DOSSIERS & OPINIE

„Abdullah Öcalan is niet alleen een persoon, maar ook een symbool“

„Abdullah Öcalan is niet alleen een persoon, maar ook een symbool“

Naar aanleiding van het 1-jarig bestaan van de oproep tot „vrede en een democratische samenleving“ reisde in februari een onafhankelijke internationale delegatie naar Turkije om de juridische ontwikkelingen rond het huidige proces in de Koerdische kwestie te observeren. Tot de deelnemers behoorde ook de Oostenrijkse jurist Clemens Lahner van de Europese Vereniging van Juristen voor Democratie en Mensenrechten in de Wereld e.V. (ELDH).

In een gesprek met ANF Nieuwsagentschap beoordeelt Lahner de voorwaarden voor een duurzaam vredesproces, spreekt hij over noodzakelijke juridische hervormingen, het belang van de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en over het zogenaamde “recht op hoop”. Daarbij benadrukt hij dat Abdullah Öcalan “niet alleen een persoon, maar ook een symbool” is en dat een serieus vredesproces zowel politieke als maatschappelijke stappen vereist.

Het afgelopen jaar zijn de discussies over “vrede en een democratische samenleving” in Turkije opnieuw op de voorgrond getreden. Welke fundamentele juridische hervormingen moeten volgens u prioriteit krijgen om een duurzaam en geïnstitutionaliseerd vredesproces op te bouwen?

Naar mijn mening is een duurzame en zinvolle vrede alleen mogelijk als beide partijen bereid zijn hun steentje bij te dragen. De Turkse regering verwacht van de PKK dat zij alle wapens neerlegt en zichzelf ontbindt. Dergelijke stappen zullen deel moeten uitmaken van een oplossing. Als de regering echter van haar kant niet eveneens bereid is bij te dragen aan het vredesproces, zal het resultaat achterblijven bij de verwachtingen die de mensen in Turkije daadwerkelijk met dit proces verbinden.

Sommige maatregelen die genomen zouden kunnen en moeten worden, zouden niet eens wetshervormingen vereisen. Het zou bijvoorbeeld volstaan om de reeds geldende wetten in Turkije te goeder trouw toe te passen, om de in veel overwegend Koerdische steden aangestelde bewindvoerders te ontslaan en de democratisch gekozen burgemeesters weer in functie te stellen. Mensen die momenteel alleen maar gevangen zitten omdat ze zich voor vrede hebben uitgesproken of onafhankelijk onderzoek naar mensenrechtenschendingen hebben geëist, moeten onmiddellijk worden vrijgelaten. Ook is het noodzakelijk de detentieomstandigheden onverwijld aan te passen aan de mensenrechtennormen, met name voor zieke gevangenen.

Daarnaast zullen er echter ook juridische hervormingen nodig zijn. Zo zal er bijvoorbeeld een soort amnestiewet nodig zijn om mensen die bij de gewapende strijd betrokken waren, de terugkeer naar het burgerleven mogelijk te maken. Tegelijkertijd vormen de grondwettelijke erkenning van gelijke rechten voor Koerdische vrouwen en mannen, het recht op onderwijs in de Koerdische taal en de mogelijkheid om de eigen moedertaal te gebruiken in openbare instellingen, fundamentele stappen op weg naar democratie en een duurzaam vredesproces.

Welke gevolgen op lange termijn zou de voortdurende niet-uitvoering van de uitspraken van het EHRM, met name in de zaken van Abdullah Öcalan, Selahattin Demirtaş en Osman Kavala, kunnen hebben voor het systeem van de Raad van Europa en voor de verplichtingen van Turkije op grond van het internationaal recht?

Het is duidelijk dat noch een individu, noch een andere staat of een internationale organisatie de Turkse regering kan dwingen haar verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht na te komen. De geloofwaardigheid van Turkije binnen de internationale gemeenschap zal echter aanzienlijke schade oplopen als de indruk ontstaat dat Turkije niet bereid is de uitspraken van het EHRM volledig ten uitvoer te leggen.

Natuurlijk moet men realistisch erkennen dat veel regeringen best bereid zijn om mensenrechtenschendingen door bondgenootschappelijke staten door de vingers te zien, zolang deze maatregelen kunnen worden voorgesteld als „noodzakelijk“ in de strijd tegen het „terrorisme“. Tegelijkertijd is het echter duidelijk dat Selahattin Demirtaş en Osman Kavala gevangen zitten vanwege hun actieve deelname aan het democratische proces en de uitoefening van hun recht op vrije meningsuiting. Daarom ga ik ervan uit dat de druk op Turkije zal toenemen om de desbetreffende uitspraken van het EHRM uit te voeren.

Wat Abdullah Öcalan betreft: hij zit al zeer lange tijd in hechtenis en heeft laten zien dat hij bereid is zijn bijdrage te leveren aan een duurzame en zinvolle vrede. Daarom geloof ik dat ook in zijn geval veel Europese partners van de Turkse regering vroeg of laat duidelijk zullen maken dat zij haar verplichtingen moet nakomen.

Het EHRM heeft twaalf jaar geleden al duidelijk vastgesteld dat de Turkse autoriteiten in het kader van een nog in te voeren wettelijke procedure en in overeenstemming met de door het Hof geformuleerde beginselen moeten onderzoeken of de voortdurende detentie van de heer Öcalan na zo'n lange tijd nog gerechtvaardigd is. Tot op heden is er echter noch een dergelijk wettelijk instrument gecreëerd, noch toegepast.

Vanuit mensenrechtenoogpunt: welke gevolgen hebben het ontzeggen van het „recht op hoop“ en het uitblijven van hervormingen met betrekking tot de verscherpte levenslange gevangenisstraf voor de vooruitzichten op een vredesproces en een bredere maatschappelijke verzoening?

Oorspronkelijk werd de heer Öcalan ter dood veroordeeld. Later werd de doodstraf afgeschaft en werd zijn doodvonnis omgezet in een verzwaarde levenslange gevangenisstraf zonder mogelijkheid tot vervroegde vrijlating. Ook andere Koerdische leiders werden veroordeeld tot zeer lange gevangenisstraffen.

Jarenlang heeft de Turkse regering – ook in de procedure voor het EHRM – betoogd dat de heer Öcalan nog steeds als gevaarlijk moet worden beschouwd en daarom niet voorwaardelijk kan worden vrijgelaten. Tegelijkertijd beschouwen veel mensen Abdullah Öcalan echter nog steeds als een legitieme vertegenwoordiger van het Koerdische volk. Als de regering serieus vrede en maatschappelijke verzoening wil bereiken, zal zij dit feit moeten erkennen.

Abdullah Öcalan is niet alleen een persoon, maar ook een symbool. En als het doel van het vredesproces erin bestaat om niet alleen politieke actoren, maar de hele Turkse samenleving te overtuigen, dan zal het ook noodzakelijk zijn om symbolische stappen te zetten met betrekking tot zijn persoonlijke toekomst en die van andere Koerdische gevangenen.

Zowel in het licht van het arrest van het EHRM over het “recht op hoop” als met het oog op het vredesproces zullen de Turkse autoriteiten daarom een juridisch kader moeten creëren dat een herziening van dergelijke gevangenisstraffen mogelijk maakt.

Welke grootste risico's ziet u – gezien de internationale ervaringen met conflictoplossing en vredesonderhandelingen – wanneer dialoogprocessen worden gevoerd zonder sterke juridische garanties en structurele hervormingen?

Gewapende conflicten zijn natuurlijk moeilijk met elkaar te vergelijken. Een les die echter uit verschillende vredesprocessen kan worden getrokken, is dat er teleurstelling ontstaat wanneer een vredesproces niet vordert en niet leidt tot stabiliteit en maatschappelijke vooruitgang. Dit geldt met name wanneer mensen die bij de gewapende strijd betrokken waren, moeite hebben om terug te keren naar de burgermaatschappij. Een dergelijke teleurstelling kan ertoe leiden dat mensen zich van het vredesproces afkeren.

Gewelddadige incidenten kunnen zeer snel escaleren en alle eerdere inspanningen, evenals het wederzijdse vertrouwen dat stap voor stap moet worden opgebouwd, tenietdoen. Daarom doen alle bij het vredesproces betrokken partijen er goed aan om samen te werken om veiligheid, democratie en vooruitgang voor alle mensen in Turkije te realiseren. Vrede betekent niet alleen de afwezigheid van gevechtshandelingen. Vrede betekent ook waarheid, respect, rechtvaardigheid, democratie en maatschappelijke vooruitgang. Natuurlijk moet er een einde komen aan het geweld. Maar het einde van de gevechten mag niet het einde van het vredesproces zijn, het is pas het begin ervan.

Welke rol kunnen Europese juridische instellingen en internationale mensenrechtenorganisaties volgens u spelen bij het bevorderen van democratische en juridische hervormingen ten behoeve van vrede en democratisering in Turkije?

Europese instellingen moeten de Turkse regering blijven herinneren aan haar verplichtingen op grond van het internationaal recht. Mensen die bij andere conflictoplossingsprocessen betrokken zijn geweest, kunnen hun ervaringen inbrengen en het lopende vredesproces in Turkije ondersteunen, bijvoorbeeld door gesprekken te organiseren, advies te geven, te observeren en verslag uit te brengen.

Tegelijkertijd moeten echter ook de Europese staten en instellingen hun eigen verplichtingen nakomen. In Europa woont een grote Koerdische diaspora, en hun recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering wordt maar al te vaak beperkt of aangetast. De bescherming en ondersteuning van de vrijheid van meningsuiting in Europa dragen naar mijn mening eveneens bij aan een serieus en duurzaam vredesproces in Turkije.

 

Gerelateerde Artikelen