Het Comité voor Volkeren en Geloofsovertuigingen van de Unie van Koerdische Gemeenschappen (KCK) heeft in een verklaring de slachtoffers herdacht die op 2 juli 1993 in het Madımak Hotel om het leven kwamen, en verklaarde: „De meest oprechte manier om de nagedachtenis van de martelaren van 2 juli te eren, is de strijd voor democratie voort te zetten, zodat dergelijke bloedbaden zich nooit meer herhalen.”
In de verklaring stond: "Op 2 juli 1993 vond het brute bloedbad plaats tegen alevieten, die naar Sêwas [vert.: Sivas] waren gereisd om deel te nemen aan het Pir Sultan Abdal-festival. Tijdens dit bloedbad werd het Madımak Hotel in brand gestoken en werden 33 schrijvers, dichters en denkers – van wie de meerderheid alevieten waren – op brute wijze vermoord. Wij herdenken nogmaals met liefde en respect degenen die bij dit bloedbad het leven lieten, en bidden dat hun rustplaatsen vredig mogen zijn en dat hun nagedachtenis voortleeft.
1993 was een van de donkerste jaren in de geschiedenis van Turkije. Het was ook het jaar waarin Turkije op zoek ging naar manieren om zijn interne problemen via democratische middelen en methoden op te lossen. Vanaf de jaren negentig hadden de Alevieten hun organisatiestructuren uitgebreid om de problemen van Turkije via democratische methoden binnen het kader van de wet op te lossen, en waren ze met groeiende invloed hun plaats gaan innemen op de strijdpodia. Er werden talrijke evenementen, zoals de Pir Sultan Abdal-festivals, georganiseerd om de georganiseerde democratische krachten van de Alevieten meer zichtbaarheid te geven. Bijgevolg probeerden krachten die de democratische strijd van de Alevieten en hun bestaan zelf als een bedreiging zagen, de Alevieten via dit bloedbad te intimideren. Tegenstanders van de democratie en degenen die niet aarzelden om misdaden tegen de menselijkheid te begaan, wilden de Alevieten op deze manier onbekwaam maken om weerstand te bieden. Om deze reden aarzelden de daders niet om Alevitische religieuze leiders te vermoorden – de vertegenwoordigers die het Alevitische geloof naar de toekomst dragen."
In de verklaring werd toegevoegd: "Het aanvallen van personen en instellingen die de herinnering aan een volk en een geloof vertegenwoordigen, is de gevaarlijkste en meest vernietigende vorm van aanval en bloedbad die men zich kan voorstellen. In dit opzicht vormt de aanval die zich rechtstreeks richtte op Alevitische intellectuelen, schrijvers, dichters en kunstenaars een ernstige, met voorbedachten rade gepleegde misdaad. Het doel van dit bloedbad was het Alevisme los te rukken van zijn eeuwenoude tradities en collectieve geheugen, en de Alevieten te isoleren van de sociale en politieke strijd in Turkije. 2 juli geldt als een van de gevaarlijkste aanvallen onder de bloedbaden in de Alevitische geschiedenis. In dit opzicht vertoont het bloedbad van Sêwas gelijkenissen met het bloedbad van Dersîm [vert. Tunceli] in 1938. Ook in Dersîm werden de Koerdische Rêya Heq-alevitische clans, hun pirs en spirituele leiders afgeslacht, waarbij het religieuze geheugen van de alevieten rechtstreeks werd aangevallen. Met het bloedbad van Sêwas was het de bedoeling dat de Alevieten zonder muziek, zonder woorden en zonder stem zouden komen te zitten.
Hoewel er sinds het bloedbad in 1993 al zoveel tijd is verstreken, zijn er geen noemenswaardige stappen ondernomen die de families van de slachtoffers, de Alevieten of de democratische krachten in Turkije tevreden zouden stellen. In het kader van de democratisering van Turkije en de oplossing van de Koerdische kwestie blijft het Vredes- en Democratisch Maatschappijproces, dat op 27 februari 2025 van start ging, op de agenda staan. Dit proces zal niet alleen een oplossing voor de Koerdische kwestie brengen, maar ook een oplossing voor de problemen waarmee de Alevieten in Turkije worden geconfronteerd. De herdenking van 2 juli vindt dit jaar plaats in een periode die door dergelijke ontwikkelingen wordt gekenmerkt."
De verklaring vervolgde: "Dit proces moet tot een goed einde worden gebracht door de gezamenlijke strijd van de democratische krachten in Turkije en Noord-Koerdistan. Ook de alevieten moeten in dit proces hun plaats innemen als de meest dynamische kracht in de strijd. Dit standpunt en deze strijd zullen tevens het meest betekenisvolle antwoord zijn op de martelaren van het bloedbad van 2 juli. Daarom is, op deze nieuwe herdenkingsdag ter nagedachtenis aan de martelaren van 2 juli, de meest gepaste manier om hun nagedachtenis te eren de democratische strijd om ervoor te zorgen dat er nooit meer een 2 juli plaatsvindt.
Het is van essentieel belang dat de alevieten hun strijd samen met de democratische krachten in een verenigd front uitbreiden om een vrije toekomst veilig te stellen. De democratisering van Turkije en de omvorming van het systeem tot een democratische republiek zullen bovenal dienen om het alevitische geloof zelf te behouden en te ontwikkelen. Met dit besef, dit geloof en deze emotie roepen wij, terwijl wij opnieuw de slachtoffers van het bloedbad van 2 juli in Sêwas herdenken, alle alevieten, ongeacht hun achtergrond, op om hun strijd voor de democratisering van Turkije te intensiveren. Wij willen benadrukken dat het alleen mogelijk is om de martelaren van de democratie en vrijheid waardig te zijn, hun nagedachtenis levend te houden en ervoor te zorgen dat hun nalatenschap voortleeft, door de strijd voor vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid. Bij deze gelegenheid herdenken wij nogmaals alle martelaren die de menselijke waarden vertegenwoordigen, en bidden wij dat hun nalatenschap en nagedachtenis voortleven door kennis en geloof."
Bron: ANF