- Duitsland
De Solidariteitsgroep Koerdistan-Rojava uit Darmstadt en het Democratisch Gemeenschapscentrum voor Koerden in Duitsland (NAV-DEM) hebben op 6 juli uitgenodigd voor de opening van de tentoonstelling „Jin, Jiyan, Azadî – De verworvenheden van de vrouwenrevolutie” in het stadhuis. Burgemeester en wethouder voor vrouwenzaken Barbara Akdeniz nam het beschermheerschap over het evenement op zich.
Naast talrijke bezoekers verwelkomde zij ook andere gemeenteraadsleden van Bündnis 90/Die Grünen en Die Linke, die de uitnodiging van de organisatoren waren gevolgd. In een ontroerende toespraak herinnerde Akdeniz aan de unaniem aangenomen resolutie van de gemeenteraad van Darmstadt over solidariteit met Rojava. Ze sprak over de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheid van de stad ten opzichte van de Koerdische inwoners van Darmstadt en over de solidariteit met het democratische proces in Noord- en Oost-Syrië, oftewel Rojava. Ze benadrukte in het bijzonder de verworvenheden van de vrouwen en de voorbeeldfunctie van de Koerdische vrouwenbeweging voor de internationale vrouwenbeweging.
De tentoonstelling laat op indrukwekkende wijze zien dat vrouwen in alle geledingen van de samenleving een vooraanstaande positie hebben veroverd en dat gelijkheid in Rojava daadwerkelijk in de praktijk wordt gebracht. Tegelijkertijd wees Akdeniz erop dat vrouwenrechten wereldwijd worden bedreigd door autoritaire regimes. De stad Darmstadt wil haar solidariteit met de Koerden voortzetten en blijft aan de zijde staan van de mensen in Rojava en van de solidariteitsgroep Koerdistan-Rojava.

Annett Bender van het Europees Comité van de Stichting voor de Vrije Vrouw van Syrië (WJAS) ging in haar lezing in op de huidige ontwikkelingen in Syrië. Al bijna 15 jaar wordt in het noordoosten van het land gewerkt aan de opbouw van een democratisch maatschappelijk systeem dat alle sociale, culturele en religieuze groepen omvat en waarin de emancipatie van de vrouw centraal staat. Dit proces heeft echter vanaf het begin onder moeilijke omstandigheden plaatsgevonden – door de aanhoudende aanvallen van Turkije, de dreiging van de zogenaamde „Islamitische Staat“ en andere uitdagingen.
Met de islamistische overgangsregering onder leiding van Ahmed al-Scharaa staan nu met name het democratische maatschappijmodel en de vrouwenrevolutie onder druk. Sinds het staakt-het-vuren- en integratieakkoord van 30 januari verlopen de onderhandelingen slechts traag. De overgangsregering probeert de vrouwenkwestie naar de achtergrond te verdringen of helemaal buiten beeld te houden. Als gedeeltelijk succes kan worden beschouwd dat vrouwen actief kunnen blijven binnen de Asayîş (binnenlandse veiligheidstroepen). De zelfstandige vrouwenstructuren, zoals vrouwenbureaus of een eigen commandostructuur, zijn tot nu toe echter niet behouden gebleven.
Ook de erkenning van de Vrouwenverdedigingseenheden (YPJ) als zelfstandige militaire macht binnen het Syrische Ministerie van Defensie – een van de belangrijkste eisen van de vrouwenbeweging – is tot nu toe nog niet bereikt. De overgangsregering houdt vol dat vrouwen geen plaats hebben in het Syrische leger en dat de YPJ uitsluitend kunnen worden geïntegreerd in de Asayîş, die onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken valt.

Op politiek vlak zouden vrouwen steeds meer uit besluitvormingsprocessen worden verdrongen. Tot op heden is er noch erkenning van het co-voorzitterschap, noch bindende regelingen voor een evenwichtige bezetting van politieke ambten of leidinggevende functies. Hoewel talrijke vrouwen worden voorgedragen, geeft de overgangsregering bij de toewijzing van politieke ambten nog steeds de voorkeur aan mannen.
In plaats van de Desteya Jin (Ministerie van Vrouwenzaken) zou er in de toekomst slechts één instantie voor gezinsaangelegenheden worden opgericht, die onder het Ministerie van Maatschappelijke Zaken zou vallen. Instellingen zoals Mala Jin (Huis van de Vrouw), de vrouwenorganisatie Sara en talrijke andere initiatieven blijven werken op basis van de principes tegen geweld tegen vrouwen die de afgelopen jaren met veel moeite zijn bevochten. De huidige wet op vrouwen en het gezin zal in de toekomst echter niet meer van toepassing zijn op de rechtbanken die door de Syrische overgangsregering zijn overgenomen. Dit zal nieuwe politieke en juridische discussies over de bescherming van vrouwenrechten noodzakelijk maken.
Op maatschappelijk vlak beschikken vrouwen momenteel nog over enige speelruimte. Zo zouden Koerdische vrouwenorganisaties zoals WJAS voor het eerst officieel door de Syrische staat zijn geregistreerd en daardoor in heel Syrië actief kunnen zijn. Tegelijkertijd nemen openbare aanvallen op vrouwen en hun verworvenheden toe. Actieve vrouwen worden op sociale media doelbewust geïntimideerd en belasterd, mannen worden openlijk opgeroepen tot polygamie en in steden als Hesekê worden niqabs uitgedeeld.

Bender benadrukte dat de uitvoering van het akkoord door de bevolking nauwlettend wordt gevolgd en steeds weer tot protesten leidt. Het is duidelijk dat de mensen in Rojava de verworvenheden van de afgelopen 15 jaar – de vrouwenrevolutie, het democratisch zelfbestuur en het model van een gelijkwaardig samenleven van verschillende etnische en religieuze gemeenschappen – niet zonder slag of stoot zullen opgeven. De noodzakelijke confrontaties vinden tegenwoordig plaats op politiek, ideologisch en maatschappelijk vlak. Ze zijn veeleisend, maar hebben tegelijkertijd nieuwe vormen aangenomen.
Juist daarom, zo concludeerde Bender, is internationale solidariteit vandaag de dag belangrijker dan ooit. De vrouwen in Rojava hebben juist in deze fase steun nodig. Na de lezing leidde Annett Bender de bezoekers rond door de tentoonstelling en beantwoordde zij talrijke vragen. De tentoonstelling is nog tot en met 18 juli te zien in het Justus-Liebig-Haus in Darmstadt. In het kader van de tentoonstelling wordt bovendien op 17 juli om 19.00 uur in het Naturfreundehaus Darmstadt de film „Trotz alledem“ van Robert Krieg vertoond. De regisseur zal bij de vertoning aanwezig zijn.