- Turkije
Het debat over het lopende proces tussen de Turkse staat en de Koerdische beweging gaat steeds vaker gepaard met kritiek op het uitblijven van politieke stappen. Auteur Aziz Tunç verwijt de regering dat zij het proces, ondanks belangrijke ontwikkelingen aan Koerdische zijde, verder vertraagt en de Koerdische kwestie reduceert tot een veiligheidskwestie.
Met het oog op de discussies over vrede en een democratische samenleving verklaarde Tunç dat de Koerdische beweging de afgelopen maanden haar standpunten en verwachtingen herhaaldelijk duidelijk heeft geformuleerd. Daartoe behoren met name juridische garanties, democratische hervormingen en een verduidelijking van de status van Abdullah Öcalan. “De eisen van de Koerdische kant zijn duidelijk en concreet”, zei Tunç. Naast politieke en culturele rechten, zoals onderwijs in de moedertaal, is vooral de juridische waarborging van het proces van cruciaal belang.
Kritiek op het uitblijven van hervormingen
Tunç verklaarde dat de maatregelen die de regering tot nu toe heeft genomen, niet volstaan om maatschappelijk vertrouwen in het proces te wekken. Met name wat betreft de omgang met politieke gevangenen en gekozen lokale besturen ontbreken nog steeds concrete maatregelen. Hij wees erop dat talrijke gevangenen nog steeds vastzitten, ondanks het feit dat hun straftermijn is verstreken of dat er uitspraken zijn van het Constitutionele Hof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). “Als de regering de politieke ruimte wil openen, zou ze eerst een einde moeten maken aan het gedwongen bestuur en de gekozen vertegenwoordigers weer in functie moeten stellen”, verklaarde Tunç. Ook wetswijzigingen in het strafrecht zouden volgens hem kunnen worden opgevat als een signaal van politieke wil. In plaats daarvan ontstaat steeds meer de indruk dat het proces wordt getraineerd.
Debat over de status van Öcalan
Tunç uitte zich bijzonder kritisch over de tot nu toe onduidelijke rol van PKK-oprichter Abdullah Öcalan in het lopende proces. Een duurzame politieke oplossing is volgens hem niet mogelijk zonder een duidelijke juridische basis en institutionele waarborgen. Tunç verwees daarbij ook naar uitspraken van MHP-voorzitter Devlet Bahçeli, die de afgelopen maanden herhaaldelijk standpunten had ingenomen over de mogelijke rol van Öcalan. De eis van een politieke of coördinerende status voor Öcalan mag echter niet beperkt blijven tot publieke verklaringen, benadrukte Tunç. “Als deze uitspraken serieus bedoeld zijn, moeten daar concrete wettelijke stappen uit voortvloeien.” Tegelijkertijd bekritiseerde hij dat Bahçeli, ondanks zijn sleutelrol in de politiek, steeds meer de indruk wekt dat hij buiten de regeringsverantwoordelijkheid staat.
“De staat zoekt geen democratische oplossing”
Tunç legde verder uit dat de Koerdische beweging haar organisatorische en politieke stappen al lang geleden heeft afgestemd op een mogelijke vreedzame oplossing. Dat de regering vooral blijft spreken over een „terrorismevrij Turkije”, toont volgens hem aan dat de politieke dimensie van de Koerdische kwestie bewust buiten beschouwing wordt gelaten. “De Koerdische kwestie kan niet in een terrorismekader worden geperst”, zei Tunç. Zolang zelfs de term “Koerd” uit het politieke discours wordt verdrongen, is een geloofwaardige oplossing nauwelijks voorstelbaar. De staat streeft blijkbaar geen democratische oplossing na, maar probeert veeleer de voorwaarden te scheppen voor een gecontroleerd en antidemocratisch proces, verklaarde hij.
Zorg over toenemend verlies van vertrouwen
Tunç kijkt vooral met bezorgdheid naar de toenemende vertraging van concrete stappen. Er ontstaat een steeds grotere kloof tussen politieke aankondigingen en praktische ontwikkelingen, zei hij. “Veel van de noodzakelijke regelingen zouden binnen korte tijd kunnen worden doorgevoerd”, verklaarde Tunç. Dat zelfs eenvoudige juridische stappen maandenlang uitblijven, versterkt de twijfel over de ernst van het proces. De Koerdische kant heeft haar standpunt duidelijk gemaakt, zei Tunç tot slot. “Nu is het aan de staat.”