Amed (Turks: Diyarbakır) is niet alleen het geografische en culturele hart van Koerdistan, maar al decennialang ook het politieke centrum van de Koerdische vrijheidsstrijd. Juist daarom concentreert de Turkse staat hier zijn speciale oorlogsbeleid met bijzondere intensiteit. Van politie-instanties en districtsbesturen tot eenheden van de Turkse geheime dienst MIT bestaat er in de stad een nauw verweven systeem. Volgens veel inwoners worden drugs, prostitutie, het ronselen van agenten en bendestructuren daarbij doelbewust ingezet als middelen voor maatschappelijke ontwrichting.
Vooral wijken als Sûr, Rezan en Kaynartepe worden hierdoor getroffen – wijken die al jaren gelden als centra van Koerdisch verzet en politieke organisatie. Veel mensen in Amed zien hierin een poging om de Koerdische jeugd te depolitiseren, het maatschappelijk geheugen uit te wissen en nieuwe organisatie te verhinderen.
Van Licê tot Rezan: het drugsnetwerk onder toezicht van de staat
Wie de drugsproblematiek in Amed wil begrijpen, moet eerst naar Licê kijken. Het district geldt al jaren als een van de belangrijkste cannabisteeltgebieden van Turkije. Hoewel er slechts ongeveer 25.000 mensen wonen, reikt de invloed van de regio ver buiten de provinciegrenzen.
In de dorpen van Licê is de cannabisteelt nauw verweven met veeteelt en tabaksproductie. Lokale telers melden dat de teelt plaatsvindt met medeweten en onder toezicht van overheidsinstanties. Volgens hen staan veiligheidsdiensten, het districtsbestuur en de politie tijdens de oogstperiodes in direct contact met de telers en ontvangen zij hun deel.
De in Licê geproduceerde cannabis blijft niet beperkt tot Amed. Een groot deel wordt naar andere steden in Turkije en naar het buitenland, met name naar Europa, vervoerd. Voor veel mensen in Amed ligt het eigenlijke probleem echter niet alleen in de handel zelf, maar in waar en tegen wie deze drugs worden gebruikt.
Meer dan 20.000 drugsgebruikers in Amed
Een onderzoek van het stadsbestuur van Amed uit 2015 kwam tot de conclusie dat ongeveer 1,4 procent van de toenmalige ongeveer 1,7 miljoen inwoners drugs gebruikte. Dat kwam neer op meer dan 20.000 mensen. In de daaropvolgende jaren zou het percentage verder zijn gestegen en inmiddels boven de twee procent liggen. Tegelijkertijd daalde de leeftijd waarop mensen voor het eerst drugs gebruiken volgens rapporten tot twaalf jaar.
Ook recente onderzoeken schetsen een alarmerend beeld. Volgens een studie van het onderzoekscentrum SAMER uit december 2025 kwam in Rezan meer dan 70 procent van de gebruikers al tussen hun twaalfde en zeventiende levensjaar voor het eerst in aanraking met drugs. In Erxenî lag dit percentage op 65,6 procent, terwijl bijna tien procent al op de leeftijd tussen vijf en elf jaar voor het eerst drugs gebruikte. In Farqîn begon meer dan de helft van de gebruikers nog voor hun 18e, sommigen zelfs al op tienjarige leeftijd.
Naast cannabis verspreidden zich vanaf 2013 en 2014 in toenemende mate synthetische drugs zoals “Bonzai”. Later kwamen daar methadon, cocaïne, heroïne en inhaleerbare oplosmiddelen zoals lijm en verfverdunners bij. Inmiddels hebben de bewoners het echter vooral over een nieuwe drug die zich razendsnel in de wijken verspreidt: ‘Crystal’, ook bekend als methamfetamine of ‘Meth’.
De nieuwe valkuil voor jongeren: 'Crystal'
In de wijken Sûr, Ofis en Rezan worden het dagelijks leven op straat tegenwoordig vooral bepaald door twee zaken: afpersing door bendes en de snelle verspreiding van de drug „Crystal“. Met name uit de wijk Mevlana-Halit in Rezan wordt gemeld dat het drugsgebruik inmiddels zelfs kinderen treft.
“Crystal” is methamfetamine – een synthetische drug die op korte termijn intense euforie en een sterk gevoel van energie teweegbrengt, maar op lange termijn ernstige psychische en lichamelijke schade veroorzaakt. Paranoia, agressie en psychotische toestanden behoren tot de meest voorkomende gevolgen.
Vooral onder jongeren die te maken hebben met armoede, een gebrek aan perspectief en sociaal isolement verspreidt de drug zich snel. Voor veel bewoners is dit geen toevallig proces. Ze verwijten de staat dat deze de verspreiding van de drug niet alleen tolereert, maar bewust niet ingrijpt en daarmee de weg vrijmaakt voor de verdere verspreiding ervan.
Waarom grijpt de staat niet in?
Volgens schattingen zijn er in Amed minstens 50.000 leden van de politie, het leger en de veiligheidsdiensten ingezet. Des te meer rijst bij de bevolking de vraag waarom gewapende bendes, drugshandel en afpersing in veel wijken vrijwel openlijk kunnen plaatsvinden. In Sûr opereren groepen die beschermingsgeld eisen van juweliers. In Rezan bewegen dealers zich vlak voor politiebureaus. Bij bekende drugshandelplaatsen staan gepantserde voertuigen van de speciale eenheden vaak slechts enkele meters verderop. Voor veel inwoners is deze gelijktijdigheid geen toeval, maar een uiting van bewuste tolerantie.
In delen van de bevolking heerst daarom de overtuiging dat de staat criminele structuren eerder tolereert, zolang ze bijdragen aan de depolitisering van de jeugd. In plaats van maatschappelijke of politieke organisatie verspreiden drugs, geweld en bendestructuren zich in veel wijken.
Prostitutie als onderdeel van het speciale oorlogsbeleid
Ook de toename van prostitutie wordt in Amed niet als een gewoon maatschappelijk probleem beschouwd. Net als bij de drugshandel zien veel inwoners hierin een bewust getolereerde structuur binnen het speciale oorlogsbeleid van de staat. Alleen al in de wijk Ofis zouden er meer dan 50 zogenaamde ‘afspraakwoningen’ bestaan. Volgens lokale bronnen werken daar vrouwen die vanuit verschillende steden in Turkije, uit Syrië en uit de Kaukasus naar Amed zijn gebracht.
Tot de wijken waar dergelijke structuren zich bijzonder hebben geconcentreerd, behoren ook Kaynartepe en aangrenzende gebieden in Rezan, evenals de wijk Huzurevleri in het stadsdeel Payas. Daar wonen veel gezinnen die na de verwoestingen tijdens het verzet tegen het zelfbestuur uit Sûr zijn verdreven.
In de wijk Huzurevleri, met ongeveer 55.000 inwoners, zouden er meer dan honderd woningen zijn waar prostitutie wordt georganiseerd. Bewoners melden dat ze de situatie meerdere malen bij politiebureaus hebben aangegeven. Er zijn echter geen consequenties of zichtbare ingrepen geweest.
Het netwerk van voormalige kaders en informanten
Volgens lokale bronnen worden niet alleen woningen, maar ook cafés, informele schoonheidssalons en massagesalons gebruikt als locaties voor georganiseerde prostitutie. Bewoners melden bovendien dat er groepen zijn die doelbewust jonge vrouwen benaderen, zich voordoen als voormalige leden van de PKK en hen vervolgens in een afhankelijkheidsrelatie dwingen of tot prostitutie aanzetten.
Achter de term “voormalige PKK'ers” gaan volgens onderzoek van lokale kringen personen schuil die vroeger actief waren binnen de Koerdische politieke beweging, gevangenisstraffen hebben uitgezeten of organisatorische taken vervulden. Later zouden ze door de Turkse geheime dienst MIT onder druk zijn gezet of gerekruteerd.
Vandaag de dag, zo luidt de beschuldiging, zouden deze personen worden ingezet in structuren die zich bezighouden met drugshandel, prostitutie, het opzetten van netwerken van informanten en het vormen van bendes. Juist omdat ze uit de kringen van de Koerdische beweging afkomstig zijn, genieten ze in eerste instantie het vertrouwen van veel jongeren.
Lokale bronnen melden bovendien dat dergelijke groepen met name druk uitoefenen op jonge vrouwen, hen in sociaal isolement drijven of tot drugsverslaving dwingen. In sommige gevallen zou dit zelfs tot zelfmoorden hebben geleid. Tegelijkertijd wordt geprobeerd om gericht invloed uit te oefenen op de perceptie van de Koerdische vrijheidsbeweging en Abdullah Öcalan.
Een openlijke bekentenis van overheidsbeleid
Een van de meest openhartige uitspraken over het verband tussen prostitutie, drugs en overheidsbeleid dateert uit 2011 en is afkomstig van de toenmalige gouverneur van Siirt (ku. Sêrt). Nadat bekend was geworden dat een netwerk, waarbij ook een adjunct-schoolhoofd betrokken was, schoolmeisjes tot prostitutie dwong, verklaarde de gouverneur in het openbaar: “Laat ze maar liever prostitutie bedrijven in plaats van de bergen in te trekken. Laat ze maar liever drugs gebruiken in plaats van stenen te gooien.”
De uitspraak zorgde destijds voor brede verontwaardiging en werd in de daaropvolgende jaren herhaaldelijk opgepikt door Koerdische media en mensenrechtenorganisaties. Voor veel mensen in Koerdistan geldt deze uitspraak tot op de dag van vandaag als een openlijke bekentenis van dat speciale oorlogsbeleid, dat maatschappelijke ontwrichting beschouwt als middel tegen Koerdisch verzet.
Bendestructuren en afpersing
De toenemende vorming van bendes in Amed wordt door veel inwoners al lang niet meer als een gewoon veiligheidsprobleem beschouwd. Vooral in Sûr, Ofis, Rezan en de omliggende wijken opereren verschillende groepen die volgens lokale bronnen in directe of indirecte relatie staan tot staatsstructuren.
De naam van een in Sûr actieve groep, die onder de bevolking bekendstaat als de „salafistenbende“, duikt daarbij bijzonder vaak op. Deze groep wordt beschuldigd van afpersing, aanvallen op vrouwen en intimidatie van ondernemers.
De groep haalde de afgelopen jaren meerdere malen de krantenkoppen. Zo viel ze onder andere filialen van Starbucks en Burger King aan, bestormde ze in Saraykapı het huis van drie jonge vrouwen en viel ze een vrouw op straat aan. Ook plaatsen als het Hewş en het Karga Café kwamen in het vizier van de groep.
Uit Rezan wordt op zijn beurt gemeld dat andere bendes met name juweliers en zakenmensen onder druk zetten en met geweld beschermingsgeld innen.
Bendes uit de kring van patriottische families
Een winkeleigenaar uit Sûr vertelt dat hij na de aankoop van een winkel gedwongen werd om, bovenop de eigenlijke aankoopprijs, een hoog bedrag aan zogenaamde „oude bendes” te betalen. Nadat een andere winkeleigenaar had geweigerd beschermingsgeld te betalen, werd zijn zaak beschoten. Sindsdien is de winkel gesloten gebleven. Veel zakenmensen in de wijk spreken uit angst voor verdere aanvallen niet in het openbaar over dergelijke incidenten.
Tot de bekendste groepen in Amed behoren momenteel de zogenaamde „Daltons“ en „Casper“. Volgens lokale bronnen zijn veel van de jongeren die daar deel uitmaken afkomstig uit patriottische Koerdische families en waren sommigen van hen vroeger zelf politiek actief.
Ook de Kamer van Juweliers en Goudsmeden van Amed waarschuwde in oktober 2024 publiekelijk voor een reeks gewapende aanvallen, bedreigingen en afpersingen tegen winkeliers. Vooral de zaak van de winkel Izol werd bekend. Nadat de eigenaar had geweigerd beschermingsgeld te betalen, werd de winkel ‘s nachts met wapens aangevallen. De winkel bevindt zich direct naast het politiebureau '10 Nisan’ en het hele gebied wordt door bewakingscamera's in de gaten gehouden. Toch konden de aanvallers de plaats delict ongestoord verlaten.
Afpersing van beschermingsgeld onder politiebescherming
Voor veel bewoners valt vooral één ding op: vrijwel alle bekende aanvallen en afpersingszaken vinden plaats in de directe omgeving van politiecontroleposten of veiligheidstroepen. In de Dörtyolstraat in Rezan, waar gewapende bendes regelmatig zouden opduiken, staat permanent een gepantserd voertuig van de speciale eenheden. In de wijk Kaynartepe, die als centrum van de drugshandel geldt, staat dan weer de hele dag een gepantserd voertuig van de antiterrorisme-eenheid TEM.
Volgens veel bewoners grijpen de veiligheidstroepen echter niet in tegen de bendes. In plaats daarvan ontstaat bij de bevolking de indruk dat de groepen feitelijk onder bescherming van staatsinstanties opereren.
De bendes richten zich daarbij niet alleen op zakenmensen. Ook vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties komen steeds meer onder druk te staan. Activisten die zich kritisch bezighouden met bouwprojecten rond de historische On-Gözlü-brug of daarover berichten publiceren, zouden herhaaldelijk zijn bedreigd. Ondanks aangiften en klachten blijven consequenties uit.
Lokale waarnemers zien in de huidige bendes een nieuwe generatie criminele structuren. In tegenstelling tot eerdere groepen zetten zij doelgericht minderjarigen en jongeren in en lijken zij naar buiten toe onafhankelijk van de staat te opereren. Volgens verschillende instanties vervullen ze echter functies die overlappen met de speciale oorlogsstrategieën van de staat tegen de Koerdische samenleving.
Zelfs als afzonderlijke groepen worden opgerold, ontstaan er al snel nieuwe. Het eigenlijke probleem ligt daarom, zo is de wijdverbreide opvatting in Amed, niet alleen bij de bendes zelf, maar in de politieke omstandigheden die hun bestaan mogelijk maken.
Het onzichtbare raderwerk van het ronselen van agenten
Een van de oudste en meest hardnekkige instrumenten van het overheidsbeleid in Amed is het ronselen van informanten. Terwijl dit beleid in de jaren negentig vooral via openlijke dreigementen en geweld werd gevoerd, ontwikkelde het zich vanaf de jaren 2000 steeds meer tot een systeem van psychologische en technische manipulatie. Vooral mensen uit patriottische families die in economisch moeilijke situaties verkeren of als minder gepolitiseerd worden beschouwd, worden vaak benaderd. Lokale bronnen melden dat het verlies van familieleden, armoede en sociale crises doelbewust worden gebruikt om mensen ertoe te bewegen samen te werken met overheidsinstanties. Uitspraken als “Wat heeft de strijd jullie opgeleverd?” of beloften van financiële steun dienden daarbij als middel om contact te leggen.
Sinds het midden van de jaren 2010 is bovendien de digitale werving van informanten aanzienlijk toegenomen. Volgens lokale waarnemers leggen MIT-medewerkers onder valse identiteiten via sociale netwerken contact met personen uit de kringen van de Koerdische vrijheidsbeweging. Uit schijnbaar gewone online kennissen ontstonden soms emotionele relaties, waarvan de intieme inhoud later zou worden gebruikt voor chantage. Vooral personen die binnen hun omgeving als betrouwbaar of politiek standvastig worden beschouwd, zouden daarbij in het vizier staan.
De geüniformeerde actoren van de speciale oorlog
Volgens lokale bronnen worden met name tegenover jonge vrouwen directe en systematische methoden voor het ronselen van agenten ingezet. Inwoners, activisten en vrouwenorganisaties maken melding van ontvoeringen, seksueel geweld en daaropvolgende chantage. Opnames en foto’s zouden worden gebruikt om de slachtoffers met dreigementen tegen hun familie of hun sociale omgeving tot medewerking te dwingen en hen in de structuren van de Koerdische beweging te infiltreren.
De zaak van de jonge Koerdische vrouw Ipek Er is in Koerdistan een symbool van dit geweld geworden. Ipek Er had de Turkse onderofficier Musa Orhan ervan beschuldigd haar te hebben verkracht. Later pleegde ze zelfmoord. Vrouwenorganisaties en Koerdische instellingen beschouwen de zaak tot op de dag van vandaag niet als een op zichzelf staand geval, maar als een uiting van systematisch staatsgeweld tegen Koerden.
Lokale bronnen brengen bovendien gerichte lucht- en grondoperaties in de regio's Licê, Pasur en Hezro in verband met informatie die via dergelijke netwerken van agenten zou zijn verkregen. Met name bij “puntoperaties”, waarbij guerrillastrijders doelgericht werden gedood, wordt het inzetten van gerekruteerde informanten vermoed. In dit verband is er ook sprake van hoge geldbedragen en opvallende banktransacties, die zouden zijn uitgevoerd als tegenprestatie voor het doorgeven van informatie.
Volgens veel mensen komt het diepste effect van dit beleid echter tot uiting in het maatschappelijke klimaat zelf. Wantrouwen doordringt buurten, gezinnen en politieke relaties. Gesprekken verstommen, sociale banden raken verzwakt, en achterdocht neemt de plaats in van collectieve solidariteit.
Voor veel mensen in Amed ligt juist daarin de werkelijke functie van deze onzichtbare oorlogsvoering: maatschappelijke ontwrichting bewerkstelligen daar waar militair geweld alleen zijn grenzen heeft.
„Narco-bendestaat” en de herinnering aan het verzet
Drugshandel, prostitutie, bendestructuren en het ronselen van informanten staan daarbij niet los van elkaar. Ze worden veeleer gezien als met elkaar verweven onderdelen van een alomvattend speciaal oorlogsbeleid. De verschillende mechanismen vullen elkaar aan en stabiliseren elkaar. In politieke kringen en delen van het Koerdische publiek wordt hiervoor steeds vaker de term „narcobendestaat“ gebruikt. Hiermee wordt bedoeld dat staatsveiligheidsstrategieën, sociale ontwrichting en criminele structuren in Koerdistan met elkaar verweven zijn.
Waarom juist Amed hierbij een centrale rol speelt, wordt verklaard door de politieke geschiedenis van de stad. Amed was een van de belangrijkste centra van het verzet voor zelfbestuur, heeft tot op de dag van vandaag diepe maatschappelijke wortels in de Koerdische vrijheidsbeweging en geldt nog steeds als politiek centrum van de Koerdische organisatie. Dat veel van deze ontwikkelingen zich vooral concentreren in wijken als Sûr en Rezan, wordt daarom niet als toeval beschouwd. Veeleer wordt hierin een gerichte strategie gezien tegen die ruimtes waarin verzet, politieke organisatie en collectieve herinnering bijzonder levendig zijn gebleven.
Een bewust gecreëerd klimaat
Families, activisten en zakenmensen herinneren er tegelijkertijd aan dat de situatie zich niet continu heeft ontwikkeld. Vooral tussen 2013 en 2015 – in een fase waarin de Koerdische beweging jongeren relatief gemakkelijk kon bereiken – zouden drugsgebruik en straathandel aanzienlijk zijn afgenomen.
Met het einde van het toenmalige dialoogproces tussen de Turkse staat en de PKK en het daaropvolgende escalatiebeleid van de staat zouden de huidige speciale oorlogspraktijken echter opnieuw enorm in intensiteit zijn toegenomen. Veel bewoners zien hierin een poging om maatschappelijke politisering terug te dringen en sociale ruimtes van verzet systematisch te destabiliseren.
In Amed heerst daarom onder veel mensen de overtuiging dat deze ontwikkelingen niet toevallig zijn ontstaan. De oplossing wordt dan ook niet alleen gezocht in veiligheidsmaatregelen, maar in een politieke verandering van de verhoudingen in Koerdistan zelf.
Volgend deel: Riha – Het laboratorium van de culturele genocide (II)
Auteur: Rüstem Sincer