Met de vredesoproep van Abdullah Öcalan van 27 februari 2025 en de daaropvolgende besluiten van het 12e PKK-congres heeft de Koerdische beweging een ingrijpende verandering in gang gezet. In een uitgebreid interview met de Turkse journalist Ruşen Çakır legt Duran Kalkan, lid van de Abdullah Öcalan-academie voor Sociale Wetenschappen, uit hoe de beweging het verloop van het proces voor vrede en een democratische samenleving tot nu toe beoordeelt en waarom zij nu de verantwoordelijkheid bij de Turkse staat legt. Het gaat Kalkan daarbij niet zozeer om het formuleren van nieuwe politieke standpunten. Veeleer legt hij uit waarom de Koerdische beweging haar beslissingen beschouwt als een uitvoering van Öcalans oproep tot vrede en waarom zij het verdere verloop van het proces nu afhankelijk maakt van politieke en juridische stappen van Ankara.
„U had eerst naar Imrali moeten gaan“
Al bij het begin van het gesprek, dat plaatsvond in de Medya-verdedigingsgebieden, wordt duidelijk welk belang Imrali voor Kalkan heeft. Hij zegt tegen Ruşen Çakır: „U bent eigenlijk bij het verkeerde adres terechtgekomen. U had eerst naar Imrali moeten gaan.“ Deze opmerking geeft uiting aan Kalkan’s overtuiging dat het lopende proces zonder Öcalan noch begrepen, noch voortgezet kan worden. Vanuit zijn perspectief was de vredesoproep van de Koerdische vertegenwoordiger het uitgangspunt voor alle latere ontwikkelingen.
De besluiten van het 12e PKK-congres zouden geen op zichzelf staand politiek initiatief zijn geweest, maar het antwoord van de beweging op deze oproep. Daarom zou het proces niet met de congresbesluiten zijn afgerond. Het is veeleer van cruciaal belang dat Öcalan de mogelijkheid krijgt om het verdere verloop actief te begeleiden. „Als men echte vrede nastreeft, loopt de weg via Imrali.” Voor Kalkan is de kwestie van de isolatie van Öcalan daarom geen afzonderlijke humanitaire of juridische kwestie, maar een politieke voorwaarde voor het verdere verloop van het vredesproces.
De besluiten van het congres als antwoord op de oproep van Öcalan
Kalkan gaat uitgebreid in op de besluiten van het 12e PKK-congres. Hij beschrijft ze als een direct gevolg van de vredesoproep van Öcalan. Al kort na de publicatie daarvan had de Koerdische beweging een eenzijdig staakt-het-vuren afgekondigd. Met het congres dat in mei 2025 werd gehouden, werden vervolgens verdere stappen ingezet, waaronder het besluit tot ontbinding van de organisatiestructuur en tot beëindiging van de gewapende strijd tegen de Turkse staat.
Voor Kalkan gaat het hierbij niet om tactische maatregelen, maar om een politieke beslissing voor de lange termijn. „Er zal geen oorlog meer zijn zoals vroeger”, zegt hij. De revolutionair koppelt deze uitspraak echter uitdrukkelijk niet aan het idee dat gewapende conflicten, ongeacht de ontwikkelingen aan de andere kant, uitgesloten zijn. Zolang de aanvallen op de guerrillastrijders voortduren, blijft het recht op zelfverdediging bestaan.
Tegelijkertijd maakt Kalkan duidelijk waarom de beweging niettemin vasthoudt aan de ingeslagen koers. „Niet alles kan door oorlog worden opgelost. Oorlog brengt problemen aan het licht – die worden opgelost door politiek.“ Volgens hem hebben de ervaringen van de afgelopen decennia, evenals de huidige ontwikkelingen in het Midden-Oosten, aangetoond dat een duurzame oplossing voor de Koerdische kwestie niet via militaire middelen kan worden bereikt. Daarom moet het politieke proces nu op de voorgrond treden.
‘Nu moet de staat handelen’
Vanuit deze redenering leidt Kalkan de volgende stap in het vredesproces af. Volgens hem heeft de Koerdische beweging met de oproep van Öcalan, het staakt-het-vuren en de besluiten van het 12e PKK-congres haar verantwoordelijkheid genomen. Nu is het de beurt aan de Turkse staat. Daarvoor zijn niet alleen politieke verklaringen nodig, maar ook concrete wettelijke en juridische veranderingen. Kalkan noemt in dit verband onder meer een nieuw juridisch kader voor het vredesproces, de uitbreiding van democratische rechten en voorwaarden waaronder Abdullah Öcalan zijn politieke rol kan vervullen. Daarnaast eist hij de uitvoering van de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de vrijlating van politieke gevangenen, waaronder Selahattin Demirtaş.
Ook het initiatief van MHP-voorzitter Devlet Bahçeli plaatst Kalkan in deze context. Bahçeli had het huidige proces in oktober 2024 in gang gezet met een ongebruikelijk initiatief. Allereerst stak hij bij de opening van het Turkse parlement de hand uit naar de parlementsleden van de DEM-partij en sprak hij van een signaal voor dialoog en nationale eenheid. Enkele weken later eiste hij dat Abdullah Öcalan – na opheffing van zijn isolatie – voor de fractie van de DEM-partij in het parlement het einde van de gewapende strijd en de ontbinding van de PKK zou verklaren. Daarmee bracht de ultranationalist voor het eerst publiekelijk een politieke weg naar beëindiging van het conflict ter sprake.
Kalkan zegt dat dit initiatief de Koerdische beweging aanvankelijk heeft verrast. Voor hem is echter niet de politieke achtergrond van een dergelijk initiatief doorslaggevend, maar wel of het de weg vrijmaakt voor een democratische oplossing. „Vrede wordt gebracht door degenen die oorlog voeren. De oorlog wordt beëindigd door degenen die hem voeren.” Volgens hem moeten de signalen die tot nu toe zijn afgegeven nu worden gevolgd door passende maatregelen van de Turkse staat.
Democratisering als daadwerkelijk perspectief
Kalkan beschouwt het lopende proces niet louter als een poging om een gewapend conflict te beëindigen. Volgens hem gaat het om een fundamentele heroriëntatie van de betrekkingen tussen de Turkse staat en de Koerdische bevolking. De ontwikkelingen in de regio zouden duidelijk hebben gemaakt dat militaire strategieën geen duurzame stabiliteit creëren. Een duurzame oplossing voor de Koerdische kwestie kan daarom alleen via democratische en politieke wegen worden bereikt. „Dit proces is een proces om het zogenaamde Koerdische beleid van Turkije op een democratische basis te plaatsen.“ Tegen deze achtergrond roept Kalkan de oppositie, democratische organisaties en maatschappelijke krachten op om het in gang gezette proces te steunen.