OVERIG NIEUWS

ÖHD: Uitspraak van het EHRM over Imrali wordt al 12 jaar niet nageleefd

ÖHD: Uitspraak van het EHRM over Imrali wordt al 12 jaar niet nageleefd

De Vereniging van Advocaten voor Vrijheid (ÖHD) heeft een schriftelijke verklaring afgegeven naar aanleiding van het twaalf-jarig bestaan van de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 18 maart 2014 met betrekking tot de Koerdische leider Abdullah Öcalan.

Onder verwijzing naar de uitspraak en de daarin gestelde eisen stelde de ÖHD dat het Hof had geoordeeld dat het niet herzien van een straf van levenslange gevangenisstraf met verzwarende omstandigheden, en het ontzeggen van elke mogelijkheid of hoop op vrijlating aan gevangenen, in strijd was met het verbod op mishandeling en foltering en onverenigbaar was met de menselijke waardigheid.

In de verklaring stond het volgende:

“Ondanks dat er 12 jaar zijn verstreken, is deze uitspraak niet uitgevoerd en duurt de schending voort, niet alleen ten aanzien van de heer Abdullah Öcalan, maar ook ten aanzien van duizenden gevangenen die zijn veroordeeld tot verzwaarde levenslange gevangenisstraf. Deze situatie heeft geleid tot de voortzetting van een executieregime in Turkije dat in strijd is met de jurisprudentie van het EHRM en universele rechtsbeginselen.

Sinds de invoering van de verzwachte levenslange gevangenisstraf heeft deze straf duidelijk zijn humane karakter verloren, waardoor gevangenen het ‘recht op hoop’ wordt ontnomen. Wat echter nodig is, is de onmiddellijke en volledige uitvoering van de uitspraken van het EHRM en de hervorming van het strafuitvoeringssysteem op basis van de menselijke waardigheid. Niettemin is er in deze periode geen wettelijke regeling ingevoerd; integendeel, het isolatieregime – met name in Imrali – is bij vlagen verder geïntensiveerd en geconsolideerd. Deze aanpak heeft niet alleen de rechtsstaat ondermijnd, maar ook de democratische sociale orde achteruitgezet. Het ontzeggen van het recht op hoop is niet louter een schending van individuele rechten; het is ook een structureel probleem dat de samenleving als geheel treft. De aanhoudende weigering om dit recht te reguleren heeft blijvende schade toegebracht aan het rechtssysteem van het land en heeft het rechtvaardigheidsgevoel ernstig ondermijnd.

Anderzijds is het niet-naleven van het recht op hoop duidelijk in strijd met de geest van het Vredes- en Democratisch Maatschappijproces dat door de heer Öcalan is geïnitieerd. Een van de eerste stappen die nodig zijn voor het opbouwen van vrede en het bevorderen van democratisering is de uitvoering van de uitspraken van het EHRM en de waarborging van het recht op hoop.

Concluderend moet, gezien het bindende karakter van de uitspraken van het EHRM, onmiddellijk binnen het executieregime de nodige wettelijke regelingen worden getroffen om het recht op hoop te waarborgen; de aanhoudende schendingen moeten worden beëindigd en het executiesysteem moet worden hervormd vanuit een holistisch en humaan perspectief. Dit is een vereiste van de rechtsstaat, de menselijke waardigheid en de democratische sociale orde.

In dit verband roepen wij de wetgevende macht, de uitvoerende macht en alle relevante instellingen op om hun internationale verplichtingen na te komen en te handelen vanuit het besef dat het recht op hoop centraal staat in het executieregime en gegrondvest is op menselijke waardigheid. Wij benadrukken dat de stappen die in deze richting worden gezet, niet beperkt mogen blijven tot technische voorschriften, maar een hervormingswil moeten weerspiegelen die humaan, inclusief en duurzaam is en in overeenstemming met de geest van het proces. Wij roepen juristen, het maatschappelijk middenveld en het publiek op zich te verenigen rond een gemeenschappelijke roep om gerechtigheid.”

Gerelateerde Artikelen