DOSSIERS & OPINIE

Genç: Het vertrouwen van de bevolking in het vredesproces is verder gedaald

Genç: Het vertrouwen van de bevolking in het vredesproces is verder gedaald
  • Noord-Koerdistan

Te midden van een vastgelopen vredesproces en toenemende repressie tegen de Koerdische bevolking heeft het Centrum voor Sociaal-Politieke Veldstudies (SAMER) een uitgebreide enquête gehouden in 16 Koerdische provincies. De resultaten schetsen een beeld van diep wantrouwen jegens de Turkse staat en het huidige beleid. In een gesprek met de redactie van ANF Nieuwsagentschap analyseert SAMER-coördinator Yüksel Genç de stemming onder de bevolking, de gevolgen van de aanvallen op Rojava en mogelijke wegen naar een duurzame oplossing. Eén ding is duidelijk: zonder politieke wil en structurele hervormingen dreigt de laatste kans op vrede voorbij te gaan.

Wat laten de resultaten van uw veldonderzoek zien? Welke percepties en gevoelens heeft de bevolking ten aanzien van het vredesproces?

De resultaten van de enquête wijzen erop dat het vertrouwen in een succesvolle en duurzame afronding van het vredesproces uiterst gering is: slechts ongeveer 20 procent van de ondervraagden gelooft dat dit proces tot een oplossing zal leiden. Dit wijst erop dat een aanzienlijk deel van de bevolking fundamentele moeite heeft om vertrouwen in het proces te hebben en dat dit scepticisme steeds meer een structureel karakter krijgt.

Als men vraagt welke actoren een centrale verantwoordelijkheid voor het welslagen van het proces wordt toegeschreven, blijkt dat meer dan de helft van de ondervraagden de hoofdverantwoordelijkheid bij de regering legt, terwijl ongeveer een kwart het parlement noemt. In totaal ziet ongeveer twee derde van de ondervraagden de verantwoordelijkheid bij de staat, de regering en de wetgevende instellingen. Het toekennen van deze rol aan de wetgevende en uitvoerende macht weerspiegelt niet alleen een verwachting, maar ook het wantrouwen dat ten aanzien van deze instellingen heerst. Het is duidelijk dat men van mening is dat de overheidsactoren hun rol en functie in het vredesproces tot nu toe onvoldoende hebben vervuld.

Een ander opmerkelijk punt is dat in vergelijking met eerdere enquêtes aanzienlijk minder mensen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) of Abdullah Öcalan een belangrijke verantwoordelijkheid toeschrijven in het vredesproces. Onze eerdere studies suggereren dat een aanzienlijk deel van de Koerdische bevolking in de regio ervan uitgaat dat de PKK haar verantwoordelijkheid in het kader van het proces al heeft vervuld. Het vertrouwen in de regering en de staatsactoren als hoofdverantwoordelijken voor een oplossing van het conflict is daarentegen aanzienlijk groter. Dat is een aspect dat bijzonder moet worden benadrukt.

Hoe beoordeelt de bevolking de aanvallen op Rojava?

Een blik op de kiezersbewegingen laat duidelijk zien: het percentage mensen dat twijfelt of aangeeft niet te gaan stemmen, is sterk gestegen. Tegelijkertijd noteert de regerende AKP een daling van tien procentpunten. Dat wijst erop dat er onder de bevolking een groeiende twijfel heerst over de politieke vertegenwoordiging, respectievelijk het gevoel dat men in het bestaande politieke systeem niet adequaat vertegenwoordigd wordt.

Een belangrijke reden voor het toenemende scepticisme ten aanzien van het vredesproces, voor de groeiende berusting en de toegenomen verwachting van concrete stappen ligt, zoals ons veldonderzoek suggereert, in het Syrië-beleid van de Turkse staat en de regering. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden beschouwt het Turkse beleid ten aanzien van Syrië en in het bijzonder ten aanzien van de autonome regio in Noordoost-Syrië – Rojava – als destructief. De manier waarop Turkije daar probeert invloed uit te oefenen op de politieke orde en in het bijzonder Koerdische structuren te verzwakken, wordt als problematisch ervaren.

Deze bevolkingsgroep houdt de regering en de staat rechtstreeks verantwoordelijk voor de recente aanvallen op Rojava. Als gevolg daarvan is het toch al fragiele vertrouwen in het vredesproces verder verslechterd. De opvatting dat het de regering en de staat ontbreekt aan oprechtheid, politieke moraal en echte bereidheid om een oplossing te vinden voor de Koerdische kwestie, is hierdoor verder versterkt. In de publieke perceptie behoren de militaire interventies van Turkije in Syrië en Rojava dan ook tot de belangrijkste factoren die het vredesproces lamleggen en blokkeren.

Welke verwachtingen heeft de bevolking volgens de enquête ten aanzien van de regering en andere verantwoordelijke actoren?

De bevolking verwacht niet alleen dat de staat een observerende of controlerende rol vervult, maar ook dat hij duidelijk blijk geeft van politieke wil om de in het proces geformuleerde rechten te beschermen en te waarborgen. Er is een uitgesproken behoefte aan een coherente, geloofwaardige houding van de staat. Als men concreet vraagt welke verantwoordelijkheid aan de regerende partij in het kader van het proces wordt toegekend, staan eisen op het gebied van transparantie, betrouwbaarheid en rechtvaardigheid bovenaan. Hieruit kan worden afgeleid hoe de bevolking het huidige regeringsoptreden in de context van het vredesproces en de Koerdische kwestie beoordeelt en welke verwachtingen zij formuleert.

De aanvankelijk voorzichtige houding van de bevolking ten opzichte van het proces, die inmiddels – mede door stappen van de PKK en inspanningen van Abdullah Öcalan – was omgeslagen in een voorzichtig optimistische stemming, is inmiddels veranderd in een pessimistische spanning, of beter gezegd: een angstige vertrouwenscrisis. Als deze situatie voortduurt, dreigt een terugkeer naar vroegere patronen, zoals retoriek van ontkenning, bedreiging en uitsluiting van de Koerdische kwestie, naar de constructie van een “aanvaardbare Koerd” of een “aanvaardbaar Koerdisch beleid”, zoals we die uit het verleden kennen. Onder deze omstandigheden is het uiterst onwaarschijnlijk dat een onderhandelingstafel constructief kan werken of tot duurzame resultaten kan leiden.

Het verzet dat na de aanvallen op Rojava is ontstaan, heeft een collectieve dynamiek teweeggebracht die verder reikt dan de regio: het versterkt het gevoel van een gemeenschappelijke nationale identiteit onder Koerden – niet alleen in Rojava, maar ook in Turkije, het Midden-Oosten en Europa. Deze beweging is gebaseerd op wederzijdse solidariteit, de bescherming van gemeenschappelijke verworvenheden en de wil om het collectieve bestaan veilig te stellen. De wekenlange protesten zouden kunnen leiden tot een voorzichtiger houding ten opzichte van het vredesproces in Turkije. Tot nu toe hebben de beleidsmakers namelijk onvoldoende rekening gehouden met hoe de bevolking tegenover het proces staat, welke relatie zij ermee opbouwt en in hoeverre zij invloed heeft op het verloop ervan.

Tegen deze achtergrond kan worden gesteld dat politieke maatregelen die het vertrouwen in het proces ondermijnen, Koerdische verworvenheden negeren of proberen te verzwakken, tegelijkertijd een sterke Koerdische nationale beweging mobiliseren en bevorderen.

Wat zijn de gevolgen van het toenemende militaristische en racistische discours in de nasleep van de aanslagen voor de samenleving, en hoe kan deze ontwikkeling worden tegengegaan?

Sinds het begin van het proces is te zien dat de toegepaste politieke strategieën een tweede fase van maatschappelijke polarisatie in Turkije hebben veroorzaakt. Onder het mom van een hernieuwd Turks nationalisme wordt de samenleving steeds meer geconfronteerd met verdeeldheid, agressie en manipulatieve dynamieken. Deze ontwikkeling brengt het risico met zich mee dat er reactieve tegenbewegingen ontstaan. Als deze destructieve taal en politieke praktijk voortduren, kan de versterking van de Koerdische identiteit op zijn beurt weer overlappingen met nationalistische stromingen in Turkije veroorzaken en nieuwe spanningsvelden doen ontstaan.

Deze polarisatie brengt het maatschappelijk evenwicht op fundamentele wijze in gevaar: ze beïnvloedt mentale en psychologische houdingen, ondermijnt het vertrouwen in politieke processen en kan zich onttrekken aan staatscontrole. Precies op dit punt zou de Turkse regering een serieuze risicoanalyse moeten uitvoeren en dringend noodzakelijke tegenmaatregelen moeten nemen. Anders dreigt zowel de samenleving als het politieke systeem op een onomkeerbaar pad terecht te komen.

De huidige regering speelt een gevaarlijk spel: ze wakkert doelbewust maatschappelijke spanningen aan, bevordert polarisatie en probeert voordeel te halen uit de zwakke plekken die hierdoor ontstaan. Maar deze verdeeldheid kan uit de hand lopen, omdat ze haat verdiept, woede aanwakkert en de dreiging versterkt. Op de lange termijn dreigt dit ernstige en blijvende schade toe te brengen aan de sociale cohesie.

Een ander kritiekpunt is dat politieke standpunten die jarenlang onder het mom van ‘separatisme’ werden gedelegitimeerd, nu in de realiteit steeds meer weerklank vinden. Het beleid van de regering zou ertoe kunnen leiden dat juist die gevoelens die zij lange tijd heeft gecriminaliseerd, nu maatschappelijk tastbaar en politiek relevant worden.

Ons veldonderzoek toont duidelijk aan dat de beslissende laatste stap om dit proces om te zetten in een echt vredes- en oplossingsproces tot nu toe nog niet is gezet. Hoewel een aanzienlijk deel van de samenleving het vertrouwen heeft verloren, gelooft meer dan een kwart nog steeds in de mogelijkheid van een succesvolle oplossing. De rest daarentegen heeft door de politieke maatregelen tot nu toe de hoop grotendeels opgegeven.

Wat is er nodig om duurzame oplossingen mogelijk te maken? Welke stappen moeten worden ondernomen?

Om het bestaande proces daadwerkelijk om te zetten in een echt vredesproces, zijn verschillende belangrijke stappen nodig. Ten eerste moeten de staat, de regering en de politieke leiders duidelijk en ondubbelzinnig laten zien dat ze bereid zijn om het proces naar een vreedzame oplossing te leiden. De dialoog mag niet langer worden gezien als een middel om eerdere verworvenheden te ondermijnen, maar moet worden gezien als een vormgevende, gelijkwaardige factor.

Ten slotte moet worden erkend dat de onopgeloste Koerdische kwestie niet alleen Turkije aangaat, maar ook van blijvend belang is voor de regio en de internationale gemeenschap. Om een politieke oplossing mogelijk te maken, zijn er dringend wettelijke regelingen nodig die de Koerden als politieke subjecten hun plaats op het historische toneel verzekeren. Om een klimaat van vertrouwen te creëren en het proces duurzaam te verankeren, zijn concrete maatregelen nodig, waaronder de vrijlating van politieke gevangenen en de erkenning van taalkundige en culturele rechten.

De misschien wel meest cruciale stap is echter om de onderhandelingstafel eindelijk het karakter van een echte “oplossingstafel” te geven. Dit houdt ook in dat de voorwaarden voor deelname van Abdullah Öcalan, die een centrale rol in het proces speelt, op een eerlijk en gelijkwaardig niveau moeten worden gebracht. Hij moet in staat zijn om zijn oplossingsvoorstellen en perspectieven te delen met de samenleving, de politiek, het maatschappelijk middenveld en het internationale publiek. Alleen zo kan worden gewaarborgd dat het proces de legitimiteit krijgt die het nodig heeft, namelijk de instemming van de bevolking, die uiteindelijk alle stappen moet ondersteunen.

Ten tweede is het noodzakelijk om het verloren vertrouwen van de bevolking te herstellen. Dit vereist dat de regering en de staat zich uitdrukkelijk distantiëren van discriminerende, polariserende en bedreigende retoriek jegens Koerden. Ook moeten politieke strategieën die gericht zijn op het ondermijnen van Koerdische verworvenheden worden opgegeven. Bovendien is een fundamentele herziening van de retoriek van de staat ten aanzien van de regionale en lokale Koerdische politiek nodig.

Bron: ANF

Gerelateerde Artikelen