- Turkije
De DEM-partij heeft scherpe kritiek geuit op de uitspraak van een Turkse rechtbank tegen het CHP-partijcongres van 2023 en gewaarschuwd voor politieke inmenging in de democratische orde. De uitspraak zou niet in overeenstemming zijn met de rechtsstaat en deel uitmaken van een poging om de politiek via de rechterlijke macht te hervormen, aldus de partij. In een verklaring van het partijbestuur stond dat de beslissing “deel uitmaakt van een politieke drukcampagne” waarmee de democratische politiek onder juridische controle moet worden gebracht. De DEM-partij verklaarde dat zij “net als in het verleden ook vandaag aan de kant van de democratie en het recht staat”. Aanvallen op de democratische wil van de bevolking mogen niet genormaliseerd worden.
DEM ziet gevaar voor vredes- en democratieproces
De partij bracht het vonnis nadrukkelijk in verband met het huidige debat over het vredesproces en een democratische samenleving in Turkije. Juist in een fase waarin wordt gediscussieerd over politieke oplossingen en democratische perspectieven, dreigt het vonnis het vertrouwen in een mogelijk vredes- en democratieproces verder te ondermijnen, verklaarde de DEM-partij. “De beslissing lijkt een stap die het proces voor vrede en een democratische samenleving overschaduwt”, aldus de verklaring. De partij waarschuwde er bovendien voor dat politieke ingrepen via de rechterlijke macht de maatschappelijke polarisatie zouden kunnen verdiepen en het vertrouwen in democratische instellingen verder zouden kunnen ondermijnen.
“De wil van het volk kan niet door rechtbanken terzijde worden geschoven”
Ook de twee covoorzitters van de DEM-partij, Tülay Hatimoğulları en Tuncer Bakırhan, reageerden op de uitspraak en beschuldigden de rechterlijke macht ervan zich te mengen in de politieke orde. Hatimoğulları verklaarde dat de vraag wie voorzitter van de CHP is, moet worden beslist door partijleden, afgevaardigden en kiezers, niet door rechtbanken. „Proberen de grootste oppositiepartij via rechterlijke uitspraken te herschikken, betekent de democratie buiten werking stellen“, verklaarde ze. De wil van afgevaardigden, leden en kiezers mag niet „door de rechterlijke macht worden opgeschort“.
Tegelijkertijd waarschuwde de politica ervoor om rechtbanken niet tot instrumenten van politieke beleidsvorming te maken. Politiek moet worden gevoerd in het parlement, bij de stembus en in de democratische ruimte.
Bakırhan spreekt van een inbreuk op de democratische toekomst
Medevoorzitter Tuncer Bakırhan noemde de beslissing een ingreep die veel verder reikt dan de CHP. “Deze beslissing is niet alleen gericht tegen de CHP, maar tegen de democratische toekomst van Turkije”, verklaarde Bakırhan. Juist in een tijd waarin Turkije afhankelijk is van maatschappelijke stabiliteit en politieke overeenstemming, mag de rechterlijke macht niet worden ingezet voor politieke machtsstrijd. “Democratie leeft van de wil van de samenleving, niet van rechterlijke uitspraken”, zei Bakırhan. Politiek moet op een legitieme democratische basis worden gevoerd en mag niet door juridische interventies worden herschikt.