- Noord-Koerdistan
Tijdens de conferentie met de titel „Noordelijke Koerden bespreken nationale eenheid“ in Amed (Diyarbakır) vestigde Çiğdem Kılıçgün Uçar, medevoorzitter van de Partij van de Democratische Regio’s (DBP), de aandacht op het belang van eenheid en de totstandbrenging van een gemeenschappelijk juridisch kader in de Koerdische vrijheidsstrijd.
Uçar begon haar toespraak met het benadrukken van het belang van de Koerdische taal en stelde dat het spreken in de moedertaal een verworvenheid is van de vrijheidsstrijd. Ze merkte op dat de strijd die door de Koerden wordt gevoerd de basis vormt voor nationale eenheid, die volgens haar democratisch en inclusief moet zijn.
Verwijzend naar de oproep van de Koerdische leider Abdullah Öcalan stelde Uçar dat er, ondanks uiteenlopende standpunten, een gemeenschappelijke basis moet worden gevonden met betrekking tot de vrijheid van het Koerdische volk.
Ze stelde dat de conflicten in Koerdistan voortkomen uit een beleid van ontkenning en assimilatie, en zei: “We moeten nu bespreken hoe we vrijheid gaan opbouwen.”
Uçar merkte op dat Koerden niet zijn opgenomen in het bestaande rechtssysteem van de staat en benadrukte dat zij daarom hun eigen interne rechtssysteem moeten opzetten. Ze zei: “We zijn niet opgenomen in het rechtssysteem van de staat. Daarom worden we gevangengenomen en gedwongen ons land te verlaten. We hebben een ander rechtssysteem nodig. Dat is de eigen interne wet van de Koerden. We hebben geen eigen wet.”
De medevoorzitter van de DBP voegde hieraan toe: „Als we onderling geen democratisch rechtssysteem tot stand kunnen brengen, kunnen we geen juridische discussie met de staat aangaan.”
Ze haalde het verzet in Rojava als voorbeeld aan, herhaalde de oproep tot eenheid en zei dat er gezamenlijke actie moet worden ondernomen tegen de versnippering van de Koerden: “Als we ons niet verenigen, zal er veel bedrog onder ons zijn. De machthebbers hebben tot nu toe geprobeerd te overleven door ons te verdelen. Er wordt een speciale oorlog gevoerd tegen de oproep van 27 februari (van Abdullah Öcalan). Van hieruit richt ik mij tot degenen die de strijd van deze beweging negeren: voeren jullie een strijd voor vrijheid, taal en bestaan en staat de Koerdische beweging jullie daarbij in de weg? Daarom moeten we ons verenigen. We moeten versnippering voorkomen.”
De medevoorzitter van de DBP wees ook op het belang van het onder ogen zien van het verleden en benadrukte dat vooral het historische leed erkend moet worden.
Tijdens de conferentie spraken ook Ohannes Gafur Ohanyan, lid van het bestuur van de Surp Giragos Armeense Kerkstichting, en de Rojava-intellectueel dr. Xelil, die de aandacht vestigden op historische bloedbaden en het belang van nationale eenheid benadrukten.
In verdere toespraken werd gewaarschuwd dat soortgelijk leed zich zou kunnen herhalen als er geen eenheid wordt bereikt, en werd opgeroepen tot gezamenlijke strijd en solidariteit.
Bron: ANF