Het advocatenkantoor Asrin uit Istanbul heeft bij het Comité van Ministers van de Raad van Europa een verzoek ingediend inzake het „recht op hoop“ voor de Koerdische leider Abdullah Öcalan. In de brief verwijten de advocaten Turkije dat het nog steeds geen uitvoering geeft aan belangrijke uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Achtergrond hiervan is een lopende procedure van de Raad van Europa om de detentieomstandigheden van Öcalan te onderzoeken. Het Comité van Ministers had de zaak al in september 2025 behandeld en Turkije opgeroepen om uiterlijk in juni maatregelen te nemen om de jurisprudentie ten uitvoer te leggen.
Kritiek op gebrek aan uitvoering
In hun verzoekschrift verklaren de advocaten dat de Turkse regering tot nu toe geen stappen heeft ondernomen om te voldoen aan de eisen van het EHRM-arrest in de zaak-Öcalan. Dit betreft met name artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de kwestie van levenslange gevangenisstraf zonder reëel vooruitzicht op vrijlating. Het zogenaamde recht op hoop vereist dat ook tot levenslange gevangenisstraf veroordeelde gevangenen uitzicht hebben op herziening van hun straf en mogelijke vrijlating. Volgens Asrin zijn er zelfs twaalf jaar na het arrest van het EHRM nog geen overeenkomstige wetswijzigingen doorgevoerd.
Eis tot procedure tegen Turkije
Tegen deze achtergrond roept het advocatenkantoor het Comité van Ministers op om verdere stappen te ondernemen. Hiertoe behoort onder meer het inleiden van een zogenaamde inbreukprocedure op grond van artikel 46 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een dergelijke procedure kan worden ingeleid wanneer een lidstaat uitspraken van het EHRM niet uitvoert. Bovendien eisen de advocaten dat Turkije zijn wetgeving aanpast en ervoor zorgt dat regelingen inzake strafherziening zonder discriminerende beperkingen worden toegepast.
Politieke en juridische betekenis
De zaak, die als de Gruban-groep wordt behandeld, heeft naast de individuele situatie van Öcalan ook fundamentele betekenis voor het Turkse strafrechtssysteem. Centraal staat de vraag of levenslange gevangenisstraffen zonder uitzicht op vrijlating verenigbaar zijn met de Europese mensenrechtennormen. Het besluit van het Comité van Ministers over de verdere gang van zaken zou daarom verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor Turkije en de behandeling van vergelijkbare zaken. De advocaten van Öcalan dringen erop aan dat de zaak opnieuw op de agenda van het orgaan wordt geplaatst en in het openbaar wordt behandeld.
Foto: Gevangeniseiland Imrali, waar Abdullah Ocalan sinds 1999 gevangen zit.