De Europese Vereniging van Advocaten voor Democratie en Mensenrechten (European Association of Lawyers for Democracy and Human Rights, ELHD) heeft een verklaring uitgegeven waarin zij de goedkeuring van de nieuwe wetgeving inzake ontwapening en re-integratie toejuicht „als een belangrijke en langverwachte eerste stap in de aanpak van de Koerdische kwestie en de versterking van het ontluikende vredesproces in Turkije.”
Voor het eerst heeft het huidige proces het stadium van concrete wetgeving bereikt, waardoor een basis is gelegd waarop een bredere en duurzame regeling kan worden opgebouwd, aldus de verklaring van de ELHD, die verder het volgende bevatte:
"Deze wetgeving moet echter worden gezien als een begin en niet als een eindpunt. Duurzame vrede vereist een alomvattend verzoeningsproces in heel Turkije dat verder gaat dan ontwapening en re-integratie en dat de politieke, juridische, democratische en sociale oorzaken en gevolgen van het conflict aanpakt. Het huidige, op veiligheid gebaseerde kader moet daarom worden gevolgd door maatregelen die rechtszekerheid, gelijke behandeling en zinvolle democratische participatie waarborgen.
Geen enkele gevangene, verdachte of balling die verband houdt met het conflict en het vredesproces mag achterblijven. Maatregelen voor vrijlating, amnestie, re-integratie en juridische afwikkeling moeten alomvattend zijn en moeten ook betrekking hebben op personen die worden vervolgd op grond van andere strafrechtelijke bepalingen dan de antiterrorismewetgeving, met inbegrip van procedures in verband met meningsuiting en andere politiek gemotiveerde procedures. Hetzelfde beginsel moet gelden voor degenen die gedwongen zijn buiten Turkije te verblijven.
De situatie van Abdullah Öcalan blijft van belang voor de geloofwaardigheid en de doeltreffendheid van het proces. Gezien zijn centrale rol bij het op gang brengen en bevorderen van het huidige proces, moet zijn rol formeel worden erkend en moeten hem de nodige voorwaarden worden geboden om volledig en doeltreffend deel te nemen aan de verdere ontwikkeling ervan. Ook de kwestie van het recht op hoop, voor hem en voor anderen die vergelijkbare straffen uitzitten, moet worden aangepakt in overeenstemming met de verplichtingen van Turkije uit hoofde van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Een duurzame vrede moet ook een positieve vrede zijn. Dit vereist erkenning en bescherming van de Koerdische identiteit, taal en culturele rechten, gelijkwaardig burgerschap en politieke participatie, sterkere bescherming van de vrijheid van meningsuiting en vereniging, hervorming van de antiterrorismewetgeving en de gerechtelijke praktijk, en effectieve uitvoering van uitspraken van het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Deze hervormingen moeten deel uitmaken van een breder verzoeningsproces dat in staat is het vertrouwen in heel Turkije te herstellen.
Ook de Europese dimensie van het conflict moet worden aangepakt. Koerdische activisten die in Europese landen gevangen zitten of strafrechtelijk worden vervolgd in verband met politieke activiteiten rond de Koerdische kwestie, moeten in aanmerking komen voor een herziening van hun zaken, in overeenstemming met de mensenrechten, de beginselen van een eerlijk proces en de doelstellingen van het vredesproces. De Europese Unie, voor zover haar wettelijke bevoegdheden dit toelaten, en de EU-lidstaten, evenals Europese niet-lidstaten, zouden passende amnestie of gelijkwaardige wettelijke maatregelen moeten overwegen waarmee vervolging en veroordelingen in verband met het conflict kunnen worden opgelost.
De Turkse en Europese autoriteiten zouden tevens de administratieve en veiligheidsmaatregelen moeten herzien die aan personen zijn opgelegd op basis van vermeende steun aan of banden met de PKK. Dit betreft onder meer inreisverboden, beperkingen op verblijf of bewegingsvrijheid, uitzettings- of uitsluitingsmaatregelen en vergelijkbare administratieve beperkingen die zowel door Turkije als door Europese staten zijn opgelegd. In het licht van het besluit van de PKK om de wapens neer te leggen en zich op te heffen, en de ontwikkeling van een formeel vredesproces, moeten dergelijke maatregelen per geval opnieuw worden beoordeeld en, wanneer de onderliggende veiligheidsrechtvaardiging niet langer van toepassing is, worden opgeheven of herzien, met volledige inachtneming van de beginselen van een eerlijk proces en effectieve rechtsmiddelen.
Wij verwelkomen de wetgeving dan ook als een belangrijke, maar kwetsbare eerste stap. Of deze belofte wordt waargemaakt, hangt af van de vraag of er in Turkije en Europa sprake zal zijn van inclusie, rechtszekerheid, verzoening, democratische hervormingen en concrete maatregelen die het einde van het gewapende conflict omzetten in een duurzame en rechtvaardige vrede.
Wij dringen daarom aan op:
• De Turkse autoriteiten en het parlement om een alomvattend verzoeningsproces in heel Turkije op te zetten, vergezeld van democratische en juridische hervormingen ter bescherming van de Koerdische identiteit, taal en culturele rechten, gelijkwaardig burgerschap, politieke participatie, vrijheid van meningsuiting en vereniging, en de rechtsstaat.
• De Turkse autoriteiten om alomvattende en rechtvaardige maatregelen vast te stellen voor gevangenen, verdachten en ballingen die getroffen zijn door conflictgerelateerde of politiek gemotiveerde procedures, met inbegrip van passende mechanismen voor vrijlating, amnestie, re-integratie en juridische afwikkeling, en om het recht op hoop te waarborgen in overeenstemming met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
• De Turkse autoriteiten moeten de rol van Abdullah Öcalan in het vredesproces formeel erkennen en de noodzakelijke voorwaarden waarborgen zodat hij volledig en effectief kan deelnemen aan de verdere ontwikkeling ervan, als onderdeel van het bredere kader dat van toepassing is op gevangenen en deelnemers aan het proces.
• De Europese Unie, binnen haar wettelijke bevoegdheden, en Europese staten, met inbegrip van EU-lidstaten en niet-lidstaten, om het vredesproces te ondersteunen door middel van concrete juridische maatregelen, waaronder het overwegen van amnestie of gelijkwaardige regelingen voor gevangen Koerdische activisten en personen tegen wie nog steeds conflictgerelateerde of politiek gemotiveerde procedures lopen.
• Europese en Turkse autoriteiten om administratieve en veiligheidsmaatregelen te herzien die aan personen zijn opgelegd op basis van vermeende steun aan of banden met de PKK. Hieronder vallen inreisverboden, beperkingen op verblijf of bewegingsvrijheid, uitzettings- of uitsluitingsmaatregelen en vergelijkbare administratieve beperkingen die zowel door Turkije als door Europese staten zijn opgelegd. In het licht van het besluit van de PKK om de wapens neer te leggen en zich op te heffen, en de ontwikkeling van een formeel vredesproces, moeten dergelijke maatregelen per geval opnieuw worden beoordeeld en, wanneer de onderliggende veiligheidsrechtvaardiging niet langer van toepassing is, worden opgeheven of herzien, met volledige inachtneming van een eerlijk proces en effectieve rechtsmiddelen.
• Democratische krachten, maatschappelijke organisaties, advocaten, vakbonden en mensenrechtenverdedigers in Turkije, in heel Europa en internationaal moeten maatregelen ondersteunen die daadwerkelijk vrede, verzoening, gelijkheid, democratie en de rechtsstaat bevorderen."