Erdogan bekritiseert Lavrov: “Het is aan Ankara om de toekomst van Afrin te bepalen”

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan uitte dinsdag kritiek op het voorstel van de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov, die suggereerde dat Ankara de controle van de Syrische stad Afrin aan de Syrische regering zou kunnen opleveren.

“We weten heel goed aan wie we Afrin zullen geven. Laten we het eerst hebben over het overhandigen van gebieden gecontroleerd door andere landen in Syrië aan Syrië,” vertelde Erdogan aan verslaggevers.

“De benadering van Lavrov klopt niet, we weten als geen ander aan welke zijde Afrin toebehoord. Als het zover is, zullen we Afrin aan zijn inwoners geven”, voegde Erdogan eraan toe.

“We zullen de tijd bepalen, dat is aan ons, niet aan de heer Lavrov.”

Ankara wil een gebied creëren om de uitbestede strijdkrachten in het noorden van Syrië te lokaliseren onder controle van de Turkse regering.

Op 20 januari verklaarde het Turkse leger officieel de lancering van een offensief gericht op de posities van de door de VS gesteunde Koerdische militanten in de regio Afrin. De operatie was samen met de terroristische groep het ‘ Vrije Syrische Leger’ (FSA) uitgevoerd. De Syrische regering veroordeelde de acties van de Turkse AKP-regering als ondermijning van de territoriale integriteit van Syrië.

Turkse troepen namen de volledige controle over Afrin op 18 maart na een offensief van twee maanden.

Ondanks dat de AKP-regering en Erdogan zei dat de Turkse troepen niet permanent in Afrin zouden blijven, kondigde de president in zijn ontmoeting met afgevaardigden aan dat in korte tijd een gouverneur toegewezen zou worden aan de stad Afrin, Syrië.

Op 22 januari zei Erdoğan dat de bevolking van Afrin voor 55 procent uit Arabieren bestaat, voor 35 procent uit Koerdische mensen en voor 6 tot 7 procent uit Syrische Turkmeense mensen.

“Nu, het hoofddoel is om Afrin aan zijn ware eigenaren te overhandigen. Wat is ons doel? Hebben we 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen op onze landen? Ja, dat hebben we. Ons doel is om deze Syrische broeders en zusters te repatriëren zodra dit mogelijk is en zijn er momenteel stappen gezet in deze richting”, zei hij.

Op 16 januari werd aan Erdogan gevraagd  of het door Ankara gesteunde militantengroep ‘Vrije Syrisch Leger’ (FSA) betrokken zou zijn bij de operatie tegen Afrin, waarna hij tegen journalisten in het parlement antwoordde: “Natuurlijk zullen ze betrokken zijn, deze strijd wordt voor hen gevoerd. Niet voor ons.”