De Heksenhamer

Deel 1: De Heksenhamer.

Mannen die een wat ongemakkelijke verhouding hebben met vrouwen, daar wilde ik het even over hebben. Ik hoor je denken: dat zijn toch de meeste mannen? Okay, daar heb je wel een puntje. Maar ik wilde het hebben over mannen die het wel erg bont hebben gemaakt, wat dat betreft. Neem bijvoorbeeld de katholieke kerk, nooit echt vrouwvriendelijk geweest, ook al werd daar één vrouw op handen dragen, la Vergine Maria. Maar verder was het nogal een treurige zaak… Het lijkt er op dat de kerk op dat vlak door de eeuwen heen niet was vooruit te branden.

Pas in de jaren zeventig, toen veel mensen de kerk de rug toekeerden, is daar mondjesmaat wat in beweging gekomen. Als goddelijk instituut is het nooit een toonbeeld geweest van tolerantie, er was nooit echt ruimte voor de stem van vrouwen. Heeft God bij de oprichting van die kerk – ván en voor mannen – vrij snel haar biezen gepakt? En is Zij pas recent weer eventjes op bezoek geweest? Eeuwenlang was de akoestiek van de kerk gevuld met driftige mannenpraat: een echoput van haat tegen vrouwen en angst voor vrouwen. Maar zoals dat gaat met kamers waar nooit de poetsdoek langs gaat: het vuil stapelt zich op in alle hoeken en kieren.

En zoals het er vaak aan toe gaat in hysterische geloofsgemeenschappen: de vijand moet vooral gezocht worden in de eigen gelederen. Want hoe anders valt het uit te leggen dat uitvoering van de heilige boodschap zo rafelig uitpakt. Wat is er dan meer voor de hand liggend om dat aan de kwalijke aard van vrouwen te wijten?

En ja, dan is het raak: in 1486 schrijft Heinrich Kramer ‘Der Hexen Hammer’. Daarin legt hij uit hoe vrouwen op te sporen die een kwalijk pact zijn aangegaan met de duivel.

Eerst wordt het in eigen kringen verworpen omdat het boek te absurd en te verhit geschreven is. Maar net als zijn missie definitief lijkt te stranden keert het tij, en past zijn oproep tot heksenvervolging precies in het scharnier van die tijd: Dít is juist wat de kerk juist nu nodig heeft: Make this mother fuckin’ church great again.

Met de intelligentie van een maarschalk stippelt de schrijver weg uit hoe om te gaan met ‘Het Heksen-vraagstuk’. En hoe daar korte metten mee te maken. De Heksenhamer (Malleus maleficarum) is een strak opgebouwd betoog in drie delen: In Deel 1 wordt het probleem benoemd en geïdentificeerd. In Deel 2 worden de variaties van de heksenpraktijken in groot detail beschreven. En in Deel 3 wordt uitgelegd hoe er mee af te rekenen.

De schrijver pakt het stevig aan: Om te beginnen wordt in dit boek het twijfelen aan het bestaan van hekserij zelf als ketterij bestempeld – Wat voor de meeste katholieken wel een zwaarwegend ding was. Om daar dan nog eens tegen in te gaan, dat was voor veel gelovigen wel een brug te ver. Maar vergis je niet, zelfs zonder al die sancties was dit werk bij protestanten ook heel populair. Ook daar vond het boek gretig aftrek. En zo bereikte dit handboek een breed publiek, dat in de daaropvolgende eeuwen tot ‘gepast handelen’ werd aangezet.

Met de zegen van God en de Heilige Roomse Kerk… What could possibly go wrong?

De grote lijn is deze: De vrouw is van nature slecht, hebzuchtig, en zou een onverzadigbare seksuele behoefte hebben. Kortom, vrouwen werden vreselijke krachten toegekend. Met name als ze een verbond met de duivel hadden gesloten, dan was het hek van de dam.

Natuurlijk was voor de duivel het meeste succes te behalen bij het verleiden van deugdzame vrouwen, maar uiteraard bediende de duivel zich ook graag van laaghangend fruit zoals gewillige vrouwen, minnaressen, vrouwen van een bedenkelijk allooi, overspelige vrouwen, en van vrouwen in een kwetsbare maatschappelijke positie.

Intiem verkeer met vrouwen in het algemeen stond sowieso al in een slecht daglicht (denk aan ‘de erfzonde’), maar over het geslachtelijk verkeer met heksen… dat stond zeker in een kwade reuk. Het boek ging daarin nog een stapje verder. De schrijver trad daarover behoorlijk in detail. Die geslachtelijke gemeenschap vereiste wel de interventies van zowel mannelijke duivels, de incubi, als van ook vrouwelijke duivels, de succubi.

Thomas van Aquino had al vastgesteld dat voor de voortplanting van heksen eerst het zaad onvrijwillig van een man werd afgedwongen door een succubus (het wijfje), die het zaad opving en overdroeg aan een incubus. Deze bracht vervolgens het verse zaad in bij de heks… waardoor de nakomelingen van een heks, alleen om die reden al, bij voorbaat belast waren en besmet.

Wat dan te doen? Dat werd in Deel 3 haarfijn uitgelegd: de kern was, dat de ‘ondervragingen’ tot doel hadden om de verdachte vrouwen met alle mogelijke middelen tot bekentenissen aan te zetten. Let op: géén bekentenis en géén berouw tonen tijdens die processen werd juist beschouwd als bewijs van hekserij… Kortom, het systeem was waterdicht.

Een lang verhaal kort: De Heksenhamer gaf de basis voor een vervolging die eeuwenlang aanhield, en een klimaat schiep waarin de meeste mensen bereid waren om elkaar aan te geven uit lijfsbehoud, en zij elkaar om het minste konden verraden. Daarbij verloren honderdduizenden vrouwen het leven.

Tot zover deze inspanning van de heilige moederkerk.

———————————————————–

Deel 2: Altijd weer die verdomde Joden… Che cazzo!

Naast de vervolging van vrouwen was de roomse kerk sowieso al warm gedraaid om ook andere groepen zoals met name ook de joden op te drijven. Soms werd hen wat moois voorgehouden, dan weer werd dat voor hun neus weer weggetrokken.

Zo gebeurde het dat op 14 juli 1555, een pauselijke verklaring werd uitgevaardigd, die de vrijheidsbeperking van alle Joden stevig aangescherpte. In de eerste regels werd al meteen gesteld dat de Joden door eigen toedoen zich de eeuwige slavernij over zichzelf hadden afgeroepen. De Joden moesten worden weggezet in eigen, streng bewaakte enclaves, in de getto’s. Dat was een noodzakelijk kwaad, een goedgunstige maatregel van de Heilige Kerk. Zo moet je dat wel begrijpen.

Belangrijk was dat die bul precies vastlegde hoe het een en ander diende te geschieden: Joden dienden een goed onderscheidend teken te dragen, opdat zij te allen tijde goed werden herkend, en moeiteloos van de Christenen konden worden onderscheiden. Christelijke diensten bijwonen was a big no no. En een vertrouwelijke omgang hebben met Christenen? Mag niet!! Een christen burger mocht geen Jood als vriend hebben, of erger nog: een huwelijkse verbintenis aangaan met Joden???… Dat was eveneens taboe. Hebreeuwse boeken uitgeven?… Verboden! … Je mocht je als Jood je niet laten aanspreken met woorden die voor Christenen gangbaar zijn om enig respect te betuigen… Ook dat was… verboden! Afijn, de lijst gaat zo maar door… Met tot slot de waarschuwing dat op het niet naleven van deze verordening zware straffen staan.

Want ja, het moet niet gekker worden!

Nou ja, natuurlijk, het kon nog erger: Zeven jaar nadat paus Pius IV deze restricties had opgesteld, deed paus Paulus IV er nog een schepje bovenop met zijn pontificale bul: La bolla”Dudum a Felicis” (of wel: ‘Lang leve het geluk!’), waarin hij naast verdere algemene beperkingen, met name ook op economisch vlak de duimschroeven verder aandraaide.

Hoewel er in sommige steden ooit al locaties waren aangewezen waar Joden met lokale toestemming over generaties heen hun bestaan hadden opgebouwd, werden die gunsten onder de nieuwe richtlijnen weer opgeheven, en moesten de Joden halsoverkop al hun spullen pakken. Zo werden zij verdreven uit Bologna, en moesten zij onderdak zoeken met heel hun hebben-en-houwen, in het naburige Ferrara – inclusief de haastig opgegraven gebeenten van hun voorouders.

Niet alleen voor de Joden zelf was dit een afschuwelijk drama, ook hadden de richtlijnen van de Heilige Kerk onbedoeld het neveneffect dat de Joden het land begonnen te verlaten, en zij daarbij hun schat aan kennis en vaardigheden met zich meenamen. En dus ook hun onmisbare bijdrage aan de welvaart — wat weldra goed pijn ging doen binnen de gehele Roomse samenleving.

Verdorven vrouwen, en die vervloekte joden… de moederkerk had het er maar druk mee…

———————————————————–

Deel 3: De zon, de maan en …

“ There are three things in life that will always emerge in due time: the sun, the moon and the truth.”

En nu dan toch even wat bespreken over Turkije… De Turkse staat, tja.. wat zal ik er van zeggen? Turkije, dat broze bouwsel, steunend op twee traag opschuivende continentale platen. Turkije, dat land dat zich zo moeizaam voortsleept over die bult van Ottomaanse rijping en rotting. Zo vol van unieke fijngevoeligheden uit de eigen Ottomaanse keuken. Die souvlaki van Turks nationalistische gekrenktheden, op een spiesje van goed verhulde schaamte… Man oh man…!!

Hoe is die Turkse lange-tenen-politiek ooit ontstaan? Is dat wel te rijmen met de eigen, openlijk uitgedragen onderdrukking? Bescherming van minderheden en andersdenkenden heeft daar, zo lijkt ’t wel, nooit veel prioriteit gehad. Sterker nog: kritiek op het falende Turkse staatsapparaat wordt ook in onze tijd bestempeld als een misdrijf.

Vrouwen die openlijk protesteren tegen het geweld, worden nog steeds van hogerhand vogelvrij verklaard, terwijl gewelddadige clubs die daar de kop opsteken, worden vertroeteld door het regime. Denk dan even aan de oprichting van de fascistische Otüken Union Party, 20 december 2017. Hen werd geen strobreed in de weg gelegd: Deze partij bepleit openlijk een raszuivere, Turkse samenleving. Met name doorgevoerd in het hele Turkse overheidsapparaat. Dat systeem moet volgens hen worden gezuiverd van alle kwade smetten – Denk daarbij dan vooral aan het wegzuiveren van Koerden en Armeniërs… De overheid zelf moet grondig ontsmet worden, en ook alles wat daaronder hangt.

World Dominance’ is in die kringen geen vies woord.

Hoewel dit niet de officiële leer is van de Turkse staat, worden de heftige Ottomaanse onderbuik-registers door deze partij wel rijkelijk bediend, zonder berisping van staatswege.

Terwijl de Turkse staat in de afgelopen decennia breeduit de eigen gekwetstheden heeft uitgevent, is er nul komma nul debat over de eigen, zelf aangerichte ravage. Niet één kritische noot te bespeuren bij de Ottomaanse gruweldaden in relatie tot de dadendrang van de huidige Turkse staat.

En dan nog dit: Het Ottomaanse rijk, dè voortrekker van de slavenhandel door de eeuwen heen…

Bij gebrek aan een serieuze zelfreflectie, heeft de Turkse staat, gegeven de Ottomaanse roots, volgens mij, voor zichzelf, en voor ons, nog veel ellende in petto. Zo zie ik dat. Hoe dat zo? Tja.

Eerst even een terugblik… In de aanloop naar de val van Constantinopel, in 1453, verfijnde de Ottomaanse staat de slavenwerving tot een niet eerder bereikte graad van perfectie. Daardoor was de slagkracht van Mehmet II enorm gegroeid — Dat militaire geweld was wel zorgvuldig ingebed in een lange lijst van, naar Islamitisch recht opgestelde regels. Het fraaie was, dat daarmee al deze geweldspraktijken waren goed te praten vanuit die heilige doctrine. Het was een lange lijst van wat je je kan permitteren als onderdrukker.

Het mooie van lange lijsten is dat, als ze maar lang genoeg zijn, er altijd nog wel een regeltje bij kan. En als de praktijken wat al te ranzig worden, je altijd — met terugwerkende kracht — er een diepere waarheid in kan ‘terug harken’.

‘Hufter-denken’ is een speciale tak van sport

Jonge christelijke mannen werden uit de Slavische gebieden weggevoerd, als oorlogsbuit, en in de Ottomaanse mijnen te werk gesteld. De vrouwen verhandeld en verkracht. (zoals o.a. ook recent weer bij de inname van Afrin het geval was.) Christenen hadden, als het erop aan kwam, dus niet zo veel goeds te verwachten van al die islamitische bepalingen…
Als zowel de vaders als ook de moeders waren vermoord, dan werden de ouderloze kinderen afgevoerd om ze na een harde africhting als kindsoldaten in te lijven, als voetvolk voor het heilige Osmaanse leger.

Op al deze praktijken, aan de stam van de Turkse geschiedenis, is momenteel geen reflectie gaande. Of het nu gaat om de moordpraktijken van toen, of de misdaden van de huidige Turkse staat, met al haar eigen goedpraterij… Mijn vraag is of deze praktijken mogelijk ook een relatie hebben met de eerste moordpraktijken van de troepen van de Profeet, gericht tegen de weerloze Joodse gemeenschap van Qurayza? Die moordpartij, verricht op de ongewapende Joodse bevolking, dat verzin ik niet zelf: het staat zonder enige schaamte beschreven in de Hadith…
Ik denk wel dat er wel iets meer over te zeggen valt…

Daarnaast roept ook de Ottomaanse traditie van het verminken van jonge mannen die gevangen waren genomen, vragen op. Althans wel bij mij. De Ottomaanse slavenhandelaren hadden een specifieke voorliefde voor een bepaald soort kostbare waar: ontmande jongetjes. Met name voor jongetjes bij wie niet alleen de testikels, maar ook het gehele genitale orgaan was verwijderd — Wat voor deze bederfelijke handelswaar betekende dat 85 % die ingreep wegens complicaties niet overleefde, maar de resterende 15 % van deze waar zeer in waarde steeg.

Zoals bij de verscheping van heroïne het deel van goederen dat verloren gaat de straatwaarde van de overige waar opstoot, zo waren deze verliezen ingecalculeerd in die business.

Bij bepaalde apensoorten kom je rituele strafpraktijken tegen. Verminkingen van allerlei aard. Het afbijten van testikels is er een van. (“The Warrior Apes”, Desmond Morris; The Fongoli Project, Jill Pruetz ). Het zijn zaken die veel overeenkomsten vertonen met wat binnen het Turkse bestel lang de norm was — en de facto de praktijk nog steeds bepalen.
Sommige passages in het vergelijkend gedragsonderzoek bij apen vond ik bepaald niet makkelijk om te lezen. Maar als het gaat om geweld tegen mensen — het rituele geweld, aangericht tegen gevangengenomen burgers zelf –, dan heb ik het er nog eens extra moeilijk mee. De Turkse geschiedenis laat zich niet lekker weglezen…

Bij de recente acties van het Turkse leger en haar islamistische paramilitaire hulptroepen kom je ook weer mutilatie-praktijken tegen, verricht op gevangengenomen burgers. Hetzij tegen protesterende vrouwen, het zij tegen de tegenstanders in het algemeen… Geweld tegen vrouwen, en andersdenkenden in bredere zin… dat specifieke geweld is een onmisbare schakel in dat geheel.

In de Turkse staat en in de business achter de Turkse invasie in Noord-Syrië, is de nationalistische huilkreet gekoppeld aan een Jihad-getinte ‘zendingsdrang’.

Dat is ‘the drug of choice’.

In deze tijd, waarin sommige landen het aandurven om openlijk te reflecteren op de eigen aangerichte onderdrukking en het eigen racisme, schittert Turkije door afwezigheid — Behalve natuurlijk daar waar Turkije haar eigen fascistische ‘helden’ beweent. Ik hoop dat de Turkse samenleving toch nog een andere weg weet te vinden uit deze doodlopende straat. En de mannen daar, om te beginnen nu eindelijk ook eens naar vrouwen gaan luisteren.

Dagelijks spreek ik mezelf streng toe: ‘Embrace change. Challenge your inner convictions

Dat gun ik ook alle Turkse mannen van conservatieve snit.

Wat dat betreft ben ik een onverbeterlijke optimist.

Auteur: Paul Terlunen