EUROPA

Raad van Europa eist onmiddellijke vrijlating van Demirtaş en Yüksekdağ

Raad van Europa eist onmiddellijke vrijlating van Demirtaş en Yüksekdağ

Het Comité van Ministers van de Raad van Europa heeft Turkije opnieuw opgeroepen om de voormalige HDP-voorzitters Selahattin Demirtaş en Figen Yüksekdağ, die sinds 2016 vastzitten, onmiddellijk vrij te laten. Daarbij verwees het orgaan uitdrukkelijk ook naar de kaderwet die in het kader van het proces voor vrede en een democratische samenleving is aangenomen.

Deze oproep maakt deel uit van de besluiten die het Comité van Ministers tijdens zijn vergadering van 15 en 17 september heeft genomen met betrekking tot de uitvoering van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het orgaan herinnerde eraan dat de lidstaten op grond van artikel 46 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verplicht zijn om definitieve uitspraken van het EHRM uit te voeren.

Raad van Europa eist informatie over de kaderwet

In zijn besluit boog het Comité van Ministers zich over de door het Turkse parlement aangenomen wet ter „versterking van de nationale solidariteit en maatschappelijke integratie”. Deze wet voorziet onder bepaalde voorwaarden in de mogelijkheid om procedures in verband met de PKK/KCK op te schorten of de tenuitvoerlegging van opgelegde straffen uit te stellen.

Ankara moet nu uiteenzetten of Demirtaş en de overige klagers van de betreffende procesgroep onder de wet kunnen vallen. Daarnaast wordt om informatie gevraagd over de toepassingsprocedure, de beoogde rechtsgevolgen en het tijdschema voor de uitvoering. De autoriteiten worden opgeroepen om „alle beschikbare mogelijkheden”, met inbegrip van de nieuwe wet, aan te wenden om de onmiddellijke vrijlating van Demirtaş en Yüksekdağ te waarborgen.

Gevolgen van definitieve vonnissen ongedaan maken

De overige klagers van de procesgroep zijn inmiddels vrijgelaten. Turkije moet het Comité van Ministers informeren over de uitkomst van de nog lopende binnenlandse procedures. In het geval van Burcu Çelik Özkan en Aysel Tuğluk vraagt het Comité om informatie over welke individuele maatregelen kunnen worden genomen om de gevolgen van hun definitieve veroordelingen ongedaan te maken.

De bescherming van de oppositie versterken

Bovendien dringt het Comité van Ministers aan op sterkere waarborgen voor politieke debatten en pluralisme, alsook voor de vrije politieke meningsuiting van oppositiepolitici. De grondwettelijke waarborgen voor parlementsleden moeten in overeenstemming met het EVRM worden toegepast. Naast de bijzondere bescherming op grond van artikel 83 van de Turkse grondwet moet systematisch rekening worden gehouden met de bijzondere rol en status van parlementsleden in het democratische proces.

Het Comité vraagt Ankara bovendien om statistische gegevens over het aantal verzoeken tot opheffing van de parlementaire immuniteit dat aan het parlement is voorgelegd en hoeveel daarvan betrekking hebben op oppositieleden. De individuele maatregelen met betrekking tot Demirtaş, Yüksekdağ en de overige klagers zullen tijdens de 1577e vergadering van het Comité van Ministers in december opnieuw worden beoordeeld. Het comité zal zich in maart 2027 buigen over de algemene maatregelen.

 

 

Gerelateerde Artikelen