De Unie van Gemeenschappen van Koerdistan (KCK) heeft de „Maand van de Gesneuvelden“ aangegrepen om de huidige fase rond het project van Abdullah Öcalan voor vrede en een democratische samenleving historisch in te passen in de traditie van de Koerdische vrijheidsbeweging. In een uitgebreide verklaring over 18 mei, die binnen de Koerdische beweging wordt gevierd als Dag van de Gesneuvelden, verbond de KCK herdenkingspolitiek met een oproep tot maatschappelijke organisatie en politieke continuïteit.
De verklaring beschrijft de Koerdische vrijheidsstrijd als een decennialang verzet tegen onderdrukking, ontkenning en aanvallen op het bestaan van de Koerden in alle vier delen van Koerdistan. Talloze mensen zouden in deze strijd zijn gesneuveld. “Als er vandaag de dag in alle vier delen van Koerdistan nog steeds een vrijheidsstrijd wordt gevoerd, dan is dat te danken aan de gesneuvelden”, verklaarde de KCK.
“De gesneuvelden zijn het verleden, het heden en de toekomst”
Centraal in de verklaring staat het belang van de gesneuvelden voor het collectieve zelfbeeld van de Koerdische beweging. De herinnering aan hen is niet alleen onderdeel van de historische identiteit, maar ook een uitdrukking van een politiek en maatschappelijk bewustzijn. “De gesneuvelden zijn ons verleden, ons heden en onze toekomst”, aldus de verklaring.
De KCK benadrukt dat de band met de gesneuvelden de Koerdische vrijheidsbeweging veerkrachtig heeft gemaakt. Zolang deze band blijft bestaan, zal de beweging „elke aanval afslaan en uiteindelijk zegevieren“. Het herdenken van de gesneuvelden wordt daarbij nadrukkelijk beschreven als onderdeel van een voortdurende strijd, en niet louter als een symbolische herdenkingscultuur.
KCK benadrukt de rol van Öcalan
In de verklaring neemt de rol van Abdullah Öcalan binnen de geschiedenis van de Koerdische beweging een grote plaats in. De KCK beschrijft de ideoloog van de PKK als een centrale figuur die de strijd van de gesneuvelden politiek en ideologisch belichaamt. Öcalan zou na de executie van de leiders van de 68-beweging in Turkije, Deniz Gezmiş, Yusuf Aslan en Hüseyin Inan, hebben beloofd de revolutionaire strijd voort te zetten. Op de dood van zijn naaste metgezel Haki Karer zou hij hebben gereageerd met de oprichting van de PKK en het verdiepen van het georganiseerde verzet. De verklaring plaatst Öcalans huidige politieke lijn tegelijkertijd in directe continuïteit met de geschiedenis van de Koerdische vrijheidsbeweging. “De PKK is een partij van de gesneuvelden”, staat erin.
Vredesproject als nieuwe fase van de strijd
De KCK verklaart verder dat Öcalans houding ten opzichte van de gesneuvelden altijd heeft betekend dat de strijd moet worden voortgezet en dat politieke ontwikkelingen in de zin van hun doelstellingen moeten worden bevorderd. De eigenlijke boodschap van de verklaring ligt echter in het verband tussen de herdenking van de gesneuvelden en het huidige proces naar vrede en een democratische samenleving. De KCK beschrijft Öcalans project als een uitdrukking van de doelen waarvoor de gesneuvelden hebben gestreden. De nieuwe fase wordt daarom niet gezien als een breuk met de geschiedenis van de beweging, maar als een voortzetting ervan onder gewijzigde omstandigheden.
Herdenking van de gesneuvelden
“Het project voor vrede en een democratische samenleving is tegelijkertijd de roep van onze gesneuvelden”, verklaarde de KCK. Als dit project succesvol zou zijn, zouden ook de hoop en de doelstellingen van de gesneuvelden werkelijkheid worden. Tegelijkertijd riep de overkoepelende organisatie van de Koerdische beweging haar aanhangers op om kritisch na te denken over politieke en maatschappelijke zwakheden en de organisatie in de huidige fase te versterken. De verklaring herinnerde bovendien aan talrijke gesneuvelden van de Koerdische en revolutionaire beweging, waaronder Haki Karer, Ibrahim Kaypakkaya, Deniz Gezmiş, Sinan Cemgil en de in 2025 overleden DEM-politicus Sırrı Süreyya Önder.
Bron: ANF