DOSSIERS & OPINIE

Özsoy: De terughoudendheid van de Koerden in de oorlog tegen Iran is een strategische beslissing

Politicoloog en voormalig HDP-parlementslid Hişyar Özsoy heeft de recente ontwikkelingen rond het Iran-beleid van de VS en de rol van de Koerden in het regionale machtsgeweefsel geanalyseerd. Centraal in zijn analyse staat de poging van de Amerikaanse president Donald Trump om, in het kader van de militaire strategie tegen Iran, Koerdische strijdkrachten in te zetten als „grondtroepen“. Özsoy wijst erop dat dit initiatief uiteindelijk op aanzienlijke terughoudendheid bij Koerdische politieke actoren is gestuit. Ondanks directe gesprekken met Koerdische leiders heeft Washington geen bindende strategische garanties geboden. Met name politieke krachten in de Koerdische regio in Irak en de Partij voor een Vrij Leven in Koerdistan (PJAK) zouden daarom een voorzichtige en afwachtende houding hebben aangenomen.

Volgens Özsoy gaat het hierbij om een bewuste politieke strategie. De Koerdische actoren zouden belangrijke lessen hebben getrokken uit eerdere ervaringen – met name uit de ontwikkelingen in Rojava. Tegelijkertijd speelt ook de specifieke maatschappelijke en politieke structuur van Iran een doorslaggevende rol, die fundamenteel verschilt van de verhoudingen in Syrië. Tegen de achtergrond van de huidige geopolitieke herschikking in het Midden-Oosten ziet Özsoy de Koerden bovendien steeds meer in het centrum van regionale en internationale politieke dynamieken staan. De politieke ontwikkeling in alle vier delen van Koerdistan is uitgegroeid tot een factor die vandaag de dag zowel regionale machtsverschuivingen als mondiale politieke agenda's beïnvloedt.

De afgelopen weken waren er berichten dat Donald Trump in de context van de oorlog tegen Iran de Koerden als grondtroepen wilde inzetten, maar later van dit idee afzag. Daarop reageerden zowel vooraanstaande politici uit de Koerdische regio in Irak als de PJAK, die verklaarde geen partij te kiezen voor een van beide kanten. Hoe beoordeelt u deze reacties en de houding van de Koerdische politieke actoren?

De Koerdische actoren hebben tot nu toe uiterst evenwichtig en rationeel gehandeld. De belangrijkste reden hiervoor is dat er vanaf het begin grote onduidelijkheid bestond – en nog steeds bestaat – over welk strategisch einddoel de aanvallen van de VS en Israël op Iran daadwerkelijk nastreven. Terwijl Israël blijkbaar streeft naar een regimewisseling, wijst Donald Trump weliswaar ook in die richting, maar binnen de Amerikaanse politieke en militaire besluitvormers – inclusief Trump – lijkt momenteel niemand serieus ervan uit te gaan dat een regimewisseling op korte termijn of zonder complicaties te realiseren zou zijn. Dienovereenkomstig is er ook geen duidelijke exitstrategie te ontwaren.

De militaire aanvallen waren blijkbaar ook bedoeld om binnenlandse politieke dynamieken in Iran op gang te brengen. Men hoopte dat de bevolking, die al actief was in het kader van protestbewegingen, in grotere getale de straat op zou gaan en zo een binnenlandse omwenteling teweeg zou brengen. Deze berekening lijkt echter niet te zijn uitgekomen. Er zijn veel aanwijzingen dat de strategische aannames onjuist waren. Toen Trump deze impasse inzag, mengde hij zich persoonlijk in de zaak en zocht hij het gesprek met Koerdische leiders. Men moet zich het volgende voor ogen houden: men probeert een historisch verankerd en institutioneel goed voorbereid regime als het Iraanse te destabiliseren, terwijl tegelijkertijd een centrale regionale speler – de Koerden – tot op dat moment blijkbaar niet was overtuigd of betrokken.

Klassieke ‘afwachtende’ strategie

Onder deze omstandigheden wilden de Koerdische strijdkrachten begrijpelijkerwijs niet overhaast in het conflict ingrijpen. Zonder concrete garanties, zonder de duidelijke verwachting van een daadwerkelijke regimewisseling en vooral zonder bindende vooruitzichten voor hun politieke status in de periode na een mogelijke oorlog, was er voor hen geen reden om zich militair te engageren. Achteraf gezien blijkt hoe rationeel deze terughoudendheid was. Het is heel goed denkbaar dat Trump in de nabije toekomst zal verklaren dat de belangrijkste militaire doelen zijn bereikt. Ook al zijn de raketprogramma's van Iran, delen van zijn militaire infrastructuur en zijn lucht- en zeestrijdkrachten aanzienlijk beschadigd, zou het louter voortbestaan van het regime vanuit Iraans perspectief al als een politiek succes worden beschouwd.

Met andere woorden: Iran zou operationeel aanzienlijke schade kunnen hebben opgelopen. Mocht er echter geen regimewisseling plaatsvinden, dan zouden zowel Israël als de Verenigde Staten deze oorlog strategisch als een nederlaag moeten beschouwen. Tegen deze achtergrond hebben de Koerdische actoren een klassieke „afwachtende“ strategie gevolgd. Hun belangrijkste doel was om hun steden en hun bevolking te beschermen, een uitbreiding van de oorlog naar Koerdische regio's zoveel mogelijk te voorkomen en, indien nodig, eigen verdedigingsstructuren op te bouwen. Want in het geval van een mislukte regimewisseling zou ook rekening moeten worden gehouden met massale vergeldingscampagnes. De Koerdische politieke krachten hebben dit risico blijkbaar zeer nauwkeurig ingecalculeerd. Kortom: ze vertrouwden de VS niet zonder meer, konden de uitkomst van deze oorlog niet inschatten en waren zonder bindende garanties niet bereid zich te laten inzetten als instrument van vreemde strategische belangen.

Heeft ook de recente ontwikkeling in Rojava een rol gespeeld bij deze houding? De VS hebben de Koerden in Syrië immers, gezien de politieke ontwikkelingen, feitelijk in de steek gelaten.

Dat is ongetwijfeld een belangrijke factor. De gebeurtenissen in Rojava liggen nog niet zo lang achter ons, en daar hebben we heel duidelijk kunnen zien hoe snel de VS hun politieke standpunt kunnen bijstellen. Voor de Koerdische actoren was dat een cruciale ervaring, die uiteraard in hun overwegingen is meegenomen. De ervaringshorizon van de Koerden reikt in dit opzicht echter veel verder terug. Er zijn een aantal historische voorbeelden. Men kan bijvoorbeeld verwijzen naar de gebeurtenissen rond de in Mahabad uitgeroepen Republiek Koerdistan. Of naar de eerste Golfoorlog in 1991: toen de VS destijds Irak aanvielen, moedigden ze de Koerden aan tot opstand. De Koerden kwamen in opstand – maar werden daarna grotendeels aan hun lot overgelaten. Pas toen de situatie escaleerde, stelden de VS een vliegverbodszone in.

Hetzelfde gebeurde in 2017 tijdens de gebeurtenissen rond Kerkûk. Ook daar konden de Koerden zien hoe de Amerikaanse houding zich ontwikkelde. Door deze ervaringen weten Koerdische politieke actoren heel goed dat mondiale en regionale machten in de eerste plaats hun eigen nationale en geopolitieke belangen nastreven. Deze belangen kunnen soms samenvallen met die van de Koerden, maar ze kunnen ook net zo snel weer uit elkaar groeien. Dit is een klassiek voorbeeld van realpolitik.

Rojava: een belangrijke les voor Koerden

Ook in Rojava verliep de ontwikkeling volgens dit patroon. De samenwerking tussen de Koerdische strijdkrachten en de VS ontstond oorspronkelijk in het kader van de strijd tegen de zogenaamde „Islamitische Staat“. Toen de politieke en strategische omstandigheden in Syrië echter veranderden, verschoof ook het bondgenootschap. De VS besloten uiteindelijk om nauwer samen te werken met Damascus. Vroeger was er daar een duidelijk herkenbaar Assad-regime. Tegenwoordig zien we eerder een politieke figuur die – zo je wilt – in zekere zin door Washington is getemd of aangepast en nu een stropdas draagt. Via deze nieuwe constellatie proberen de VS zowel de betrekkingen tussen Syrië en Israël als de regionale machtsverhoudingen te herschikken.

In deze context werd de Koerdische kwestie steeds meer gedefinieerd als een binnenlands probleem van Syrië. Washington paste zijn standpunt dienovereenkomstig aan en gaf uiteindelijk aan: de politieke prioriteiten zijn verschoven. Voor de Koerden was dat een zeer belangrijke les. Deze ervaring speelde ongetwijfeld ook een rol bij de huidige overwegingen in verband met Iran. Tegelijkertijd moet echter worden benadrukt dat de interne dynamiek van Iran in veel opzichten duidelijk verschilt van die van Syrië.

Waarin bestaan deze verschillen?

Het cruciale punt is: Iran is geen Syrië. De politieke dynamiek in Syrië is weliswaar van groot geopolitiek belang voor het Midden-Oosten, maar de wereldwijde gevolgen ervan blijven beperkt. Iran daarentegen heeft zowel op regionaal als op mondiaal niveau een aanzienlijk groter gewicht. Denk bijvoorbeeld aan de betrekkingen met China en Rusland of aan de complexe politieke en economische verwevenheid met Europa en de VS. Een ingrijpende verandering in Iran – of die nu door oorlog of door een politieke omwenteling tot stand komt – zou daarom niet alleen de regionale orde beïnvloeden, maar ook directe gevolgen hebben voor mondiale energiestromen, handelsroutes en migratiestromen.

In die zin is de Iraanse kwestie geopolitiek gezien aanzienlijk omvangrijker dan het Syrische conflict. Bovendien maken de Koerden ongeveer tien procent van de Iraanse bevolking uit. Zelfs als ze zich militair zouden organiseren, zouden ze op eigen kracht nauwelijks de mogelijkheid hebben om het regime in Teheran omver te werpen – dat is een nuchtere demografische realiteit. Zelfs een alliantie met andere niet-Perzische bevolkingsgroepen zoals Balochen, Arabieren of Azerbeidzjanen zou mogelijk niet voldoende zijn. De niet-Perzische bevolking maakt namelijk in totaal ongeveer 40 tot maximaal 50 procent van de samenleving uit, terwijl de andere helft uit Perzen bestaat.

Een nuchtere analyse van de sociaal-politieke structuur van Iran

Daarnaast is een aanzienlijk deel van de Azerbeidzjaanse bevolking geïntegreerd in het Iraanse systeem en ondersteunt dit deels ook. De Opperste Leider Ali Khamenei was zelf Azerbeidzjaan, en ook binnen het religieuze leiderschap en in de commandostructuur van de Revolutionaire Garde zijn talrijke vertegenwoordigers van deze bevolkingsgroep te vinden. Als men dus rekening houdt met de demografische structuur van Iran, de maatschappelijke loyaliteiten en de institutionele verankering van het regime, wordt duidelijk dat een ineenstorting van dit systeem, zelfs met militaire steun van buitenaf – bijvoorbeeld door de VS of Israël – nauwelijks mogelijk lijkt, zolang er geen brede maatschappelijke alliantie en geen geloofwaardig politiek alternatief binnen de Iraanse samenleving ontstaat.

Juist deze factoren hebben de Koerdische actoren in hun overwegingen meegenomen. De lokale politieke krachten hebben een zeer nauwkeurig inzicht in de interne dynamiek en machtsverhoudingen in Iran. Hun terughoudendheid is dan ook niet alleen te verklaren door de ervaringen in Rojava of door de historische herinnering aan situaties waarin Koerden door internationale actoren in de steek zijn gelaten. Ze is evenzeer gebaseerd op een nuchtere analyse van de sociaal-politieke structuur van Iran. En tot nu toe lijkt deze inschatting volkomen juist te zijn: een regimewisseling in Iran lijkt onder de huidige omstandigheden uiterst onwaarschijnlijk.

Een militaire aanval op Iran wordt al vele jaren als mogelijkheid besproken. Met name het afgelopen jaar werd ook in Turkije steeds vaker gesproken over een mogelijke herschikking van de regionale machtsverhoudingen. De Koerden wonen in al die regio's die door deze veranderingen worden getroffen en lijken op veel plaatsen centrale politieke spelers te zijn. Ook al zijn voorspellingen moeilijk: welk scenario tekent zich volgens u af, zowel voor de Koerden als voor de stabiliteit van de regio?

In het Midden-Oosten zijn er in feite vier staten, of beter gezegd vier politieke systemen, die centraal staan in de Koerdische kwestie: Turkije, Iran, Irak en Syrië. De politieke ordeningen van deze staten zijn historisch gezien op verschillende manieren gebaseerd op de ontkenning van het Koerdische bestaan. Gedurende een periode van ongeveer honderd jaar werden de Koerden politiek gemarginaliseerd, werd hun identiteit onderdrukt en waren er talrijke pogingen om hen te assimileren of politiek onzichtbaar te maken.

Als men echter kijkt naar de ontwikkelingen van de afgelopen vier decennia, ontstaat er een ander beeld. De eerste en tweede Golfcrisis, later het uiteenvallen van de staatsstructuren in Syrië en andere regionale omwentelingen hebben ertoe geleid dat de Koerden – ondanks alle pogingen om hen politiek uit te schakelen – weer een zichtbare en relevante speler op het politieke toneel zijn geworden.

Koerden komen centraal te staan in de geopolitieke herschikking van het Midden-Oosten

In Irak zijn ze erin geslaagd een bepaalde politieke status te verwerven. In Rojava is de situatie momenteel weliswaar nog steeds fragiel, maar het is zeer waarschijnlijk dat de Koerden ook in de toekomst een vaste plaats in het politieke bestel van Syrië zullen innemen. In Turkije zien we daarentegen een open en nog niet duidelijk omschreven politiek proces. Ook al is het momenteel moeilijk te voorspellen in welke richting dit zich zal ontwikkelen, staat vast dat de Koerden een centrale rol in de Turkse binnenlandse politiek zullen blijven spelen.

Met de recente ontwikkelingen in Iran winnen de Koerden ook daar en in de bredere regionale context steeds meer aan politiek belang. Hoewel ze politiek gefragmenteerd zijn en in vier verschillende staten actief zijn, zullen ze zelfs zonder een staatsvorm in alle vier de landen een sterke politieke dynamiek in stand houden. De politieke systemen die ongeveer honderd jaar geleden werden ingesteld en die de Koerdische kwestie grotendeels hebben onderdrukt, komen vandaag de dag steeds meer onder druk te staan. In deze context proberen de Koerden – in zekere zin als historisch logisch gevolg – hun rechten en hun politieke status terug te winnen.

Wat de huidige oorlog in verband met Iran betreft, is het heel goed denkbaar dat Trump in de nabije toekomst zal verklaren: „We hebben het Iraanse nucleaire programma tot stilstand gebracht, belangrijke delen van de lucht- en zeestrijdkrachten en de raketcapaciteiten vernietigd en de Revolutionaire Garde verzwakt – daarmee is ons militaire doel bereikt.“ In dat geval zou de huidige fase van het conflict relatief snel kunnen worden beëindigd, maar het zou zich ook kunnen verlengen.

Rojhilat nu sterker betrokken bij de algemene Koerdische dynamiek

Ongeacht dit blijft er echter één constante bestaan: de aanwezigheid van de Koerden in Iran. Mocht het regime verzwakt raken of zouden er politieke openingen ontstaan, dan zouden de Koerden – mits zij hun interne samenwerking versterken en tegelijkertijd hun relaties met andere oppositionele krachten in Iran uitbreiden – een centrale rol in het politieke proces kunnen spelen. De laatste tijd hebben we al een opmerkelijke politieke dynamiek kunnen waarnemen in Zuid-Koerdistan, in Rojava en in Noord-Koerdistan. Door de huidige oorlog is nu ook Iraaks-Koerdistan sterker in deze algemene Koerdische dynamiek betrokken geraakt. Ook al probeert de regering van de Koerdische regio in Irak niet direct in de oorlog te worden meegesleept, blijft de politieke ontwikkeling in Iraaks-Koerdistan altijd een factor die de politiek in Zuid-Koerdistan beïnvloedt.

Vandaag, in het jaar 2026, staat de Koerdische kwestie in alle vier delen van Koerdistan centraal op zowel de regionale als de mondiale politieke agenda. Deze ontwikkeling is het resultaat van ingrijpende geopolitieke omwentelingen en structurele veranderingen in de regio. Als de Koerden in staat zijn zich strategisch op deze veranderingen voor te bereiden, hun interne politieke eenheid te versterken en tegelijkertijd constructieve relaties op te bouwen met de democratische oppositiekrachten in de respectieve staten, bestaat de mogelijkheid dat zij uit deze historische fase met aanzienlijke politieke winst tevoorschijn komen.

 

Gerelateerde Artikelen