- Turkije
De oproep tot „Vrede en een Democratische Samenleving” die de gedetineerde Koerdische leider Abdullah Öcalan op 27 februari 2025 deed, werd beschouwd als het begin van een nieuw tijdperk in politieke en maatschappelijke kwesties waarover al jarenlang wordt gedebatteerd. Hoewel er na de oproep enkele wederzijdse stappen werden gezet, heeft de staat de verwachte juridische maatregelen niet genomen.
Hoewel er inmiddels anderhalf jaar is verstreken, blijft de kritiek dat de verwachte concrete vooruitgang – met name op het gebied van het wettelijk kader en wetgevende maatregelen – uitblijft, op de agenda staan. Het proces is aan de kant van de staat grotendeels gevorderd door middel van discours en beperkte initiatieven, waardoor de onzekerheid over de toekomst van het proces is toegenomen.
Keskin Bayındır, medevoorzitter van de Democratische Regio's Partij (DBP), sprak met ANF Nieuwsagentschap over de laatste ontwikkelingen in het vredesproces en de wettelijke regelingen die de staat moet treffen.
“De oproep was een uiting van een historische wil tot oplossing”
Bayındır benadrukte dat de oproep van 27 februari niet louter een staakt-het-vuren was, maar een uiting van een historische wil tot oplossing, en zei: „Bij de beoordeling van dit proces is het noodzakelijk de zaken in het juiste perspectief te plaatsen. Degenen die vandaag de wet van de vrede vrezen, moeten zich afvragen wie de prijs heeft betaald voor het jarenlange oorlogsbeleid. De wil die de heer Öcalan op 27 februari 2025 naar voren bracht, is niet zomaar een oproep tot een staakt-het-vuren. Het is een aanspraak om de eeuwenoude knoop van deze regio via democratische methoden te ontwarren. Tegelijkertijd is het een voorstel voor een nieuw sociaal contract gebaseerd op gelijkwaardig burgerschap, in plaats van een politiek die is gebouwd op ontkenning en conflict. In dit opzicht is de oproep niet bedoeld om de dag te redden, maar om aan de toekomst te bouwen.”
‘De regering beschouwt vrede als een tactisch instrument’
Bayındır had kritiek op de aanpak van de staat in dit proces en vervolgde: „Hoewel er inmiddels ongeveer anderhalf jaar is verstreken, is het geen toeval dat de staat nog geen enkele concrete, bindende en juridische stap heeft gezet. Deze situatie is het gevolg van de reflex van de status quo om zichzelf in stand te houden. De staatsmentaliteit in Turkije heeft de traditie om een oplossing te verzwakken door deze in de tijd te rekken. Dezelfde methode wordt vandaag de dag toegepast. De regering beschouwt vrede niet als een sociaal contract, maar als een tactisch instrument om haar eigen politieke levensduur te verlengen. Daarom vertraagt zij het proces in plaats van het te bevorderen en veroordeelt zij het tot onzekerheid. Turkije heeft zich nog steeds niet volledig losgemaakt van de strategie van ‘overleven door de Koerden te ontkennen’. De ervaringen van de jaren negentig tot aan het Oslo-proces zijn duidelijk. De staat heeft altijd gehandeld vanuit het principe ‘onderdrukken wanneer het sterk is en aan tafel gaan zitten wanneer het verzwakt’. Dezelfde fout wordt vandaag de dag herhaald. Koerden zijn echter niet langer louter een interne aangelegenheid van Turkije, maar een belangrijke speler in de herverdeling van de machtsverhoudingen in het Midden-Oosten. Een Turkije dat geen eervolle en democratische vrede sluit met zijn eigen Koerdische bevolking, verliest zijn aanspraak op de status van regionale macht en wordt een land dat vatbaar is voor externe interventies.”
‘Het op veiligheid gerichte beleid ligt ten grondslag aan de diepe armoede’
Bayındır vestigde de aandacht op de economische problemen die door het langdurige oorlogsbeleid van de Turkse staat extreme proporties hebben aangenomen, en zei: “Aan de basis van de diepe armoede waaronder de bevolking vandaag de dag lijdt, ligt het op veiligheid gerichte beleid dat al jarenlang wordt gevoerd. Een groot deel van de begroting is aan oorlog besteed. Elke dag dat de vredeswet niet wordt aangenomen, verandert het zweet van de arbeiders in bommen en kogels. Daarom is de roep om vrede niet alleen een politieke eis; het is ook een eis voor brood en gerechtigheid. Door vrede uit te stellen, vergroot u de armoede van de bevolking.”
‘Zonder een concreet wettelijk kader kan het proces op elk moment worden teruggedraaid’
Bayındır merkte op dat de oppositie er niet in is geslaagd om de door de regering getrokken grenzen te overschrijden, en zei: „De verantwoordelijkheid van de regering is groot, maar ook de oppositie staat hier niet los van. Een politieke visie die de Koerdische kwestie alleen tijdens verkiezingsperiodes in gedachten houdt, heeft inmiddels failliet verklaard. De oppositie moet de door de regering getrokken, op veiligheid gerichte grenzen overschrijden en een oprecht democratisch standpunt innemen. Het beleid van curatele moet niet alleen met woorden, maar ook met concrete daden worden bestreden. Anders kunnen ze niet ontsnappen aan hun aandeel in deze impasse. Tenzij er een concreet wettelijk kader wordt vastgesteld, kan dit proces op elk moment terugdraaien. De regering probeert tijd te winnen door zich te verschuilen achter ‘beoordelings-’ en ‘verificatiemechanismen’. In een proces waarin wapens echter niet langer een rol spelen, moeten er afspraken worden gemaakt die de weg vrijmaken voor democratische politiek. De aanneming van een kaderwet zou zowel de veiligheid van het proces waarborgen als mogelijke crises voorkomen.”
‘Zonder de vrijlating van Öcalan is het onmogelijk dat dit proces vordert’
Bayındır benadrukte dat de fysieke vrijheid van Öcalan een belangrijke bijdrage zou leveren aan het proces en sloot zijn toespraak als volgt af: „De meest cruciale stap voor de duurzaamheid van het proces is het opheffen van het isolatieregime dat aan Imrali is opgelegd. Zonder de vrijheid van de heer Öcalan te waarborgen, kan dit proces geen vooruitgang boeken. Vrede kan niet worden opgebouwd terwijl de gesprekspartner geïsoleerd is. Historische ervaringen tonen dit duidelijk aan. Vanaf het allereerste begin werd gesteld dat dit proces er een is van strijd en onderhandeling. Naarmate de democratische politiek sterker wordt, zullen ook de onderhandelingen sterker worden. Als de nodige stappen niet worden genomen, zal het volk zijn eigen democratische opbouw tot stand brengen, waarbij het alle kosten in aanmerking neemt. Men mag niet vergeten dat echte vrede geen gunst is die door heersers wordt verleend, maar een recht dat door de strijd van volkeren is veroverd.”
Bron: ANF