KOERDISTAN

Ilham Ehmed stuurt dringende brief naar de VN-Veiligheidsraad en de secretaris-generaal

Ilham Ehmed stuurt dringende brief naar de VN-Veiligheidsraad en de secretaris-generaal

Ilham Ehmed, hoofd van het Bureau voor Externe Betrekkingen van het Democratisch Autonoom Bestuur van Noordoost-Syrië (DAANES), heeft een dringende brief gestuurd aan de 15 leden van de VN-Veiligheidsraad en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, die vandaag bijeenkomen om Syrië te bespreken.

Ehmed dringt aan op onmiddellijke interventie van de VN om het staakt-het-vuren af te dwingen dat de Syrische president al-Sharaa zelf heeft afgekondigd en nu schendt. Sinds vanochtend is de stad Kobani volledig belegerd, zonder water en elektriciteit, en lijden duizenden mensen onder de intensieve aanvallen van regeringstroepen en hun extremistische bondgenoten in de hele regio.

Het is dringend noodzakelijk dat de Veiligheidsraad actie onderneemt om deze schending van het staakt-het-vuren te veroordelen en dat internationale partners uit de hele wereld ingrijpen om een plan op te stellen dat de hervatting van de onderhandelingen tussen de regering en de Koerden mogelijk maakt, wat zal leiden tot een democratisch, vreedzaam en stabiel Syrië.

De brief van Ilham Ehmed, gericht aan António Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, en ambassadeur Abukar Dahir Osman, permanent vertegenwoordiger van Somalië bij de Verenigde Naties en voorzitter van de VN-Veiligheidsraad, bevat het volgende:

Huidige veiligheidssituatie

De huidige situatie – op 21 januari-, is dat de troepen van de Syrische overgangsregering (STG) van president Ahmed Al-Sharaa doorgaan met het aanvallen van steden en dorpen in het noordoosten, ondanks de aankondiging van een ‘staakt-het-vuren’ door de overgangspresident op 20 januari. Van onze kant heeft de SDF aangekondigd het staakt-het-vuren te aanvaarden. Wij willen dat alle geweld onmiddellijk wordt gestaakt, maar als de aanvallen van de regering doorgaan, zijn wij genoodzaakt militair in te grijpen om burgers te verdedigen en te beschermen.

Dringende behoefte aan wapenstilstand

Er is dringend behoefte aan een wapenstilstand en wij hopen dat de Raad onmiddellijk zal oproepen tot een wapenstilstand. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de leden van de Raad zich realiseren dat alleen de regering momenteel agressieve vijandelijkheden voert. Wij doen dat niet. In deze omstandigheden is het gemakkelijk om ‘beide partijen’ evenveel schuld te geven of op te roepen tot een algemene ‘de-escalatie’ door beide partijen. In dit geval zou dat echter onjuist zijn. Er moet vooral diplomatieke druk worden uitgeoefend op de agressor.

De oorzaak van het huidige geweld

De aanvallen van de regering begonnen op 6 januari met aanvallen op Koerdische burgerwijken in Aleppo. Deze aanval, waarbij tanks en artillerie in burgergebieden werden ingezet, was volkomen ongegrond en kwam zonder waarschuwing. Naast de inzet van zware wapens voerden drones luchtaanvallen uit op burgergebieden. Deze aanvallen resulteerden in 107 doden en 322 gewonden onder de burgerbevolking. 35.000 gezinnen werden ontheemd en zijn nu vluchtelingen in het oosten van Syrië.

Om verder bloedvergieten te voorkomen en op advies van de VS hebben we ermee ingestemd om de SDF-troepen terug te trekken uit Aleppo en andere gebieden ten westen van de Eufraat. Na verdere onderhandelingen met de regering hebben we vervolgens ingestemd met een terugtrekking uit de provincies Deir ez-Zor en Raqqa. Deze concessies maakten echter geen einde aan de agressie van de regering. STG-troepen vielen SDF-soldaten in het oosten van Syrië aan en rukten op naar de grote steden Hasakeh en Kobani. Op het moment van schrijven worden beide steden nog steeds belegerd. Alle water- en elektriciteitsvoorzieningen naar Kobani zijn afgesloten, wat aanzienlijk leed veroorzaakt onder de burgerbevolking. De aankondiging van een ‘staakt-het-vuren’ door de president bevatte ook een expliciete dreiging om steden en dorpen in het noordoosten aan te vallen als de voorwaarden van de regering niet zouden worden aanvaard.

De STG-troepen werden vergezeld door andere gewapende groeperingen, waaronder restanten van Hayat Tahrir al-Sham (HTS), het Syrische Nationale Leger (SNA) en diverse jihadisten, waaronder voormalige leden van Al-Qaeda en ISIS – bekende leden van beide terroristische groeperingen zijn geïdentificeerd naast regeringstroepen. Zowel de STG-troepen als deze extremistische groeperingen hebben wreedheden begaan tegen zowel burgers als SDF-soldaten, zowel mannen als vrouwen. SDF-soldaten zijn gemarteld en standrechtelijk geëxecuteerd, hun lichamen zijn ontheiligd of van gebouwen gegooid. Video's van deze misdaden worden vervolgens vrolijk online gedeeld door de jihadisten, vergezeld van religieuze gezangen waarin de moord op ongelovigen (d.w.z. Koerden) wordt gevierd, daden die doen denken aan het terrorisme van ISIS in het verleden. Het religieuze en etnische karakter van de STG-campagne werd onderstreept door het feit dat de regering haar agressie aanduidde als ‘Anfal’, een koranvers dat door Saddam Hoessein werd aangehaald voor zijn genocidale campagne in Noord-Irak in 1988, waarbij 100.000 Koerden omkwamen.

Achtergrond van de huidige situatie

Er is een bredere geschiedenis die moet worden begrepen. Net als andere Syriërs waren wij verheugd over de val van dictator Assad, die verantwoordelijk was voor de systematische onderdrukking van Koerden in Syrië, waaronder het ontzeggen van burgerschap en andere mensenrechten. Toen president al-Sharaa in december 2024 de macht greep, hebben wij herhaaldelijk onze bereidheid uitgesproken om met hem samen te werken aan de opbouw van een nieuw, verenigd Syrië. Zo ondertekende de commandant van de SDF op 10 maart 2025 een overeenkomst met president al-Sharaa waarin de SDF zich ertoe verbond een integraal onderdeel van het Syrische leger te worden. Er waren verschillende bijeenkomsten om deze overeenkomst verder uit te werken, onder meer met de overgangspresident zelf. We hebben meerdere voorstellen gedaan voor militaire integratie, waaronder het overhandigen van een lijst met SDF-personeel, een daad van aanzienlijke goede wil en vertrouwen, en het voorstel dat de SDF zich als drie afzonderlijke divisies bij het leger zou aansluiten, om hun regionale karakter te behouden. President al-Sharaa heeft dit voorstel aanvaard en zijn instemming werd bevestigd door verschillende functionarissen van de regering, de SDF en de VS. Sinds die bijeenkomst is er echter geen reactie gekomen op onze voorstellen. Tijdens een bijeenkomst in Damascus op 4 januari heeft de regeringsdelegatie de bijeenkomst abrupt beëindigd zonder opgaaf van redenen.

Ondanks de duidelijkheid van deze geschiedenis worden we vandaag beschuldigd van het blokkeren van het integratieproces. Niets is minder waar.

Wat de politieke toekomst van Syrië betreft, moet nadrukkelijk worden opgemerkt dat president Al-Sharaa nooit tot president is gekozen. Hij heeft de macht met geweld gegrepen. Bij de parlementsverkiezingen die in november plaatsvonden, benoemde de president een derde van de ‘gekozen’ vertegenwoordigers en de andere twee derde werd benoemd door commissies die door hem waren aangesteld. Het meest opvallende was dat er geen verkiezingen waren in het noordoosten en de kustgebieden. Er is dus geen democratisch mandaat om aanspraak te maken op het bestuur van Syrië. We zijn echter bereid geweest en blijven bereid om samen te werken met de STG om een stabiele constitutionele regeling voor Syrië op lange termijn tot stand te brengen.

In plaats daarvan deed de president in maart 2025 een ‘constitutionele verklaring’ af, die hem uitgebreide en onbeperkte bevoegdheden verleende, waaronder de bevoegdheid om de volksvertegenwoordiging, d.w.z. de democratie zelf, op te schorten in volstrekt ongedefinieerde omstandigheden en zonder enige beperking door andere instellingen, zoals de volksvertegenwoordiging of de rechtbanken. De macht werd geconcentreerd in Damascus, d.w.z. bij het presidentschap, zonder dat er macht werd overgedragen aan de regio's. De islamitische wet werd aangewezen als de enige bron van nationale wetten. Democratische verkiezingen werden voor vijf jaar uitgesteld, een onverklaarbaar lange periode. Kortom, Syrië heeft nu een niet-gekozen president die regeert door middel van decreten en aankondigingen. Naar onze mening is dit – nog – geen dictatuur, maar het is ook geen democratie.

Ondertussen hebben er etnisch gemotiveerde geweldsuitbarstingen plaatsgevonden tegen de Alawitische en Druzenminderheden in het westen en zuiden van Syrië, en nu tegen Koerdische gemeenschappen in het noordoosten. Honderden mensen zijn omgekomen bij dit geweld, dat gepaard ging met bloedbaden, martelingen en standrechtelijke executies. De betrokkenheid van regeringstroepen en de extremistische groeperingen die met hen samenwerken bij deze moorden is goed gedocumenteerd, onder meer door internationale mensenrechtenorganisaties. Na deze gebeurtenissen is het niet verwonderlijk dat de minderheden in Syrië weinig vertrouwen hebben dat zij door deze regering zullen worden beschermd.

De weg vooruit

Het is onder deze omstandigheden onredelijk dat de internationale gemeenschap toestaat dat de centrale regering haar gezag in het noordoosten met geweld en militair geweld oplegt. Onze regio wordt sinds 2012 op stabiele en vreedzame wijze zelf bestuurd. Het is een directe democratie, waar de bevolking zelf beslissingen neemt. Het is een unieke, door vrouwen geleide en multi-etnische regering, die niet mag worden geëssentialiseerd als ‘de Koerden’. Dat is een gemakzuchtige (en, eerlijk gezegd, ‘oriëntalistische’) manier om een multi-etnisch bestel te reduceren dat in de loop van vele jaren is opgebouwd en waarin Arabieren, yezidi's, Syrische gemeenschappen en Koerden betrokken zijn. Deze voorstelling en het daaruit voortvloeiende beleid zijn typerend voor de gewoonte om de zaken in het Midden-Oosten te regelen zonder de bevolking zelf te raadplegen en zonder rekening te houden met de complexiteit en de geschiedenis ter plaatse.

Om tegemoet te komen aan de behoeften en de rechten te beschermen van de vele etnische en religieuze groepen die vandaag de dag in Syrië aanwezig zijn, hebben we een gedecentraliseerde regeringsstructuur voorgesteld, waarbij belangrijke bevoegdheden worden overgedragen aan de regionale gouvernementen. We hebben nooit voorgesteld dat het noordoosten apart bestuurd zou moeten worden of dat het zich zou moeten afscheiden van Syrië, zoals sommigen beweren, maar dat een structuur naar het voorbeeld van bijvoorbeeld de Duitse grondwet of de Zwitserse grondwet de beste, en in feite de enige manier is om de rechten en veiligheid van de minderheden in Syrië te waarborgen en zo vrede en stabiliteit voor het hele land te bieden.

De leden van de Raad moeten zich ervan bewust zijn dat de huidige situatie die de overgangsregering in Syrië aan het opbouwen is, geen ‘democratie’ is waarin de rechten worden gerespecteerd. Het is een sterk gecentraliseerde en islamitische regering die de rechten van de etnische meerderheidsgroep en de islam zelf voorrang geeft boven andere religies en etnische groepen, die in plaats daarvan met geweld en dwang worden onderdrukt, meestal buiten het zicht van de internationale pers. Deze manier van regeren is een recept voor instabiliteit. Let bijvoorbeeld op de naamgeving van het Syrische leger als het ‘Syrische Arabische leger’ – een openlijke keuze om de Druzen, Yezidi's en Koerden in Syrië uit te sluiten. Tegelijkertijd wordt de strijd tegen de SDF gelegitimeerd door de SDF ten onrechte af te schilderen als ‘terroristisch’, een beschrijving die haaks staat op de lange geschiedenis – en enorme offers – van de SDF in de strijd tegen het terrorisme van ISIS gedurende de afgelopen 12 jaar, met niet minder dan veertigduizend slachtoffers, en onze langdurige inzet voor gezamenlijke operaties tegen ISIS onder de internationale auspiciën van Operation Inherent Resolve (OIR).

De noodzakelijke rol van de Verenigde Naties

In de omstandigheden die we hebben beschreven, is er duidelijk behoefte aan onpartijdige internationale betrokkenheid om vrede en veiligheid – en democratie – in Syrië te waarborgen. We zouden de instelling van een formeel onderhandelingsproces toejuichen, bijeengeroepen door de speciale gezant van de VN en bijgewoond door andere belanghebbende staten, om zowel militaire als politieke integratie in Syrië te bespreken. Dit proces zou de meest constructieve en, naar wij vertrouwen, vreedzame manier zijn om de integratie van de SDF in het bestaande Syrische leger te regelen en overeenstemming te bereiken over de fundamentele elementen van een nieuwe constitutionele regeling, een regeling die met substantiële maatregelen (en niet alleen verklaringen) alle minderheden, zowel vrouwen als mannen, beschermt. De onderhandelingen tot nu toe waren sporadisch en soms chaotisch, zonder verantwoording voor genomen beslissingen – zoals de expliciete instemming van president Al-Sharaa in oktober met onze voorstellen voor integratie van de SDF.

Syrië mag niet worden geregeerd en gedomineerd door één persoon of groep. Dat is een recept voor burgeroorlog en onderdrukking. De toekomst van Syrië moet worden bepaald door alle regio's en minderheden van Syrië, door de vrouwen en mannen van Syrië. Wij roepen de VN op om een dergelijk discussie- en besluitvormingsproces mogelijk te maken en te leiden. Een verklaring in die zin naar aanleiding van de beraadslagingen van de Raad op 22 januari zou een goed begin zijn.

Gerelateerde Artikelen