Turkse staat markeert huizen van achtergebleven bewoners – Afrin

De Turkse staat markeert deuren in Afrin en richt zich op de gezinnen die weigerden Afrin te verlaten.

Nadat de Turkse staat en hun geallieerde bendes hadden aangevallen en Afrin binnenvielen, werden honderdduizenden gezinnen gedwongen hun huizen en hun land te verlaten.

De bendes plunderden honderden huizen en bedrijven in Afrin na de invasie en nu markeren ze ongevraagd de huizen van achtergebleven bewoners.

In het dorp Hisênê en vele anderen zijn huizen gemarkeerd met rode verf. De markering bevat zowel getallen als rode kruizen.

Het markeren -doorgaans met rode verf-, is niets nieuws in de geschiedenis van Turkije. Het doet menig mens terugdenken aan het geweld tegen Alevieten, Koerden en linkse activisten in Kahmaranmaraş in 1978. Leden van de Grijze Wolven pleegden geweld op Alevieten, linkse activisten en Koerden. Hun deuren werden eveneens gemarkeerd met rode verf.

Meer recenter doken er in 2016 en 2017 gemarkeerde gevels en voordeuren op in Malatya, Kocaeli, Ankara’s district Mamak, Bahçelievler, Umraniye en Catalca. De huizen van Alevieten werden gemarkeerd met rode kruizen. Ali Üngörmüş, voorzitter van de Alevitische Pir Sultan Abdal culturele vereniging, trok aan de bel, evenals de toenmalige Parlementslid Ali Haydar Hakverdi, maar de regerende AKP minimaliseerde de feiten en wuifde de vraag naar een gedegen onderzoek weg.

 

Lees ook:

Alevieten bedreigd in Malatya: gemarkeerde woningen – Turkije