OVERIG NIEUWS

DEM-partij roept op tot erkenning van het bloedbad van Zilan

DEM-partij roept op tot erkenning van het bloedbad van Zilan
  • Turkije

Op de 96e herdenking van het bloedbad van Zilan stond de DEM-partij stil bij de tienduizenden slachtoffers en riep zij op tot een historische en politieke verantwoording voor deze gruweldaad. Het partijbestuur verklaarde dat een democratisch vredesproces niet kan slagen zonder de misdaden onder ogen te zien die in de beginjaren van de Turkse Republiek zijn begaan.

In haar schriftelijke verklaring zei het bestuur van de DEM-partij dat na de goedkeuring van de grondwet van 1924 een beleid van ontkenning en assimilatie de basis vormde voor de houding van de staat ten opzichte van de Koerdische bevolking. De partij wees erop dat het bloedbad in de Zilan-vallei een directe uiting was van dat beleid.

“Geen vrede zonder verantwoording”

Volgens de DEM-partij is het onder ogen zien van historische misdaden een van de fundamentele voorwaarden voor het lopende proces naar vrede en een democratische samenleving. Tot op de dag van vandaag is er noch een officiële erkenning van het bloedbad van Zilan, noch een verontschuldiging of gerechtelijk onderzoek, aldus de DEM-partij, die opmerkte dat er op de plaats van het bloedbad geen gedenkteken staat ter nagedachtenis aan de tienduizenden slachtoffers.

“Zilan is niet alleen een wond voor het Koerdische volk, maar voor iedereen die op dit land in gelijkheid, vrijheid en vrede wil samenleven.”

De partij riep op om de Zilan-vallei te behouden als herdenkingsplaats en om de geschiedenis van de verwoeste dorpen en de mensen die zijn omgekomen zichtbaar te maken. De verklaring werd afgesloten met een herbevestiging van het streven van de DEM-partij naar waarheid, gerechtigheid en historische verantwoording.

Verwijzend naar het lopende vredesproces hernieuwde de DEM-partij haar oproep tot een alomvattende historische afrekening. Volgens de partij is officiële erkenning van het bloedbad van Zilan en andere misdaden die in de beginjaren van de Republiek zijn begaan, essentieel om het verleden met het heden te verzoenen en een rechtvaardige en duurzame vrede op te bouwen.

Onderdrukking van de Ararat-opstanden

Het bloedbad van Zilan hangt nauw samen met de Ararat-opstanden, die tussen 1926 en 1930 plaatsvonden uit verzet tegen het beleid van de Turkse staat inzake gedwongen assimilatie en de ontkenning van de Koerdische identiteit. Na de onderdrukking van de opstand van sjeik Said keurde de Turkse Republiek het zogenaamde „Oostelijke Hervormingsplan“ (Şark Reform Planı) goed. Dit plan, dat werd gepresenteerd als een veiligheidsmaatregel, voorzag in grootschalige gedwongen hervestigingen, deportaties en uitgebreide militaire controle over Koerdische regio’s.

Tijdens de Derde Ararat-opstand steunde de Koerdische onafhankelijkheidsbeweging Xoybûn het verzet. Onder de militaire leiding van İhsan Nuri Pasha hadden de opstandelingen tijdelijk de controle over een groot gebied dat zich uitstrekte tussen de Iraanse grens en de regio’s Van en Bitlis. In de zomer van 1930 lanceerde het Turkse leger een grootschalig militair offensief tegen de regio. Gesteund door militaire vliegtuigen werd de opstand met geweld neergeslagen in de Zilan-vallei nabij het district Erciş in Van.

Duizenden burgers gedood

Het exacte dodental is tot op de dag van vandaag omstreden. Turkse kranten uit die tijd meldden dat er ongeveer 15.000 mensen waren omgekomen, terwijl overlevenden en Koerdische bronnen schatten dat het aantal slachtoffers wel eens 55.000 zou kunnen bedragen. Talrijke verslagen beschrijven massale executies, het opzettelijk vermoorden van dorpelingen en wijdverbreid geweld tegen vrouwen en kinderen. Tientallen dorpen werden verwoest en tienduizenden mensen raakten ontheemd. Het gebied werd vervolgens in beslag genomen en onderworpen aan een uitgebreid, door de staat geleid hervestigings- en demografisch beleid. De Turkse media begeleidden het militaire offensief destijds met racistische berichtgeving die Koerden ontmenselijkte en het geweld tegen hen publiekelijk rechtvaardigde.

De strijd om erkenning gaat door

Tot op de dag van vandaag is er geen officiële erkenning of gerechtelijk onderzoek naar het bloedbad geweest. Historici en mensenrechtenorganisaties hebben al lang kritiek geuit op het feit dat de Turkse staat de misdaden die in de beginjaren van de Republiek tegen de Koerdische bevolking zijn begaan, niet aanpakt.

Er ontstond nog meer kritiek in het begin van de jaren negentig, toen grote delen van de Zilan-vallei onder water kwamen te staan na de bouw van de Koçköprü-dam. Daardoor verdwenen talrijke dorpen en massagraven onder water. Ondanks aanhoudende protesten zijn er de afgelopen jaren nog meer waterkrachtprojecten in de regio uitgevoerd. Critici waarschuwen dat deze ontwikkelingen het risico met zich meebrengen dat nog meer bewijsmateriaal van het bloedbad voorgoed verloren gaat.

 

Gerelateerde Artikelen