- Noord-Koerdistan
Ahmet Inan, voorzitter van de Commissie voor Milieu- en Stedenbouwrecht van de Orde van Advocaten van Amed (Tr. Diyarbakır), ziet Koerdistan geconfronteerd met een grootschalige ecologische en maatschappelijke verwoesting. Wat in de jaren negentig begon met de vernietiging van dorpen en gedwongen verdrijvingen, zet zich vandaag de dag voort in de vorm van mijnbouw-, energie- en infrastructuurprojecten. Bossen, rivieren, weideland en historische locaties worden in toenemende mate opgeofferd aan economische belangen – met verstrekkende gevolgen voor mens en natuur. In een gesprek met ons persbureau beschrijft Inan deze ontwikkeling niet als een aaneenschakeling van afzonderlijke bouwprojecten, maar als uiting van een systematisch beleid.
„Geen afzonderlijke projecten, maar een beleid van plundering“
Volgens de milieujurist worden vrijwel alle leefgebieden in Koerdistan door ingrepen getroffen. Bossen, wateren, landbouwgrond en weidegebieden zouden stapsgewijs worden opengesteld voor grondstofwinning en investeringsprojecten. „Wat we vandaag de dag meemaken, bestaat niet uit afzonderlijke projecten. Het gaat om een alomvattend beleid van plundering. De natuur wordt stap voor stap opengesteld voor het kapitaal“, zegt Inan.
Als voorbeelden noemt hij de geplande zandwinning in de rivierbedding van de Tigris bij Bismîl en een zonne-energiecentrale die op het historische nederzettingsgebied Girap in het district Sûr moet worden gebouwd. Hoewel het terrein na tussenkomst van de Orde van Advocaten als cultureel erfgoed is geregistreerd, houdt het bedrijf vast aan zijn plannen. Volgens Inan zijn deze projecten exemplarisch voor een omgang met natuur- en cultuurgoederen waarbij economische belangen voorrang krijgen boven de bescherming van historische en ecologische leefgebieden.
Hernieuwbare energie als rechtvaardiging voor natuurvernietiging?
Inan kijkt met bezorgdheid naar het toenemende aantal zonne-energieprojecten in Koerdistan. De regio beschikt weliswaar over een groot potentieel voor het gebruik van hernieuwbare energie. Het momenteel gevolgde model dient echter niet het maatschappelijk belang, maar vooral economische belangen. „Bossen worden gekapt, weidegronden ingenomen en historische plaatsen vernietigd – en vervolgens wordt dat ‘schone energie’ genoemd. Het begrip hernieuwbare energie is een schild geworden voor bedrijven.” Niet alleen de manier waarop energie wordt opgewekt is doorslaggevend, maar ook de locatie waar dit gebeurt. Ook zonne-energie kan ernstige ecologische schade veroorzaken als deze ten koste gaat van bossen, cultuurlandschappen of archeologische vindplaatsen.
Oliemaatschappijen dringen door naar Koerdistan
Naast energie- en mijnbouwprojecten waarschuwt Inan voor de uitbreiding van de aardolieproductie. Internationale bedrijven zouden inmiddels winningsvergunningen hebben gekregen voor grote delen van Koerdistan. Hij staat bijzonder kritisch tegenover boorplannen in de omgeving van de Hevsel-tuinen bij Amed, die tot het UNESCO-werelderfgoed behoren en al duizenden jaren voor landbouwdoeleinden worden gebruikt.
Volgens Inan melden omwonenden nu al vervuilde waterputten en aangetaste waterbronnen. Ook rapporten in lopende rechtszaken zouden hebben gewezen op aanzienlijke risico’s voor de grondwatervoorraden. „Bedrijven kunnen schadevergoedingen betalen. Maar als waterbronnen eenmaal zijn vernietigd, zijn ze niet meer te herstellen.“
Verdrijving door economische projecten
Inan maakt duidelijk dat de gevolgen van de projecten veel verder reiken dan ecologische schade. Mijnen, stuwdammen en energiecentrales vernietigen niet alleen landschappen, maar ook de levenswijze van dorpsgemeenschappen. In verband met een geplande loodmijn in het gebied Pirêjman (Kirmanckî: Pirêjmo) bij Pîran zouden huizen het slachtoffer worden van onteigeningen. De bewoners zouden onder druk worden gezet om hun dorpen te verlaten.
Volgens Inan vertoont deze ontwikkeling parallellen met de gedwongen verdrijvingen uit de jaren negentig. „De methode is veranderd, maar het resultaat is hetzelfde. De mensen worden van hun land gescheiden.” Met het verlaten van de dorpen gingen tegelijkertijd de taal, culturele tradities en gemeenschappelijke productievormen verloren. Juist daar waar de Koerdische taal en cultuur nog springlevend zijn, komen leefgebieden steeds meer onder druk te staan.
Inan ziet hierin een bredere aanval op het historisch geheugen van de regio. „De sporen van de Armeniërs, Arameeërs, Koerden en alle volkeren van deze regio worden systematisch uitgewist. Wie de geschiedenis vernietigt, vernietigt ook het collectieve geheugen van een samenleving.“
Georganiseerd verzet werpt zijn vruchten af
Ondanks de toenemende druk wijst Inan op talrijke succesvolle voorbeelden van lokaal verzet. Rechtszaken tegen steengroeven in de Birkleyn-grotten, de stopzetting van een stuwdamproject aan de rivier de Sarim of aanhoudende protesten in Hasenley, Kervanpınar en andere dorpen zouden hebben aangetoond dat georganiseerd verzet concrete successen kan boeken. „Geen enkel dorp dat zich heeft georganiseerd en gezamenlijk verzet heeft geboden, heeft verloren. Als de bevolking haar leefomgeving verdedigt, kunnen noch bedrijven, noch overheidsinstanties hun plannen onbeperkt doorzetten.“
„Vrede betekent ook het beschermen van de bestaansmiddelen“
Met het oog op het proces naar vrede en een democratische samenleving benadrukt Inan dat duurzame vrede veel meer moet omvatten dan politieke afspraken of het zwijgen van de wapens. „Wie over vrede spreekt, moet ook de leefomgeving van de mensen respecteren. Zolang bedrijven onder militaire bescherming in dorpen worden gevestigd, weidegronden worden bezet en mensen worden gedwongen te vertrekken, ontstaat er geen vertrouwen.“
Een waardige vrede, aldus Inan, vereist zowel de bescherming van bodem, water, natuur en cultureel erfgoed als respect voor de mensen die al generaties lang in deze gebieden wonen. Voor de milieujurist staat vast dat de voortschrijdende vernietiging van Koerdistan alleen kan worden tegengehouden door de gezamenlijke inzet van de bevolking, lokale initiatieven en democratische organisaties. „De natuur is geen eigendom van het kapitaal. Ze is van de samenleving, die het leven in stand houdt. Daarvoor strijden wij.“
Bron: ANF