- Rojava/Noord- en Oost-Syrië
De grens is een drijvende pontonbrug die over de Tigris loopt. De stroming is sterk, het water staat hoog. We verlaten Irak en komen Syrië binnen. Aan beide oevers van de Tigris wapperen Koerdische vlaggen. We hebben de autonome Koerdische regio van Irak verlaten en zijn aangekomen in Rojava, in Syrisch Koerdistan.
Door de recente regenval zijn de lage heuvels groen geworden en staan er overal oliepompen verspreid over het landschap. Als we afdalen naar de vlakte, gaat het terrein over in landbouwgrond met uitgestrekte graanvelden. We passeren dorpen en kleine stadjes, waar het druk is op straat.
Scholen zijn omgebouwd tot opvangcentra voor vluchtelingen, van wie de meesten Koerden zijn die het Syrische leger ontvluchten. Ze hebben de beelden uit Aleppo en Noordoost-Syrië gezien – Koerden die worden blootgesteld aan moord en geweld. Ze hebben ervoor gekozen te vluchten voordat het te laat was.
Iedereen herinnert zich nog wat er gebeurde toen ISIS iets meer dan tien jaar geleden de regio terroriseerde. Velen vrezen dat de geschiedenis zich zou kunnen herhalen. Extremistische jihadistische groeperingen zijn nu een bondgenootschap aangegaan met het Syrische leger.
Kobane wordt opnieuw belegerd. De stad is overspoeld met vluchtelingen en de Syrische strijdkrachten hebben de elektriciteit en het water voor de Koerdische inwoners afgesloten.
Het waren de Koerden die ISIS hebben verslagen. Duizenden jonge Koerdische mannen en vrouwen hebben in die strijd het leven gelaten. De wereld slaakte een zucht van verlichting toen het terreurkalifaat eindelijk werd gestopt. Het keerpunt kwam in de belegerde stad Kobane. Vandaag wordt diezelfde stad opnieuw belegerd.
Er heerst een fragiel staakt-het-vuren – voorlopig. Het alternatief zou een totale oorlog zijn. Koerdische troepen hebben zich teruggetrokken naar hun kerngebieden. Er bestaat een overeenkomst om Koerdisch zelfbestuur te integreren in de Syrische staat, maar de sfeer is gespannen en de rust is ongemakkelijk. Ilham Ahmed, minister van Buitenlandse Zaken van Rojava, vertelt ons dat Damascus al verschillende verdragen heeft geschonden.
Het Syrische regime is islamitisch en conservatief. Het Koerdische bestuur is progressief en gebaseerd op principes van gelijkheid, respect voor etnische diversiteit en vrouwenrechten. De Syrische regering accepteert zelfs niet de Koerdische praktijk om altijd zowel een vrouw als een man als medevertegenwoordigers aan te stellen.
Ook accepteren ze geen vrouwelijke soldaten.
Volgens de overeenkomst moeten de gedisciplineerde en door de strijd geharde Koerdische strijdkrachten worden geïntegreerd in het Syrische leger. Wanneer we de commandant van de volledig vrouwelijke Koerdische zelfverdedigingsmacht, YPJ, Rojhilat Afrin, ontmoeten, vertelt ze ons dat ze niet weten wat de toekomst voor hen in petto heeft. Veel YPJ-strijders zijn veteranen uit de oorlog tegen ISIS.
De commandant van de Koerdische strijdkrachten, Mazloum Abdi, ziet er vermoeid maar hoffelijk uit wanneer we hem ontmoeten. Hij werkt de klok rond om zijn troepen te organiseren. Hij heeft rechtstreeks onderhandeld met de president van Syrië, al-Sharaa. Aan de onderhandelingstafel, zegt hij, is de toon constructief, maar het wantrouwen zit aan beide kanten diep. Historisch gezien zijn Koerden onderdrukt en gemarginaliseerd door de machthebbers in Damascus.
Iedereen met wie we spreken, benadrukt dat internationale steun cruciaal is. In andere delen van Koerdistan is de solidariteit met Rojava overweldigend wanneer het onder vuur ligt. We zien konvooien vrachtwagens met hulpgoederen. De grens met Iraaks Koerdistan is een levenslijn naar de buitenwereld. Turkije houdt zijn grens gesloten, vastbesloten om het Koerdische zelfbestuur te verpletteren.
We komen nu Amerikaanse troepen tegen die het land verlaten.
In het verleden genoten de Koerden een zekere mate van bescherming van de westerse mogendheden, hun bondgenoten in de strijd tegen ISIS. Nu vertrekken die troepen. Koerdische leiders dringen er bij de EU en landen als Zweden op aan om druk uit te oefenen op Damascus en elke steun afhankelijk te maken van duidelijke eisen op het gebied van democratie en respect voor minderheden.
Te midden van de onrust heerst een diepe vastberadenheid. Indien nodig zullen ze zich verdedigen. Er is ook sprake van grote gastvrijheid: we krijgen meer kopjes thee en koffie aangeboden dan iemand redelijkerwijs kan drinken, en we komen samen met nieuwe en oude vrienden rond zelfgemaakte maaltijden die op de vloer worden geserveerd.
De toekomst is onzeker. Maar één ding is duidelijk: de Koerden zullen niet ophouden te strijdden voor hun rechten en voor een betere toekomst.
Foto: Jonas Sjöstedt en Yekbun Alp
* Jonas Sjöstedt, lid van het Europees Parlement voor de Zweedse Linkse Partij, en Yekbun Alp, lid van het uitvoerend comité van de Zweedse Linkse Partij en commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen, reisden van 17 tot 19 februari naar Rojava. Dit is een verslag van hun ervaringen, geschreven voor Yeni Özgür Politika.