Comité aansporen om dringende en doortastende maatregelen te nemen met betrekking tot de zaak Öcalan tegen Turkije (nr. 2).

In de brief roepen de ondertekenaars het Comité van Ministers van de Raad van Europa op om ervoor te zorgen dat het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uit 2014 in de zaak Öcalan wordt uitgevoerd en om het “recht op hoop” te handhaven. Het in overeenstemming brengen van het Turkse stelsel voor de tenuitvoerlegging van straffen met de mensenrechtenverplichtingen van het land zou niet alleen gevolgen hebben voor de zaak van de heer Öcalan, maar zou ook een belangrijke stap betekenen in de richting van democratisering en de rechtsstaat, met implicaties voor duizenden gevangenen die onder hetzelfde wettelijke kader worden vastgehouden. In de context van het lopende vredesproces in Turkije – waarin de heer Öcalan een sleutelrol als gesprekspartner blijft spelen – is een dergelijke stap essentieel voor het welslagen van het proces zelf.

Deze nieuwste petitie, die wordt gesteund door 20 landen – waaronder meer dan vijftig gekozen vertegenwoordigers op alle bestuursniveaus, 20 vakbonden en een breed scala aan actoren uit het maatschappelijk middenveld – sluit aan bij vele andere die de afgelopen jaren zijn ingediend: van de brief die afgelopen zomer door 88 Nobelprijswinnaars aan het voorzitterschap van het Comité van Ministers werd gestuurd, tot de honderden advocaten die een verzoek hebben ingediend om de heer Öcalan te bezoeken.

Vandaag de dag, zo stelt de brief, biedt het lopende vredesproces een unieke en ongekende kans op vrede en democratisering door een oplossing van de Koerdische kwestie in Turkije. Om deze kans te laten slagen, moet de heer Öcalan de vrijheid krijgen om zijn rol als belangrijke vertegenwoordiger van het Koerdische volk te vervullen, en moeten zijn grondrechten worden gerespecteerd.

De brief luidt als volgt:

"Geachte Z.E. de heer Gabriel REVEL,

Zoals u ongetwijfeld weet, wordt het Midden-Oosten geconfronteerd met een nieuwe crisis als gevolg van de oorlog waarbij Iran betrokken is. Op dit moment lijkt Turkije het enige land te zijn dat niet direct bij het conflict betrokken is. Dit is deels te danken aan de vooruitziende en accurate analyse van de regio door de Koerdische leider Abdullah Öcalan. In tegenstelling tot de bredere trend van internationale militaire mobilisatie heeft de heer Öcalan een andere benadering gekozen, waarbij hij pleit voor dialoog en compromis.

Gezien de recente uitdagingen in Syrië heeft de heer Öcalan contact gezocht met de betrokken partijen en zijn visie gegeven op het belang van de-escalatie en de mogelijkheden van politieke onderhandelingen als middel om stabiliteit op lange termijn te bereiken.

Helaas wordt het vermogen van de heer Öcalan om zijn uitgesproken bereidheid tot compromissen voor een de-escalerende oplossing in daden om te zetten, beperkt door de omstandigheden van zijn gevangenschap op het eiland Imrali. De oprichting van de Nationale Commissie voor Solidariteit, Broederschap en Democratie door de Turkse Grote Nationale Assemblee in augustus vorig jaar was een belangrijke ontwikkeling. In november 2025 bracht de commissie een bezoek aan het eiland Imrali om de heer Öcalan te ontmoeten, wat kan worden geïnterpreteerd als een erkenning van zijn rol als belangrijke gesprekspartner. Niettemin zijn zijn gevangenisomstandigheden niet veranderd en blijft zijn vermogen om met de buitenwereld te communiceren afhankelijk van de politieke conjunctuur van de Turkse regering.

In februari 2026 heeft de Commissie haar eindrapport gepubliceerd. Hoewel het rapport het belang benadrukt van volledige naleving van de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Grondwettelijk Hof (AYM) en aanbeveelt de bestaande mechanismen te versterken, blijft het voortdurende gebruik van het kader van terrorismebestrijding een belemmering vormen voor een echte dialoog en verzoening. Het rapport geeft aan dat de Turkse regering kennis heeft genomen van de aanbeveling die het Comité van Ministers van de Raad van Europa afgelopen september heeft gedaan, maar dat er geen concrete maatregelen zijn genomen.

Ondanks de aanzienlijke uitdagingen als gevolg van de aanhoudende regionale onrust heeft de heer Öcalan het afgelopen jaar blijk gegeven van een consequente toewijding om zijn uitspraken om te zetten in concrete daden. Naar aanleiding van zijn oproep kondigde de PKK het einde aan van haar strategie van gewapende strijd en haar ontbinding als organisatie. In dit verband hebben vorig jaar honderden instellingen en prominenten, waaronder 88 Nobelprijswinnaars, hun steun uitgesproken voor de acties van de heer Öcalan ter bevordering van de coëxistentie tussen naties. Op de verjaardag van zijn oproep van 2025 heeft de heer Öcalan een nieuwe verklaring afgegeven waarin hij zijn inzet voor vrede en de democratisering van de Republiek Turkije opnieuw bevestigt.

In dit licht roepen wij het Comité van Ministers van de Raad van Europa op om ervoor te zorgen dat het arrest van het EHRM uit 2014 in de zaak-Öcalan ten uitvoer wordt gelegd en het „recht op hoop“ te erkennen. Dit vormt een cruciale eerste stap om de juridische status van de heer Öcalan aan te pakken en hem in staat te stellen ten volle bij te dragen aan het vredesproces.

Wij roepen op tot de vrijlating van Abdullah Öcalan en tot het verlenen van volledige en onbeperkte mogelijkheden aan hem om deel te nemen aan het verdere vredesproces.

Gerelateerde Artikelen